Notariële akte 22 juni 1821

In het jaar eenduizend achthonderd een en twintigh, den twee en twintigsten der maand junij, des morgens ten tien uuren, in het woonhuis nr. 8 op het erve het Mollinks te Bergentheim, gemeente het Schoutambt Hardenbergh, kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel.

Ten verzoeke van Jennechien Mollink, weduwe van wijlen Herm Wijchmink, zonder beroep, woonende in de kamer bovenaan het woonhuis op het erve Mollink te Bergentheim voorschreeven, voor haar zelven.

Verder ten verzoeke van Fennechien Bolks, huisvrouwe van Roelof Bolks (de echtgenoot dezelve zijne echtgenoote ten dezen authoriseerende bij dezen), landbouwers, wonende op het erve Mollink te Bergentheim voormeld, meede voor haar zelven.

Wijders ten verzoeke van Seine Bolks, landbouwer, woonende te Heemse in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh voorzeid, insgelijks voor zichzelven.

Voorts ten verzoeke van Egbert Bolks, landbouewr, woonende te Echteler, gemeente Emmelenkamp, graafschap Bentheim, koningrijk Hanover, alsmeede voor zichzelven.

Alverder ten verzoeke van Hermannus Bolks, landbouwer, woonende te Varssen, gemeente het Schoutambt Ommen, kanton van dien naam, dezes arrondissements, insgelijks voor zichzelven.

Alwijders ten verzoeke van Zwaantjen Bolks, huisvrouwe van Albert Kromhof (de echtgenoot dezelve zijne echtgenoote ten dezen authoriseerende bij dezen), landbouwers, wonende te Heemse voorschreeven, meede voor haarzelven.

Nog ten verzoeke van Hendrikjen Vinke, huisvrouwe van Gerrit Warnderink (de echtgenoot dezelve zijne echtgenote ten dezen authoriseerende bij dezen), landbouwers, almeede te Heemse voorzeid woonachtigh, almeede voor haarzelven.

Alnog ten verzoeke van Hermannus Vinke Janszoon, zonder beroep, woonende te Heemse meergemeld, in naam en kwaliteit van vader en wettigen voogd zijner nog minderjarige kinderen Jannes Vinke, Hermen Jan Vinke, Klaas Vinke en Jan Vinke, door hem bij zijne wijlen huisvrouwe Stijntjen Bolks in echte verwekt.

Verder meede ten verzoeke van Herm Bolks, landbouwer, wonende te Heemse voornoemd, voor zichzelven.

Wijders meede ten verzoeke van Seine Bolks voorschreeven en van Egbert Scholten, landbouwer, wonende te Lozen, gemeente Gramsbergen, deezes kantons, in kwaliteit van voogden over Hendrikjen Bolks, minderjarige dogter van wijlen Gerrit Bolks en vrouwe Geertjen Geertmans, in leven landbouwers te Heemse voormeld, zijnde tot dezen post verkoren door den heer Jan Godfried Pruim, tijdelijken Scholtus des Kerspels Hardenbergh cum annexis, bij publieke acte van den negen en twintigsten der maand november des jaars eenduizend achthonderd en zes.

Voorts meede ten verzoeke van Zwaantjen Vliermans, weduwe van wijlen Albert Bolks, landbouwersche, wonende te Linde, gemeente het Schoutambt den Ham, kanton Ommen, dezes arrondissements, in naam en kwaliteit van moeder en wettige voogdesse haarer vier minderjaarige kinderen Hendrikjen Bolks, Gezina Bolks, Jan Bolks en Seine Bolks, door haaren voorzeiden wijlen echtgenoot bij haar in echte geprocreëerdt.

Alverder meede ten verzoeke van Jan Peters, landbouwer, wonende te Egede, gemeente het Schoutambt Hellendoorn, kanton Raalte, dezes arrondissements, voor zichzelven.

Alwijders meede ten verzoeke van Willem Peters, insgelijks landbouwer te Egede voornoemd en meede voor zichzelven.

Nog meede ten verzoeke van Gerrit Jan Peters, almeede landbouwer te Egede voorschreeven en insgelijks voor zichzelven.

Zijnde de gezamentlijke rekwiranten pro se et qualitate qua (deeze laatsten daartoe geauthoriseerd bij besluiten van de daartoe op den negenden en veertienden april en negenden maij laatstleeden onder voorzitting van de heeren Jozephus Petrus Johannes de Quaij, Vrederechter van het kanton Ommen, en Jan Godfried Pruim, Vrederechter van het kanton Hardenbergh, respective te zaamen geroepene en vergaderde familie-raaden, luid derzelver procesverbalen daaraf in datis van die daagen, den tienden en zestienden april en twaalfden maij voorschreeven, behoorlijk ten bureele Ommen geregistreerd, en alle drie dezen geannecteerd met melding making van die annexe aan den voet derzelve) bekwaam om zich, in gevolge derzelver testamentaire dispositie, den vier en twintigtsten februarij dezes jaars voor ons notaris en getuigen gepasseerd en den vijfden maart aanvolgende behoorlijk ten bureele Ommen geregistreerdt, gezamentlijk als praelegatarissen en erfgenamen (de minderjarigen ten dezen echter niet anders dan onder beneficie van inventaris, waaromtrend namens dezelve op den vijfden deezer behoorlijke declaratie ter griffie der rechtbank van eersten aanleg dezes arrondissements, zitting houdende te Deventer, is gedaan, luid acte daarvan aan derzelver voornoemde voogden verleend en den zevenden aanvolgende aldaar geregistreerdt, waarvan meede een extract dezen is geannecteerd met meldingmaking van die annexie aan den voet van hetzelve) te gedragen van wijlen haare zuster, moeije en oud-moeije respective Aaltjen Mollink, zonder beroep, in leven te Bergentheim meergemeld op het erve Mollink voorschreeven woonachtigh.

