Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1972, akte 53

In het jaar eenduizend achthonderd vier en twintigh, den derden der maand januarij, des morgens ten negen uren op de katersteede den Holskamp, nr. 4 te Rheeze in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh, kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel.

Ten verzoeke van Hendrikjen Nijhuis (voormaals Nienes), weduwe en boedelhoudster van wijlen Gerrit Laarman, landbouwersche van beroep, wonende op de katersteede den Holskamp voorzeid, zo voor haar zelve, uit hoofde der gemeenschap van goederen, ingevolge de wet tusschen haar en haren voorzeiden wijlen echtgenoot bestaan hebbende, als in naam en kwaliteit van moeder en wettige voogdesse over hare minderjarige kinderen, met naamen Albert Jan Laarman, oud ongeveer acht jaren, en Hendrik Laarman, oud ongeveer drie jaren, door denzelven haren wijlen echtgenoot bij haar in echte verwekt en zijnde bekwaam om zich als de eenige erfgenamen van denzelven haren wijlen vader ieder voor de halfscheid te gedragen.

 

Wijders ten verzoeke van Gerrit Schutte (voormaals Jansen), landbouwer te Rheeze voorzeid bij de eerste rekwirante in deezen inwonende, in naam en kwaliteit van meede-voogd over de voormelde minderjarigen, zijnde tot dezen post benoemd bij besluit van de bloedverwanten en vrienden derzelve, op den zestiende der vorige maand bij wijze van familie-raad onder voorzitting van den heer Jan Godfried Pruim, vrederechter deezes kantons, vergaderd, luid deszelfs proces verbaal daaraf in dato van dien dag, des daags aanvolgende behoorlijk ten kantore Ommen geregistreerd.

 

In tegenwoordigheid van Hendrik Laarman, landbouwer, wonende te Vilsteren in de gemeente het Schoutambt Ommen, kanton van dien naam, deezes arrondissement, in naam en kwaliteit van toeziende voogd over de meergemelde minderjarigen, zijne neefjes; zijnde tot dezen post verkoren bij het besluit van den familie-raad voorschreven.

 

Tot de bewaring van de rechten van parthijen en van alle anderen die daarbij belang zouden mogen hebben, wordt door ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter Steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van Jan Stoeten Lubbertszoon, en van Jannes Scholten, beide landbouwers van beroep, insgelijks te Rheeze voorzeid, de eerstgemelde in nr. 0 en de laatstgenoemde in nr. 16 woonachtigh, als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, toegetreden en overgegaan tot het opmaken van eenen staat en inventaris, mitsgaders beschrijving van alle onroerende en roerende goederen, meubilen, klederen, bedden, linnens, gereedschappen tot de huishouding en akkerbouw, have en vhee, zaadgewassen, tituls en papieren, in- en uitschulden der gemeenschap tusschen de rekwirante in dezen Hendrikjen Nijhuis en haren voormelden wijlen echtgenoot Gerrit Laarman bestaan hebbende en alzo voor de halfscheid de nalatenschap des laatstgemelde uitmakende; zijnde alle de ten dezen specteerende roerende goederen bevonden en berustende op de hierna genoemde plaatsen van het woonhuis nr. 4 op de katersteede den Holskamp meergemeld, welke door de rekwirante in dezen wordt bewoond met derzelver voorzeide minderjaarige kinderen en in het welke haren wijlen echtgenoot Gerrit Laarman voorschreeven overleeden is op den zes en twintigsten der maand december des jaars eenduizend, achthonderd twee en twintigh.

En zijn alle de voorschreeven en hier na te specificeerene goederen opgegeven en ten voorschijn gebragt door de vrouwe rekwirante in dezen, Hendrikjen Nijhuis, weduwe van wijlen Gerrit Laarman, die zederdt het overlijden van denzleven haren wijlen echtgenoot daarvan is in het bezit gebleven en de bewaring heeft gehad.

 

De begroting der goederen daaraan onderworpen, zal gedaan worden door Gerrit Jan Overweg, landbouwer, wonende te Rheeze meergemeld, in nr. 2, als in dezen door parthijen geëligeerden expert-taxeur of commissaris-schatter; hebbende daartoe alvorens in onze handen, ten overstaan van parthijen en in tegenwoordigheid van de voormelde en hier ondergetekende getuigen den eed afgelegd van die begroting te zullen doen naar beste wetenschap ter juister waarde en zonder opleg.

