Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1977, akte 773

Voor ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, residerende ter Steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van de nabenoemde en hiermeede ondergetekende vier getuigen, hebben de vereischtens bij de wet gevorderd, ons bevindende in de keuken, uitziende met twee vengsterramen op het zogenaamden Hofjen, van het woonhuis nr. 12 op het erve Heuver te Diffelen ter gemeente het Ambt Hardenbergh, dezes kantons, staande, compareerde Egbert Seigers, landbouwers-knecht, wonende op hetzelve erve bij den landbouwer en eigenaar van hetzelve erve Hannes Heuver, zijnde wel ziek van ligchaam en zodanig ter neder leggende in eene bedsteede aan de linkerkant in dezelve keuken, naast aan de middenmuur of het beschot tusschen dezelve keuken en deele des huizes, edoch gezond van geest, zijn verstand, geheugen en oordeel volkomen hebbende, zoals gebleek uit zijne redeneringen en gesprekken, zo met ons notaris als met de nabenoemde en meede hier ondergetekende getuigen gehouden, en zijnde de comparant meede aan ons notaris en dezelve getuigen volkomen bekendt.

Dewelke Egbert Seigers bij deze tegenswoordige acte heeft gemaakt en aan ons notaris, in tegenwoordigheid van de nabenoemde en meede hier ondergetekende getuigen, opgegeven en voorgezegd zijn testament en bevel van uiterste of laatste wille, in voegen wij notaris hetzelve, in tegenwoordigheid der nabenoemde en meede hier ondergetekende getuigen, uit zijnen mond hebben opgeschreeven, luidende aldus

Ik legateere en maake aan mijnen neef en aan mijne nichten Seine Seigers, boerenknecht, thans wonende te Archem in de gemeente het Ambt Ommen, kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, Gerritdina Seigers, boerenmeid, wonende thans te Gerner, en Hendrikjen Seigers, meede boerenmeid, thans wonende te Oudleusen, beide in de gemeente het Ambt Dalfsen, kanton Ommen voorzeid, kinderen van wijlen mijnen broeder Wolter Seigers, in leven laatstelijk landbouwer te Arriën, in de gemeente het Ambt Ommen voornoemd en van dezes meede wijlen huisvrouwe Gerritdina Zwentsel, mijne kleerkiste met mijn geheele lijfstoebehoor, zouder eenige uitzondering hoegenaamd, ten einde dit alles na mijn afleven uit mijn nalatenschap in drie egale portiën te erven, te profiteren en te genieten.

Wijders legateere, geeve en maake ik aan Hannes Heuver, landbouwer wonende te Diffelen in de gemeente het Ambt Hardenbergh, bij wien als knecht ben dienende, al mijn van hem te goede hebbend loon, van wat aard of natuur ook, mitsgaders alle mijne van hem te goede hebbende rhenten wegens aan hem geleende gelden, ten einde het zelve loon en rhenten ten bedrage als bij mijnen sterfdag zal worden bevonden, door dezen in voldoening zijner moeite en zorgen omtrend mij, na mijn afleven uit mijne nalatenschap worde geërfd, geprofiteerd en genoten.

Wijders stelle en institueere ik tot erfgename mijner verdere nalatenschap, zonder eenige andere uitzondering hoegenaamd dan van het hiervoren door mij daaruit gelegateerde, en ten einde door dezelve na mijne afleven van mij, ter gemoetkoming aan de veele mij bewezene zorgen en liefdevolle verhandreikingen, te worden geërfd, geprofiteerd en genoeten, Jennechien Hekman, dienstmeid met mij bij den landbouwer Hannes Heuver voornoemd te Diffelen voorzeid, wonende.

Gedaan en gepasseerd ten woonhuize nr. 12 op het erve Heuver te Diffelen, op heden den tweeden der maand februarij des jaars eenduizend achthonderd negen en twintig, in tegenwoordigheid van Berend Nijhuis, Albert Nijhuis, Jan Hilverdink en Herm Stoeten.