In tegenwoordigheid van Seine Bolks meergemeld, in naam en kwaliteit van toeziende voogd over de minderjarigen Jannes Vinke, Hermen Jan Vinke, Klaas Vinke en Jan Vinke voorschreeven, zijne neeven; zijnde hij Seine Bolks tot dezen post verkoren bij besluit van de bloedverwandten en vrienden derzelve minderjarigen bij wijze van familie-raad op den tienden der maand october des jaars eenduizend achthonderd en achttien, onder voorzitting van den heer Jan Godfried Pruim, Vrederechter dezes kantons, vergaderd, luid deszelfs proces-verbaal daaraf in dato van dezen dag, den vijftienden aanvolgende behoorlijk ten bureele Ommen geregistreerdt.

Wijders in tegenwoordigheid van Lucas Geertman, landbouwer, wonende te Heemserveen, gemeente het Schoutambt Hardenbergh, deezes kantons, in naam en kwaliteit van toeziende voogd over de minderjarige Hendrikjen Bolks voorschreeven, zijne nicht; zijnde hij Lucas Geertman tot dezen post verkoren bij besluit van de bloedverwandten en vrienden derzelve bij wijze van familie-raad op den veertienden april dezes jaars onder voorzitting van den heer Jan Godfried Pruim, Vrederechter dezes kantons, vergaderd, luid deszelfs proces-verbaal daaraf in dato dien dag, den zestienden aanvolgende behoorlijk ten bureele Ommen geregistreerdt.

Eindelijk in tegenwoordigheid van Hermannus Bolks voorschreeven, in naam en kwaliteit van toeziende voogd over de voormelde minderjarigen Hendrikjen Bolks, Gezina Bolks, Jan Bolks en Seine Bolks, zijne nichten en neeven; constaterende deeze zijne kwaliteit uit het hiervoren aangehaalde en dezen geannecteerde proces-verbaal van den heer Jozephus Petrus Johannes de Quaij, Vrederechter van het kanton Ommen, de dato den negenden april dezes jaars, des daags aanvolgende behoorlijk ten bureele Ommen geregistreerdt.

Tot de bewaring van de rechten van parthijen van alle anderen, die daarbij belang zouden mogen hebben, word door ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter Steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van Mannes Nijman en van Hendrik Kosters, beide landbouwers, wonende te Bergentheim meergemeld, de eerstgenoemde in nr. 11 en de laatstgemelde in nr. 7, als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen toegetreeden en overgegaan tot het opmaken van eene inventaris, mitsgaders beschrijving van de roerende goederen en objecten van roerenden aard, comptante gelden, tituls, papieren en renseignementen, behoorende tot en specteerende de nalatenschap van wijlen Aaltjen Mollink voorschreeven, zullende owrden bevonden in de voormelde kamer boven aan het woonhuis op het erve Mollink te Bergentheim voornoemd, mitsgaders in dat woonhuis zelve; welke kamer door dezelve Aaltjen Mollink laatstelijk levende met de eerste rekwirant in deezen is bewoond en in wlke dezelve overleeden is op den vierentwintigsten der maand februarij dezes jaars.

En zullen alle de voorschreevene en hierna te vermeldene goederen worden opgegeven en te voorschijn gebragt door de eerste rekwirante in deezen Jennechien Mollink, weduwe van wijlen Herm Wijchmink, voor zo verre in de voormelde kamer boven aan het woonhuis op het erve Mollink, die zedert het overlijden van haare zuster Aaltjen Mollink alleen heeft bewoond, aanweizg, en door de tweede rekwirante in deezen Fennechien Bolks en haaren voormelden echtgenoot Roelof Bolks voor zo verre op andere plaatsen van het eigentlijke woonhuis op het erve Mollink door hun zo bij als na het leeven van dezelve Aaltjen Mollink bewoond en gebruikt, voor handen; als hebbende dezelve rekwiranten alzo respectivelijk daarvan, na het afleven hunner voorzeide wijlen zuster en moeije respective Aaltjen Mollink, daarvan het bezit en de bewaring gehadt.

