Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1972, akte 412

Op heden den een en dertigsten der maand julij des jaars eenduizend achthonderd vierentwintigh, des morgens ten acht uren op het erve het Sprijtlofs of Timmermans te Rheeze in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh, kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, ten woonhuize van hetzelve nr. 16.

 

Ten verzoeke van Lubbegjen Scholten, weduwe van wijlen Evert Stoeten, landbouwersche, wonende op het erve het Sprijtlofs of Timmermans voormeld te Rheeze voorschreeven, zo voor haar zelv en uit hoofde der gemeenschap van goederen krachtens de wet tusschen haar en haren voorzeiden wijlen echtgenoot bestaan hebbende, als in naam en kwaliteit van moeder en wettige voogdesse over haare drie minderjaarige kinderen Jan Stoeten, oud ongeveer acht jaren, Lubbert Stoeten, oud ongeveer vier jaren en Hendrika Stoeten, oud ongeveer twee jaren, door denzelven hare wijlen echtgenoot bij haar in echte verwekt en bekwaam om zich, ieder voor een gerecht derde gedeelte, als de eenige en universeele erfgenaamen van opgedachten haren wijlen vader te gedragen.

 

Wijders ten verzoeke van Harm Veurink , landbouwer meede te Rheeze voormeld en wel in nr. 24 aldaar woonachtigh (de aanstaande echtgenoot ten tweeden huwelijk der rekwirante voormeld), in naam en kwaliteit van meede-voogd over de voormelde minderjarigen Jan Stoeten, Lubbert Stoeten en Hendrika Stoeten, zijnde hij Harm Veurink tot dezen post verkoren bij besluit der bloedverwanten en vrienden derzelve minderjarigen op den tienden dezer, onder voorzitting van den heer Jan Godfried Pruim, vrederechter dezes kantons, bij wijze van familie-raad vergaderd, luid dezes proces verbaal daaraf in dato van dien dag, den twaalfden aanvolgende behoorlijk ten kantore Ommen geregistreerd.

 

In tegenwoordigheid van Jan Stoeten Lubbertszoon , almeede landbouwer van beroep en insgelijks te Rheeze meergemeld in nr. 0 aldaar wonende, in naam en kwaliteit van toeziende voogd over de meergemelde minderjarigen Jan Stoeten, Lubbert Stoeten en Hendrika Stoeten, zijne neefjes en nichtje; zijnde hij Jan Stoeten Lubbertszoon meede tot dezen post verkoren bij het besluit der bloedverwanten en vrienden derzelve minderjarigen voornoemd.

 

Tot de bewaring van de rechten van parthijen en van alle anderen die daarbij belang zouden mogen hebben, wordt door ons ondergetekende Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter Steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van Jan Koerts en van Jan Koerts Berendszoon, beide landbouwers wonende te Rheeze opgemeld, de eerstgemelde in nr. 14 en de laatstgenoemde in nr. 17, als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, toegetreeden en overgegaan tot het opmaken van eenen staat en inventaris van alle roerende goederen, meubilen en gereedschappen tot de huishouding en landbouw, klederen, bedden, linnens, goud en zilver, have en vhee, comptante gelden, mitsgaders in- en uitschulden der gemeenschap tusschen de vrouwe rekwirante in dezen Lubbegjen Scholten, weduwe van wijlen Evert Stoeten, en denzelven haaren wijlen echtgenoot Evert Stoeten bestaan hebbende, en alzo voor de halfscheid de nalatenschap derzelven wijlen Evert Stoeten uit makende; zijnde alle deze roerende goederen bevonden en berustende op de hierna genoemde plaatsen van het woonhuis en schaapskooij op het erve het Sprijtlofs of Timmermans te Rheeze voormeld, op het welke de vrouwe rekwirante opgedagt bij haare ouders Jannes Scholten en Hendrika Timmermans, ehelieden, is inwonende, en alwaar derzelver meergemelden wijlen echtgenoot Evert Stoeten, overleden is op den zeventienden der maand october des jaars eenduizend achthonderd twee en twintigh.

 

En zijn alle de voorenbedoelde en hierna te vermeldene goederen opgegeven en ten voorschijn gebragt door de vrouwe rekwirante in dezen Lubbegien Scholten, weduwe van wijlen Evert Stoeten, die daarvan sederdt het overlijdt van denzelven haaren wijlen echtgenoot was in het bezit gebleeven ende bewaring, het beheer en gebruik heeft gehadt.

 

De begroting der goederen zal gedaan worden door Jan Hendrik Edelijn, deurwaarder van het vredegerecht dezes kantons, wonende ter Steede Hardenbergh voornoemd in de Voorstraat noordzijde, nr. 10, als in dezen door parthijen geëligeerden expert-priseur of commissaris-schatter, hebbende daartoe ten overstaan van parthijen en in tegenwoordigheid van de voormelde en hier ondergetekende getuigen den eed afgelegd van die begroting te zullen doen naar beste wetenschap ter juister waarde en zonder opleg. En hebben de parthijen, de vrouwe rekwirante Lubbegjen Scholten, weduwe van wijlen Evert Stoeten, meede in kwaliteit van bewaarster, na voorlezing getekend.