En heeft de vrouwe rekwirante Hendrikjen Nijhuis, weduwe en boedelhoudersche van wijlen Gerrit Laarman (meede in kwaliteit van bewaarster) voorts alhier benevens den expert-taxeur of commissaris schatter de voormelde getuigen en ons notaris (verklarende de meede-rekwirant en mede-voogd Gerrit Schutte van nimmer te hebben kunnen tekenen of schrijven, en daarom alhier niet meede te tekenen) alhier, met en benevens de toeziende voogd in dezen Hendrik Laarman voormeld, na duidelijke voorleezing getekend.

 

Dit gedaan zijnde, is men overgegaan tot het opmaken van den staat en inventaris navolgende:

 

I. Onroerende goederen:

  1. de katerstede nr. 4, den Holskamp, liggende te Rheeze in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh, liggende ten westen aan den Marsch aldaar en bestaande uit derzelver behuizinge en ongeveer vijfentachtigh vierkante Nederlandsche roeden, vijftig dito ellen, zes en zestig dito palmen en acht en dertigh dito duimen gaarden- en zaaijland, voor en ter zijden de voorzeide behuizinge, mitsgaders een vierde whaardeel in de onverdeelde gronden, velden en veenen der Rheezer-Markte.
  2. een parceel gaardenland, groot ongeveer zeven Nederlandsche roeden, negen dito ellen, drie en zestigh dito palmen, zes en tachtigh dito duimen en vijftigh dito streepen (vierkant), liggende in deszelfs eigene afvreeding ter steede en gemeente Ommen, kanton van dien naam, deezes arrondissements aan eene publieke steege en zijnde beland aan de gronden van Derk van der Toorn en van Willem van Zee aldaar

II. Roerende goederen:

a. in de keuken, uitziende met twee vengsterramen op den gaarden:

  1. een spiegeltjen, begroot op twintigh cents
  2. een eikenhouten vierkant tafeltjen, meede begroot op twintigh cents
  3. een half douzijn stoelen, tezamen begroot op zestigh cents
  4. een klein stoeltjen, begroot op vijf cents
  5. een tang, begroot op tien cents
  6. een haardketting, begroot op vijftien cents
  7. een rood koperen waterketel, begroot op vijftigh cents
  8. een pannekoekenpan met haar hangijzer, insgelijks begroot op vijftigh cents
  9. een zoutbak, begroot op vijf cents
  10. een geel koperen hanglamp, begroot op veertigh cents
  11. een boor, begroot op vijf cents
  12. een tinnen theepot, begroot op twintigh cents
  13. een koffymolen, begroot op tien cents
  14. zes ledige vlessen, tezamen begroot op twintigh cents
  15. een bakzeef, begroot op veertigh cents
  16. dertien blaauw bonte grove aardene grotere en kleindere schotels, tezamen begroot op vijftigh cents
  17. zeven dito borden, tezamen begroot op vijf cents
  18. een lepelbord met drie lange en vier ronde tinnen lepels, tezamen begroot op vijfentwintigh cents
  19. acht ijzeren vorkjes, tezamen begroot op vijftien cents
  20. een ijzeren vleeschgaffel, begroot op tien cents
  21. drie ijzeren potten, tezamen begroot op zestigh cents
  22. een blaauw bont keulsch aarden en twee groove rode dito potten, tezamen begroot op vijftien cents
  23. een melkkarn en kuven, tezamen begroot op zeventigh cents
  24. een melkteems en een handloper, tezamen begroot op vijf cents
  25. een paar wateremmers, te zamen begroot op veertigh cents
  26. een haarspit met zijn hamer, insgelijks begroot op veertigh cents
  27. een els met een hamer, tezamen begroot op vijf cents
  28. een spindvat, begroot op tien cents
  29. een hulpzeel en een gruppel, zijn te zamen begroot op vijf cents
  30. een broodspind, begroot op zestigh cents
  31. drie paren grof theegoed, in alles begroot op vijf cents
  32. een spinnewiel, begroot op een gulden
  33. een haspel, begroot op vijftien cents
  34. een ebbenhouten kleerkist, begroot op vijf guldens
  35. een dito, begroot op twee guldens
  36. een bruin lakensche mansrok, begroot op een gulden en vijftigh cents
  37. een zwarte vijfschagtene mansbroek, een bruine damastene en een witte marsellene borstrok, in alles begroot op een gulden
  38. een zwarte damastene, twee dito vijfschagtene en een blaauwe dito vrouwen rokken, tezamen begroot op twee guldens
  39. een bruine en een rood zijdene vrouwen halsdoek, mitsgaders een rood katoenene dito, tezamen begroot op een gulden en vijftigh cents
  40. een blaauwe wollene en een bonte katoenne voorschoot, tezamen begroot op een gulden
  41. tien vrouwen mutzen, tezamen begroot op vijftigh cents
  42. vier witte katoenene halsdoeken, tezamen begroot op een gulden
  43. vijf vrouwen hemden, tezamen begroot op vijftigh cents
  44. tien Nederlandsche ponden vlas, in alles begroot op twee guldens
  45. een eikenhouten kleerkast, begroot op vijfenzeventigh cents
  46. een boven- en een onderbed, een peuluw, twee kussens en een paar bedlakens, in alles begroot op vier guldens
  47. een paar blaauwe wollene bedgordijnen met haar toebehoor, in alles begroot op vijftigh cents
  48. een boven- en een onderbed, een peuluw, twee kussens en een paar bedlakens, in alles begroot op een gulden