De begroting der goederen, daaraan onderworpen, zal gedaan worden door Jan Hendrik Edelijn, deurwaarder van het Vredegericht dezes kantons, wonende ter Steede Hardenbergh, in de Voorstraat, noordzijde, nr. 10, als in dezen door parthijen verkorenen expert-priseur of commissaris-schatter; hebbende alverders in onze handen, ten overstaan van parthijen en in tegenwoordigheid van de voormelde en hier ondergetekende getuigen, den eed afgelegd van die begroting naar beste wetenschap te willen doen ter juister waarde en zonder opleg.

En hebbende parthijen, de eerste en tweede der rekwiranten, mitsgaders der laatstgemelde voornoemden echtgenoot meede in kwaliteit van bewaarders, en de expert-priseur of commissairs-schatter benevens de voormelde getuigen en ons notaris alhier, na voorlezing, getekendt.

Dit gedaan zijnde is men voortgegaan tot het opmaken van de inventaris navolgende:

I. Roerende goederen

a. In de kamer, bovenaan het woonhuis van het erve het Mollink, uitziende met drie vengsterraamen op den zogenaamden Mollinkhoff

1.

een tinnen oorts-maat, begroot op f. 0,30

2.

zes dito schotels, tezamen begroot op f. 4,-

3.

een dito bord, begroot op f. 0,40

4.

een dito theepot, insgelijks begroot op f. 0,40

5.

een hangklok, begroot op f. 12,-

6.

een geelkoperen staande lamp, begroot op f. 0,50

7.

een hangende dito, meede begroot op f. 0,50

8.

een dito theebosjen, begroot op f. 0,15

9.

een roodkoperen koffijketeltjen, begroot op f. 0,40

10. twee dito waterketeltjes, tezamen begroot op f. 2,50

11. een halfdouzijn roodbont aarden theegoed, begroot op f. 0,60

12. een half douzijn blaauwbont dito, begroot op f. 0,40

13. een half douzijn bruinbont porcelein, begroot op f. 1,25

14. twee blaauwbonte aardene spoelkommen, tezamen begroot op f. 0,30

15. vijf dito schotels, tezamen begroot op f. 0,75

16. een zwarte aardene theepot, begroot op f. 0,15

17. een ijzeren haardhaal, begroot op f. 2,-

18. een tang, begroot op f. 0,50

19. een dito, begroot op f. 0,40

20. een aschschop, begroot op f. 0,60

21. een ijzeren staande plaat, begroot op f. 6,-

22. een roodgeverfd langwerpig vurenhouten tafeltjen, begroot op f. 0,60

23. een koffijmolen, begroot op f. 0,40

24. vier stooven, tezamen begroot op f. 1,-

25. acht stoelen, tezamen begroot op f. 3,25

26. een donkerbruin damasten stoelkussen, begroot op f. 1,-

27. twee blaauwe gedrukte sergen dito, tezamen begroot op f. 1,25

28. een houten lamphaal, begroot op f. 0,10

29. een spiegeltjen, begroot op f. 0,20

30. twee ijzeren potjes, tezamen begroot op f. 0,75

31. een wateremmer, begroot op f. 0,60

32. een houten water-nap, begroot op f. 0,05

33. een paar bierglazen, tezamen begroot op f. 0,10

34. een paar Keulsche melkpotjes, tezamen meede begroot op f. 0,10

35. twee paren groene saaijen bedgordijnen met haar toebehoren, in alles begroot op f. 4,-

36. een boven- en een onderbed, twee peuluwen en drie kussens van blaauwgestreepte buur, in alles begroot op f. 30,-

37. een boven- en een onderbed, twee peuluwen en vijf kussens, in alles begroot op f. 50,-