 

Dit gedaan zijnde is men voortgegaan tot het opmaken van den staat en inventaris navolgende:

 

I. Roerende goederen:

  1. in de keuken, uitziende met twee vengster-raamen op den gaarden:
    1. een boven- en een onderbed, peuluwe en vier kussens van blaauw-gestreepte buur, met derzelver blaauw geruit overtreksel, in alles begroot op dertigh guldens
    2. een paar vlassene bedlakens, tezamen begroot op zes gulden
    3. een half douzijn dito kussenslopen, in alles begroot op drie guldens en vijftigh cents
    4. een zwart rarde marocque vrouwenjak, begroot op vijf guldens
    5. een paar bruine krippen dito, te zamen insgelijks begroot op vijf guldens
    6. een zwart sergen dito, begroot op vier guldens
    7. een roodbont katoenen dito, begroot op een gulden en vijftigh cents
    8. een paers bont dito, begroot op een gulden vijfenzeventigh cents
    9. een dito, begroot op een gulden en vijfentwintigh cents
    10. een zwarte kalminkene vrouwenrok, begroot op vier guldens
    11. een baaijene dito, begroot op twee guldens en vijfentwintig cents
    12. een vijfschagtene dito, begroot op drie guldens
    13. een paar blaauwe baaijene dito, tezamen begroot op zes guldens en vijftig cents
    14. een paar vijfschagtene dito, tezamen begroot op vier guldens en vijftig cents
    15. een groene dito, begroot op drie guldens en vijfentwintig cents
    16. een blaauwe damastene dito, begroot op vijf guldens
    17. een bruine dito, begroot op drie guldens en vijftig cents
    18. drie blaauw-gestreepte baaijene dito, begroot op vier guldens en vijftig cents
    19. een blaauwe dito, begroot op drie guldens en vijfentwintig cents
    20. vier blaauw gestreepte speijtene dito, tezamen begroot op vier guldens
    21. etc.
  2. in het zogenaamde kistenkamertjen, rechts de keuken, uitziende met een vengsterraamptjen op het erve Scholten :
    1. een eikenhouten kleerkist, begroot op vijf guldens
    2. een bruine lakensche mansrok, begroot op acht guldens
    3. een lang pijen-buis, begroot op drie guldens
    4. een kort dito, begroot op een gulden en vijftig cents
    5. een donkerbruin lakensch buisjen, begroot op drie guldens
    6. een blaauw dito, begroot op twee guldens en vijfentwintig cents
    7. etc.
  3. op de deele, uitgaande naar de Steege :
    1. een zeis met zijn boom, in alles begroot op vijfenzeventig cents
    2. een haarspit met zijn hamer, in alles meede begroot op vijfenzeventig cents
  4. in de schaapskooij, waarna toe ons met de parthijen hebben begeven:
    1. negen en dertig stuks schaapen, te zamen begroot op zeven en veertig guldens en vijfenzeventig cents

 

II. Declaratie van in- en uitschulden:

Door de rekwirante in dezen Lubbegjen Scholten, weduwe van wijlen Evert Stoeten, word gedeclareerd dat zich niet weet te herinneren dat ten sterfdage van denzelven haren wijlen echtgenoot zich eenigen comptante goeden in de onderhavige gemeen- en nalatenschap waren bevindende, doch dat op dit moment in dezelve aanwezig is de summa van zes guldens, hebbende voorts de onderhavige gemeen- en nalatenschap ten goede:

  1. van Gerrit Jan Meilink te Ane, enen capitaale summa van eenduizend vijfhonderd guldens, rentende vier procento, herkomstig van het aan der declarantes wijlen echtgenoot Evert Stoeten door denzelfs ouders Lubbert Stoeten en vrouwe Willemtien Marssink voor en in voldoening van deszelfs erfportie in hunne nalatenschappen beweezene, bij acte van huwelijks-voorwaarden der negenentwintigsten april eenduizend achthonderd en negen, voor den heer Jan Godfried Pruim, Scholtus des kerspels Hardenbergh cum annexis, en keurnoten Marten Bruins en Gerrit Dorgelo geëlebreerd, en opgericht tusschen deszelfs broeder Jan Stoeten (de toeziende voogd in dezen) en Annegien Scholten.
  2. van den hoogwelgeboren heer jonkheer Willem Jan van Dedem te Zwolle eene summa van tweeduizend guldens, insgelijks rentende vier procento
  3. van Jannes Scholten en vrouwe Hendrika Timmermans te Rheeze (de ouders van de declarante ) eene capitaale summa van vijfhonderd guldens, almede rentende vier procento ; zijnde dit capitaal tegelijk met het hiervooren sub secundo geinventariseerde herkomstig van eene door Lubbert Stoeten voormeld met goedkeuring van zijnen voormelden zoon Jan Stoeten (de toeziend voogd in dezen) en vrouwe Annechien Scholten aan der declarantes voormelden nu wijlen eheman Evert Stoeten uit hoofde van aanwinst van fortuin, tijdelijk gedaane gifte ter betering en suppletie van vorenbedoelde erfportie.
  4. van denzelven anog eene capitaale summa van zevenhonderd guldens, insgelijks rentende vier procento, herkomstig van door de onderhavige gemeen- en nalatenschap in derzelver boedel tot hiertoe gedane voorschotten
  5. van Jan Koerts te Rheeze, eene capitaale summa van eenhonderd guldens, rentende vier procento
  6. van denzelven voor het jaar rhente van voorzeide capitaal, verscheenen geweest primo maij laatstleden, vier guldens

Doch zijnde daarentegen door denzelven aan niemand ietwes verschuldigd, maar de onderhavigen gemeen- en nalatenschap schuldenvrij – hebbende de declarante alhier na voorlezing getekend.