 

b. in de bakkamer, links de keuken:

  1. een baktrog, begroot op vijfenzeventigh cents
  2. een meelzeef, begroot op tien cents

 

c. op de deele, uitgaande op de Steege:

  1. een roodbonte melkkoe, begroot op zestien guldens
  2. een zwartbont jong dito, begroot op acht guldens
  3. drie baliën, tezamen begroot op een gulden
  4. een snijzomp met zijn mes, in alles begroot op een gulden, vijf en twintigh cents
  5. een ladder, begroot op zestigh cents
  6. een vlasbrake, begroot op dertigh cents
  7. een seis en een zigt, tezamen begroot op vijftigh cents
  8. een paar mestgreepen en een plaggen-schop, tezamen begroot op vijftigh cents
  9. een veen- en een aardappelenhark, tezamen begroot op veertigh cents
  10. een paar dorschvlegels, tezamen begroot op tien cents
  11. een kruikar, begroot op vijftigh cents
  12. een haan met negen hennen, tezamen begroot op twee guldens

 

d. op de zoldering des huizes:

  1. nagenoeg een vijm ongedorschtte boekweite, begroot op een gulden
  2. nagenoeg twee vijmen stroo, begroot op drie guldens
  3. vijfentwintigh bossen ongedorschtte garste, begroot op vijfentwintigh cents

 

III. Tituls en papieren

  1. een onderhandsch koops-contract, de dato den eersten april des jaars eenduizend achthonderd en zeventien, den negentienden maij aanvolgende ten kantore Ommen geregistreerd in verbis, over de hiervoren sub 1 geinventariseerde katerstede den Holskamp cum annexis, gecelebreerd tusschen Jetso van Voss en Willem Swam, verkoperen, en Gerrit Laarman en deszelfs huisvrouwe Hendrikje Nijhuis, koperen, - en houdende in dorso de kwitantie der betaalde koopspenningen in dato den negentienden meij opgemeld; welk koopscontract door ons ondergetekende notaris gekwoteerd en geparapheerd zijnde, als een enkel stuk, is gebragt op dezen staat en inventaris onder numero een

IV. Declaratie van uit- en inschulden

Door de vrouwe rekwirante in dezen Hendrikjen Nijhuis, weduwe en boedelhoudersche van wijlen Gerrit Laarman, wordt gedeclareerd dat zich op het moment van het overlijden van denzelven haren echtgenoot geene comptante penningen in de onderhavige gemeenschap bevonden, zo als zich op dit moment ook geene comptante gelden in dezelve zijn bevindende; hebbende voorts dezelve gemeenschap niets anders te goede dan vier guldens huur van de hiervooren sub 1 geinventariseerden gaarden ter Steede Ommen, van Hendrik Praassink aldaar, doch zijnde daarentegen door dezelve verschuldigd:

  1. aan Egbert Smelt te Vriesenveen, eene capitaale schuld, rentende vier en een half procent, ter summa van vierhonderd en tachtigh guldens
  2. aan denzelven, voor achterstallige en lopende renthen, verschijnende den vijfentwintigsten april aanstaande, de summa van vijfentachtigh guldens
  3. aan den toezienden voogd in dezen, Hendrik Laarman, wegens geleend geld, de summa van per resto twintigh guldens
  4. aan Jan Warmink te Gietmen, meede wegens geleend geld, de somma van acht guldens
  5. aan Hermannus Bolks te Varssen, voor geleverd stroo, de summa van drie guldens
  6. aan Herm Oldeman te Ommen, wegens geleend geld, de summa van twee guldens
  7. aan de vheeartz Ruth Wanningen, wegens verdienst en leverantie van medicamenten, een gulden
  8. aan Albert Jan Stoffer te Ommen, wegens verflonen, een gulden en vijftigh cents
  9. aan de notaris Chevallerau te Ommen, wegens verdienden leges en verschotten, zes guldens
  10. aan Albert Namink te Arriën, voor een varken, drie guldens
  11. aan Hendrik Dunnewind te Rheze, voor leverantie van een doodkist, zes guldens
  12. aan Evert Dorgelo te Heemse, wegens leverantie van winkelgoederen, acht guldens
  13. aan Jan Schottink te Bergentheim, wegens geleend geld, vier guldens
  14. aan de smit Gerhardus Volkers te Hardenbergh, wegens verdienst, drie guldens
  15. aan de bakker Gerhardus Ebbertus Sierink te Hardenbergh, wegens leverantie van brood, vier guldens
  16. aan de gezusters van Munster te Hardenbergh, wegens geleverd winkelgoed, een gulden
  17. aan den organist Dorgelo te Heemse, wegens tractement, vijfenzeventigh cents
  18. aan Jan Herm van Loo en compagnie te Hardenbergh, wegens geleverde winkelgoederen, vijftigh cents
  19. aan Gerrit Slotman te Rheezerveen, voor een geleverd koebeest, negen guldens
  20. aan Jan van Beerse te Beerse, wegens geleverde waaren, drie guldens
  21. aan Mannes Eschhuis te Diffelen, wegens geleend geld, drie guldens en vijftigh cents
  22. aan Jan Stoeten Lubbertszoon te Rheeze, wegens geleend geld, drie guldens
  23. aan den griffier van het Vredegerecht, Jan Bruins te Heemse, wegens leges en verschotten, vijf guldens
  24. aan Gerrit Laarman te Daarle, voor wolle, twee guldens
  25. aan Jennechien Nijhuis te Rheeze, wegens geleend geld, twee guldens
  26. aan Hendrik Rozendaal te Varssen, voor wollegeld, een gulden
  27. aan Jan Hendrik Zweers Jan Hendrikszoon jr., te Hardenbergh, wegens kuiploon, vijf en dertigh cents
  28. aan den meedevoogd in deezen, Gerrit Schutte, wegens geleende en voorgeschotene gelden, de somma van drie en twintigh guldens

tezamen uitmakende eene schuldenlast van zeshonderd acht en tachtigh guldens en zestigh cents, en heeft de declarante alhier na voorlezing getekendt.

 

Men heeft ten dezen gevaceerd bij verdubbelde vacatiën van des morgens negen uren tot des achtermiddaags vier uren, en alzo gedurende zeven achtereenvolgende uren van denzelfden dag. En dit gedaan en niets meer gevonden zijnde om in dezen staat ien inventaris te bevatten is al hetgeen daarbij vermeld gelaten en verbleeven in het bezit en de bewaring van de rekwirante Hendrikjen Nijhuis, weduwe en boedelhoudersche van wijlen Gerrit Laarman, en van den meede-rekwirant in dezen Gerrit Schutte voorzeid, die dit dan ook zo te zamen, als ieder afzonderlijk erkennen en zich tevens belasten om al hetzelve wederom te voorschijn te brengen en te verantwoorden wanneer en aan wie zulks behoren zal.

 

En heeft de vrouwe rekwirante Hendrikjen Nijhuis, weduwe en boedelhoudersche van wijlen Gerrit Laarman in onze handen den eed afgelegd van niets te hebben weggemaakt, nog te hebben gezien of te weeten dat iets is weggemaakt geworden van de goederen des boedels en gemeen- of nalatenschap ten dezen voormeld, zijnde dezen tegenswoordigen staat en inventaris deugdelijk en oprecht en bevattende al het geen tot den onderhavigen boedel en gemeen- of nalatenschap behoord, exept een kerkboek met een paar zilveren krappen, hetwelk door haar aan Jan Schottink is gegeven in pandschap voor de hiervoren sub IV, nr. 13 vermelde, van denzelven geleende vier guldens, ende zulks op de straffen bij de wet bepaald, die haar ontvoudt zijn door ons ondergetekende notaris in tegenwoordigheid van de voormelde en hier ondergetekende getuigen, en welke zij des gezegd heeft wel te verstaan.