38. een kleermand, begroot op f. 0,40

39. een bruine eikenhoutene kleerkast, begroot op f. 10,-

40. een zwartbont katoenen jak, begroot op f. 2,25

41. een donkerbruin sergen dito, begroot op f. 4,-

42. een bruin krippen dito, begroot op f. 1,50

43. twee roode baaijene rokken, begroot op f. 10,-

44. een zwartbonte catoenen schoudermantel, begroot op f. 1,50

45. een paarschbonte dito, begroot op f. 2,25

46. een witbonte dito, begroot op f. 0,50

47. een donkerbruine damasten borstrok, begroot op f. 1,-

48. een paar blaauwbonte gedrukte linnene dito, tezamen begroot op f. 1,50

49. een paar zwarte wollene voorschoten, tezamen begroot op f. 2,25

50. een grijs dito, begroot op f. 0,60

51. vier blaauwe linnene dito, tezamen begroot op f. 4,50

52. een zwartbonte catoenene dito, begroot op f. 2,-

53. een zwarte wannene dito, meede begroot op f. 2,-

54. een paar roode zijdene halsdoeken, tezamen begroot op f. 3,-

55. een zwart zijdene dito, begroot op f. 2,-

56. een roode catoenen dito, begroot op f. 0,75

57. vijf blaauwbonte catoene zakdoeken, tezamen begroot op f. 2,25

58. twee blaauwe gestreepte dito, tezamen begroot op f. 0,75

59. een bruine catoenen halsdoek, begroot op f. 1,-

60. een witbonte dito, begroot op f. 0,60

61. een zwartzijden kapjen, begroot op f. 0,75

62. een paar zwarte wollene moffen, begroot op f. 0,30

63. twee paaren fluwelene dito met zilveren haakjes, tezamen begroot op f. 1,25

64. een half douzijn halsserviëtten, gemerkt Z.M., tezamen begroot op f. 4,50

65. twintigh gansogene dito, zonder merk, tezamen begroot op f. 12,-

66. een douzijn tierentijnsche dito, tezamen begroot op f. 3,25

67. veertien witte linnene dito, tezamen begroot op f. 5,50

68. achttien vrouwenhembden, tezamen begroot op f. 20,-

69. een mutsz met kant, begroot op f. 1,-

70. drie dito met kamerijksdoek, tezamen begroot op f. 1,25

71. negen dito met gaas, tezamen begroot op f. 2,-

72. acht merseillenen ondermutzen, tezamen begroot op f. 0,75

73. een overtrek van een bed (blaauw gestreepte buur), begroot op f. 6,-

74. een dito van een peuluwe, begroot op f. 1,50

75. een dito van een kussen, begroot op f. 0,75

76. twee linnen zakdoeken, tezamen begroot op f. 1,-

77. vier neteldoeksche halsdoeken, tezamen begroot op f. 3,-

78. drie witte catoene dassen, tezamen begroot op f. 1,25

79. een gansogen tafellaken, zonder merk, begroot op f. 2,-

80. acht kussenslopen, tezamen begroot op f. 5,-

81. vier vlassene bedlakens, tezamen begroot op f. 9,-

82. vier groove dito, tezamen begroot op f. 5,-

83. vier roode baaijene luwen, tezamen begroot op f. 3,-

84. twee kerkboeken met zilveren kreppen, tezamen begroot op f. 11,-

Tezamen f. 284,95

Tot al het vorenstaande is men bezig geweest bij drie dubbelde vacatie van des morgens tien uuren tot des avonds zeven uuren, en alzo geduurende negen achtereenvolgende uuren van denzelfden dag, besteed zo tot het opmaken van het vorenstaande hoofd van den inventaris, als tot de prisatie en inventarisatie der hiervoren geïnventariseerde goederen, mitsgaders het nagaan en ter navolgende inventarisatie rangschikken van in de nalatneschap meede gevondene tituls en papieren; welke met en benevens al het verder te inventariserene, mitsgaders het reeds geïnventariseerde is verbleven, voor zo verre voorgevonden in de kamer boven aan het woonhuis op het erve Mollink, aan de eerste rekwirante Jennechien Mollink, weduwe van wijlen Herm Wijchmink, en, voor zo verre wijders in hetzelve woonhuis aanwezig, aan de tweede rekwirante Fennechien Bolks en derzelver echtgenoot Roelof Bolks; die dit dan respectivelijk ook erkennen en zich tevens belasten om al hetzelve wederom te voorschijn te brengen en te verantwoorden, wanneer en aan wie zulks believen zal; en is de vacatie tot het voortzetten van den onderhavigen staat en inventaris uitgesteld tot en bepaald op dingsdag aanstaande den zes en twintigsten dezer, des voordemiddags tien uren. En hebben de parthijen, de eerste en tweede der rekwiranten, mitsgaders der laatstgemelde echtgenoot meede in kwaliteit van bewaarders, en de expert-priseur of commissaris-schatter benevens de voormelde getuigen en ons notaris, alhier, na voorleezing, getekendt ten jaare, dage en plaatze, als boven, des avonds ten zeven uuren.

Tweede vacatie.

En ten voorzeiden dage dingsdag den zes en twintigsten der maand junij des jaars eenduizend achthonderd een en twintigh, des morgens ten tien uuren in het woonhuis nr. 8 op het erve het Mollinks te Bergentheim, gemeente het Schoutambt Hardenbergh, kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, ingevolge de bepaling daaromtrent bij het slot der vorige vacatie gemaakt, wordt door ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, residerende ter Steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van Mannes Nijman en Hendrik Kosters, beide landbouwers, woonende te Bergentheim voorzeid, de eerste in nr. 11 en de tweede in nr. 7 woonachtigh, als hiertoe opnieuw expresselijk verzochtte getuigen, de voorschreevene inventarisatie vervolgd, ten verzoeke en in tegenwoordigheid mitsgaders in kwaliteiten, en met authorisatie als bij de vorige vacatie, en zulks in maniere navolgende:

85. een paar zilveren schoengespen met ijzeren beugels en tongen, zonder ons bekende keur, doch gemerkt A.M., wegende aan zilver vier Nederlandsche loden en drie dito wigjes, en begroot op f. 3,75½

86. een paar dito broekgespen, met dito beugels en tongen, meede zonder ons bekende keur, doch wegende vier Nederlandsche loden en zes dito wigjes, en begroot op f. 3,90

87. een groene trijpen tas met een zilveren beugel en kaak, meede zonder ons bekende keur, wegende twee Nederlandsche oncen, drie dito loden en zeven dito wigjes, en begroot op f. 20,80

