< Graf van Pot en Naarding

 

zerk 380
zerk 380

Jan Pot, geboren 7 april 1873, 07.00 uur te Stad Hardenberg, zoon van Derk Pot en Hermina Aleida Rigterink (akte 18 Stad Hardenberg), overleden 25 februari 1923, 23.00 uur aan de Gramsbergenweg te Stad Hardenberg, 49 jaar, besteller bij het Staatsspoor (akte 3 Stad Hardenberg), zie begraafregister.

gehuwd op 19 december 1902 te Stad Hardenberg (akte 12-S) met:
Gesiena Wilhelmina Naarding, geboren 20 april1880 in Tip (gem. Zuidwolde), overleden 9 september 1952 te Stad Hardenberg.

In 'de Drie Dorpen' verscheen op 20 september 1952 een In memoriam:
Zaterdag hebben velen haar naar haar laatste rustplaats begeleid, de bejaarde weduwe G. Pot-Naarding. Enige kransen dekten de baar en velen hebben in haar een hartelijke, trouwe steun en raadgeefster verloren. Met haar is een onzer meest typische en markante figuren uit onze Hardenbergse gemeenschap heengegaan.
Gees Pot was geen vrouw, die zich heeft bewogen op het terrein der politiek of het maatschappelijke leven, maar in haar zeer werkzaam, welbesteed leven, waarin zij zich nooit rust heeft gegeven, heeft zij onnoemlijk veel goeds gedaan.
Overal waar nood was, waar hulp moest worden geboden, daar zou men nooit tevergeefs aankloppen bij 'Tante Gees'.

Vechtstreek 17-11-1934:
- Jubilé. Donderdag was het 30 jaar geleden dat de ongehuwde marechaussees van de brigade Hardenberg voor het eerst bij mej. de weduwe Pot-Naarding kwamen ‘eten’. Onafgebroken had de spijziging plaats en steeds werd zij daarvoor geprezen door de gespijzigden, wier aantal stellig in totaal meer dan 100 zal hebben bedragen. Dat ook de chefs daarvoor waardering hebben, bleek woensdagavond, toen de districtscommandant, kapitein jhr. Von Schmidt auf Altenstadt, uit Zwolle expres naar hier kwam en namens den divisiecommandant majoor jhr. Laman Trip te Arnhem (die wegens droevige familieomstandigheden tot zijn spijt verhinderd was, zelf over te komen) mej. Pot kwam feliciteren en zijn bijzondere tevredenheid uitsprak over de wijze waarop zij haar voedstertaak steeds had vervuld.
Met belangstelling informeerde hij ook naar haar verhouding tot de jongelui, waarop mej. Pot met de haar eigen vlotheid antwoordde dat zij steeds best met hen had kunnen opschieten en dat zij een enkelen tijdelijk-afgedwaalde met een gemoedelijk woord steeds weer in ’t goede spoor had weten te brengen! De ingenomenheid met de 30-jarige herdenking bleek ook uit de toezegging dat door den majoor getrakteerd zou worden op haas en bier! Er had zich een commissie gevormd, bestaande uit den opperwachtmeester Den Besten en de marechaussees Peperkamp en Sebel, welke zich in contact had gesteld met de vroegere ‘kostgangers’-marechaussees die hier gedurende vrij lange tijd aan den brigade verbonden waren geweest en van wie velen inmiddels brigadecommandant of wachtmeester zijn geworden.

Woensdagmiddag werd bij monden van den ‘opper’ mej. Pot in hartelijke bewoordingen een prachtige staande schemerlamp, voorzien van een tafel met mooi uitgewerkt koperen blad aangeboden. Als wij verklappen dat mej. Pot in één der brieven geroemd werd om haar moederlijke zorgen voor haar ‘jongens’, zodat dezen het gemis van het ouderlijk huis vergoed werd, dan is daarmee meteen aangetoond, hoe de verdiensten van ‘tante Gees’ bij haar voedsterlingen nog na jaren waardering blijft genieten c.a.