88. twee mandjes met oude lappen, begroot op f. 0,30

89. negen Nederlandsche ellen, zes dito palmen, twee dito duimen en negen dito streepen wit linnen, tezamen begroot op f. 5,50

90. acht Nederlandsche palmen en zes dito duimen blaauw vijfschagt, tezamen begroot op f. 1,-

91. een eikenhouten kleerkist, begroot op f. 8,-

92. een roodbont nachgronden catoenen jak, begroot op f. 1,25

93. een paarschbont dito, begroot op f. 1,50

94. een zwart ras de Marocquen dito, begroot op f. 2,25

95. een zwarte serge de dames rok, begroot op f. 3,-

96. een blaauw vijfschagten dito, begroot op f. 4,-

97. een blaauw baaijen dito, begroot op f. 2,-

98. een bruin gestreepte calminken dito, begroot op f. 3,-

99. een zwarte wollen dito, begroot op f. 1,50

100. een blaauw gestreepte baaijen dito, begroot op f. 1,25

101. een blaauw wollen voorschoot, begroot op f. 2,-

102. een zwarte grijze dito, begroot op f. 1,25

103. een blauw damasten mansborstrok, begroot op f. 3,-

104. een zwart lakensche mansbroek, begroot op f. 3,50

105. vier en vijftigh stukken vlasse garen, tezamen begroot op f. 8,-

106. tien stukken wit wollen garen, tezamen begroot op f. 1,25

107. een boven- en een onderbed, twee peuluwen en drie kussens, blaauw bedde-buur, tezamen begroot op f. 30,-

108. een boven- en een onderbed, twee peuluwen en vijf kussens, tezamen begroot op f. 50,-

109. twee paar groene saaijen bedgordijnen, tezamen begroot op f. 4,-

b. In het tot de voormelde kamer boven aan het woonhuis op het erve Mollink gehorende zijkamertje, lings den haard en uitziende met een vengsterraampjen op Mollinkhoff:

1.

een vurenhouten stilligjen, begroot op f. 1,-

2.

een pannekoenpan met zijn hangijzer, tezamen begroot op f. 1,50

3.

een muizeval, begroot op f. 0,30

4.

twee blaauwe Keulsche aardene potten, tezamen begroot op f. 0,30

5.

drie rode aardene dito, tezamen begroot op f. 0,25

6.

een dito waterpot, begroot op f. 0,10

7.

een dito kom, begroot op f. 0,10

8.

drie steenen kannen, tezamen begroot op f. 0,40

9.

twee rode aardene schotels, tezamen begroot op f. 0,15

10. twee blaauwbonte dito, tezamen begroot op f. 0,30

11. een dito bord, begroot op f. 0,05

12. een ijzeren potjen, begroot op f. 0,50

13. een Keulsch aarden melkpotjen, begroot op f. 0,05

14. tien ledige vlessen, tezamen begroot op f. 0,50

15. twee dito mandjes, tezamen begroot op f. 0,40

16. een spindvat, begroot op f. 0,30

17. een melkleupen, begroot op f. 0,50

18. twee bedkussens, tezamen begroot op f. 3,-

19. een oude melkemmer met een geelkoperen henge, tezamen begroot op f. 0,40

20. een lepelbord met tien tinnen lepels, tezamen begroot op f. 0,75

21. een blikken tregter, begroot op f. 0,10

22. een schrijflei, begroot op f. 0,25

23. drie houten schotels, tezamen begroot op f. 0,10

24. een spanenhouten doos, begroot op f. 0,05

25. een en twintigh Nederlandsche ponden, een dito once, een dito lood, drie dito wigjes en drie dito korrels ongehekelt vlas, tezamen bedgroot op f. 6,-

26. een Nederlandsch pond, vier dito oncen, drie dito loden, negen dito wigjes en vijf dito korrels heede, tezamen begroot op f. 0,50

c. Op de deel van het eigentlijke woonhuis op het erve Mollink, waarna toe ons met de parthijen, den expert-priseur of commissaris-schatter en de getuigen hebben geven, bevonden:

1.

een eikenhouten kist, begroot op f. 0,25

2.

een blaauw gestreept bovenbed, begroot op f. 12,-

3.

twee blaauwe baaijen stoelkussens, tezamen begroot op f. 2,-

4.

een stroohoed, begroot op f. 0,15

5.

een eikenhouten zaadkist, begroot op f. 9,-

II. Tituls en papieren

1.

acte van maagscheid den dertigsten junij zeventienhonderd acht en tachtigh voor den heer Jan Godfried Pruim, tijdelijken verwalter Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen gecelebreerd en opgericht tusschen Zwaantjen Hendriks, weduwe van wijlen Seine Mollink en derzelver kinderen Hendrik Mollink, Albert Mollink, Gerrit Mollink, Hermptjen Mollink, huisvrouwe van Jan Bolks, Kunnegien Mollink, huisvrouwe van Derk Peters, Jennegien Mollink, huisvrouwe van Hermen Wijgmink, Aaltjen Mollink en Egbert Oolberts, als representerende zijne wijlen moeder Zwaantjen Mollink, over den boedel en goederen van voornoemde wijlen Seine Mollink en deezer weduwe Zwaantjen Hendriks voorschreeven, waarbij is bepaald en vastgesteld:

a. dat Zwaantjen Hendriks, weduwe Seine Mollink haar levenlang geduurende den boedel en goederen zoude blijven administreren en regeeren

b. dat echter na derzelver overlijden, dezelve boedel en goederen, zo mobile als immobile, niets in ’t groot of klein uitgezonderd (dan de kast en het lijfstoebehoor van meergemelde Zwaantje Hendriks welk een en ander na haar dood door haare voormelde dogter Aaltjen Mollink alleen zoude worden genoten en van de na te vermeldene gerede penningen en uitstaande obligatiën, waarvan nader zoude worden gezegd) in eigendom zoude overgaan op haare drie zonen en dogters voormeld met naamen Hendrik Mollink, Albert Mollink, Gerrit Mollink en Aaltjen Mollink, die daartegen verplicht zouden zijn om aan haare voormelde drie zusters en neef Hermtjen Mollink, Kunnegien Mollink, Jennegien Mollink en Egbert Oolberts, in voldoening van derzelver respective ouderlijke en grootouderlijke erfportiën, als dan zoude uitkeeren vierhonderd en vijftigh guldens aan ieder derzelve, terwijl van de berekende en bekende penningen en uitstaande obligatiën des boedels vooraf zouden worden genoten door Hendrik en Aaltjen Mollink voormeld, ieder eenhonderd guldens en dienna met voormelde Albert Mollink, Gerrit Mollink, Hermtje Mollink, Kunnegien Mollink, Jennegien Mollink en Egbert Oolberts in aegale portiën zoude worden geërfd en verdeeld

c. dat, bij goedvinden van Hendrik Mollink, Albert Mollink, Gerrit Mollink en Aaltjen Mollink om hun ouderlijk huis te verlaten en elders in te trouwen, door ieder hunner van de in het ouderlijk huis blijvende broeders of zusters voor derzelver ouderlijke erfportie niet meerder zoude kunnen worden geëischt en gevorderd, als door zusters Hermtjen Mollink, Kunnegien Mollink en Jennegien Mollink bij derzelver trouwen reeds was genoten en van haarer moeders overlijden nog zouden komen te genieten.

2.

quitancie van Derk Peters in dato den twaalfden november zeventienhonderd negentigh, waarbij bekend met zijne huisvrouwe Kunnegien Seine ontvangen te hebben van vader en moeder, suster en broeders, vierhonderd en vijftigh guldens.

3.

quitancie van Harmen Wijgmink en vrouwe Jennegien Mollink de dato den dertienden julij eenduizend zevenhonderd een en negentigh, waarbij bekenden van haare schoonmoeder Zwaantjen Mollink, zwagers en zwagersche Hendrik, Albert, Gerrit, Aaltjen te Bergentheim voor bruidschat vierhonderd en vijftigh guldens ontvangen.

4.

een quitancie van Jan Bolks, waarbij bekend van zijn schoonvader Seine Mollink ontvangen te hebben driehonderd guldens; en een quitancie van denzelven waarbij bekend van denzelven zijnen schoonvader Seine Mollink nog te hebben ontvangen eenhonderd guldens.

5.

testamentaire dispositie van Egbert Oolberts te Bergentheim, den dertigsten april eenduizend zevenhonderd twee en negentigh voor den heer Gerrit Jan Crull, tijdelijken verwalter Scholtus van Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen verleden, waarbij wordt gelegateerd

a. aan zijn oom Hendrik Mollink de thiende uit het erve Oelbers

b. aan zijne drie moeijen Hemme Mollink, huisvrouwe van Jan Bolks te Heemse, Cunne Mollink, huisvrouwe van Derk Peters te Eegde en Jenne Mollink, huisvrouwe van Hermen Wijchmink, ieder eenhonderd guldens

c. stellende en nominerende eindelijks tot zijne eenige en universeele erfgenaamen zijne driee ooms en moeijen Hendrik, Gerrit en Aaltjen Mollink

6.

onderhandsche acte van koop, cessie en betaaling de dato Hardenbergh den vijfden junij eenduizend zevenhonderd en twee, over twee daghwerken hooijland in de Brughtermaeten, door Lefert Berents de Vinck aan Albert Mollink te Bergentheim

7.

onderhandsche acte van verkoop in dato den vijfden februarij eenduizend zevenhonderd en drie, waarbij de ontfanger Joan van der Wijck, als gevolmachtigde van de hoogwelgeborene erfgenaamen Bentinck van Diepenheim, bekend verkogt te hebben voor achthonderd guldens aan Albert Mollink en Jan Marsinck een stuk hooijland, het Eggengoor genaamd, van drie morgens groot, edog sonder mate, waarvan de vrouwe weduwe van Gramsbergen de andere halfscheid was toebehorende

8.

quitancie van Herm van Borne de dato Hardenbergh den dertigsten april eenduizend zevenhonderd negentien, waarbij bekend van Albert Mollink en monsieur Holtinck, schoolmeester te Bergentheim, ontvangen te hebben tweehonderd twee en zestigh guldens en tien stuivers, in betaling van twee dagwerken hooijland, de Veldmaden genaemt, zoals door Hendrik Gerrits Scheper tot Brught op den twintigsten junij eenduizend achthonderd en achttien publijk waren verkogte

9.

onderhandsch contract van ruiling in dato den twee en twintigsten september eenduizend zevenhonderd drie en veertigh tussen Hannes Hendriksen Onk (Odink) van Kollendoorn en vrouwe Evertjen ter eenre, en Seine Muillen (Mollink) en vrouw Swantien ter andere zijde, waarbij verklaaren dat wordt geacquireerd door Seine Mollink, het vijfde part van Muillen (Mollink) tiende en het Petersstukjen op het Loo aan Schottinkskamp, en door Odink een half dagwerk hooijland in het Baalder Hag met eene summa van eenhonderd en vijf guldens

10. acte van transport den vierden februarij eenduizend zevenhonderd en acht en veertigh voor den heer Arnold Voltelen, in die tijd Scholtus van den Hardenbergh etcetera, door Hannes Odink en vrouwe Evertie Odink, van het hiervoren sub nr. 9 vermelde Petersstukjen aan haar broeder en zuster Seijne Mollink en Swaantien Wijgmink

11. acte van transport van den zestienden november eenduizend zevenhonderd zes en vijftigh voor den heer Jacobus van Riemsdijk, in die tijd verwalter Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, door den hoogwelgeboren gestrengen heer Isack Reinder baron van Raesfelt, heer van Heemse en Alerdink, en ehevrouwe Clara Feijoena baronesse van Raesfelt, geborene van Sijtzama, benevens Gerrit Berends en vrouwe Zwaantjen Hendriks, alsmeede Hendrik Timmerman en vrouwe Willemtjen Hendriks, van haare koeweiden gelegen in hare eigene bevreedinge en bekende grootte in de Bergentheimer Koelanden in de buurtschap Bergentheim aan Seijne Mollink en vrouwe Zwaantjen Hendriks te Bergentheim

12. acte van transport in dato den vijftiende maij eenduizend zevenhonderd negen en vijftigh voor den heer Jacobus van Riemsdijk, verwalter Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, door de heer Berend Gerhard Kramer, als gevolmachtigde van Maria Clopman, weduwe Hendrik Lindeman, Hendrica Lindeman, Philip Lindeman en Reinold Lindeman en vrouwe Jacoba Bouwmeester, over een hooijland, de Vliermaate genaamd, gelegen agter het Slodt in de buurtschap Bergentheim, aan Seijne Mollink en vrouwe Zwaantjen Hendriks

13. acte van beleening in dato den twaalfden meij eenduizend zevenhonderd vijf en zeventigh door den heer Evert Christiaan Carel Willem baron van Heeckeren, heer van Nettelhorst, Batingen en ten Clooster, ten verzoeke van Hendrik Mollink als gevolmagtigde van den hoogwelgeboren gestrengen heer Isak Reinder baron van Raesfelt, heer van Heemse, lieutenant-colonel, over de tiende uit het erve Mollink te Bergentheim, op denzelven Hendrik Mollink als koper van dezelve tiende bij publieke verkoop op den vijf en twintigsten maij eenduizend zevenhonderd vier en zeventigh ten overstaan van het Schoutengericht van den Hardenbergh

14. onderhandsche acte van verkoop door Hermannus Jansen en vrouw Willemina Wilpshaar aan Zwaantje Wijgmink, weduwe Seine Mollink en haare erfgenaamen in dato den negentienden maart eenduizend zevenhonderd acht en tachtigh, over de halfscheid van het Haarmaatje, ongeveer een dagwerk hooijland in de markte Brucht, schietende in het lange voor bij op het Westende van eenige veltmaten

15. a. een extract (uit het prothocol van den vijftigsten penning en collaterale successiën) geteekend door den heer Gerrit Jan Crull, verwalter Scholtus, houdende dat in dato den zes en twintigsten november eenduizend zevenhonderd drie en negentigh door Zwaantjen Mollink te Bergentheim is bekend gemaakt dat zij van procureur Jan Godfried Pruim te Hardenbergh op zekere conditie hadde aangekogt twee koeiweiden in de Bergentheimer Koelanden voor eenhonderd en veertigh guldens ad twintigh stuivers het stuk

       kwitantie van Claas Zweers te Hardenbergh als pachter van den vijftigsten penning over den jaare eenduizend zevenhonderd drie en negentigh van het carspel Hardenbergh, wegens den imposts van de voormelde koeweiden

16. acht stuks acten van transport in dato den een en twintigsten januarij eenduizend zevenhonderd drie en negentigh voor den heer Gerrit Jan Crull, verwalter Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen door den heer procureur Jan Godfried Pruim als gevolmachtigde van de hoogwelgeborene freulin Maria Louisa van Hambroick aan Albert Mollink te Bergentheim van het eerste, tweede, vierde, negende, elfde, dertiende, vijftiende en twintigste parceelen der op den vijftienden november eenduizend zevenhonderd een en negentigh bij publieke veilinge aangekogtte vaste goederen van het erve Mollink te Bergentheim

17. kwitantie de dato Heemse den twintigsten november eenduizend achthonderd en vijf, waarbij Derk Odink, meede uit naam van Jan Timmerman eerste kopers qualitate qua van het drie en zeventigste parceel van de Nationale Domeinen, zijnde een uitgang uit eenige goederen in het Schoutambt Hardenbergh, bekend voldaan te zijn door Albert Mollink, volgens den daaronder gehorenden uitgang ad vijf gulden en vier stuivers jaarlijks uit het erve Oolbers te Bergentheim

18. a. onderhandsche acte van verkoop en koop door doctor Wilhelm van Grootveld en Gerhard van Muijden aan Jan Oolbers van de grove tiende uit het erve Oolbers te Bergentheim in dato den vierden april eenduizend zevenhonderd en zestien, houdende in pede en op de overstaande bladzijde twee quitancien in datis den vijfden junij en acht en twintigsten november eenduizend zevenhonderd en zestien wegens daarop betaalde koopspenningen

       quitancie in dato Zwolle den dertigsten april eenduizend zevenhonderd zeven en vijftigh waarbij de heer Grootveld namens zijne moeder bekend ontvangen te hebben van Albert Oolbers de summa van een en vijftigh guldens, ter voldoening van de restante koopspenningen van de tiende uit het erve Oolbers in de buurtschap Bergentheim, waarmeede capitaal en intresse voldaan was

19. acte van transport in dato den elfden januarij eenduizend zevenhonderd zeven en vijftigh, voor den heer Jacobus van Riemsdijk, tijdelijken verwalter Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, gepasseerd door den heer Gerrit Nagel, verwalter Scholtus van Ommen als gevolmagtigde van haar edele mogende de heeren Gedeputeerde Staaten van Overijssel, aan Albert Oelberts te Bergentheim van het erve en goed Veldink ofte Oelbers aldaar

Men heeft ten deezen gevaceerd bij vier dubbelde vacatie van des voordemiddaags tien uuren tot des avonds negen uuren en alzo geduurende tien achtereenvolgende uuren van denzelfden dag, besteed zo tot de prisatie en inventarisatie van de hiervoren vermelde roerende goederen, als de te blaade brenging der hiervoren geïnventariseerde tituls en papieren, welk een en ander met en benevens al de nog verder te inventariseerene is verbleven, voor zo verre voorgevonden in de kamer boven aan het woonhuis op het erve Mollink en in het daartoe gehorende zijkamertje, aan de eerste rekwirante Jennechien Mollink, weduwe van wijlen Herm Wijchmink, en voor zoverre wijders aanwezig in hetzelve woonhuis, aan de tweede rekwirante Fennechien Bolks en derzelver echtgenoot Roelof Bolks, die dit dan ook respectivelijk erkennen en zich tevens belasten om al hetzelve wederom te voorschijn te brengen, en te verantwoorden, wanneer en aan wie zulks behoven zal; en is de vacatie tot het voortzetten van den onderhavigen staat en inventaris uitgesteld tot en bepaald op vrijdag den zesden der aanstaande maand julij, des voordemiddaags ten tien uuren.

En hebben de parthijen, de eerste en tweede der rekwiranten, mitsgaders der laatstgemelde echtgenoot meede in kwaliteit van bewaarders, en de expert-priseur of commissaris-schatter, benevens de voormelde getuigen en ons notaris alhier, na voorleezing, geteekendt ten jaare, dage en plaatze als boven, des avonds ten negen uuren.

Derde vacatie.

En ten voorzeiden daage, vrijdag den zesden der maand julij des jaars eenduizend achthonderd een en twintigh, des voordemiddaags ten tien uuren, in het woonhuis nr. 8 op het erve het Mollink te Bergentheim, gemeente het Schoutambt Hardenbergh, kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, ingevolge de bepaling daaromtrend bij het slot der vorige vacatie van den zes en twintigsten der vorige maand, welke met en benevens die van den twee en twintigsten te vooren, op den tweeden dezer behoorlijk ten bureele Ommen is geregistreerd geworden, gemaakt, wordt door ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter Steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van Mannes Nijman en Hendrik Kosters, beide landbouwers woonende te Bergentheim voorzeid, de eerste in nr. 11 en de tweede in nr. 7, als hiertoe opnieuw expresselijk verzochtte getuigen, de voorschreevene inventarisatie vervolgd, ten verzoeke en in tegenwoordigheid, mitsgaders in kwaliteiten en met authorisatie als bij de vorige vacatie, exept van den expert-priseur of commissaris-schatter Jan Hendrik Edelijn, wiens functiën en werkzaamheeden met dezelve zijn geëindigd, en zulks in maniere navolgende:

20. handschrift van Hendrik Meijerink en vrouwe Aaltjen Bijlevelt te Hardenbergh, ten voordeele van Albert Gerrits en Aaltjen Mollink te Bergentheim, groot eenhonderd guldens, rentende vier procent, van dato den eersten maij eenduizend achthonderd en acht

21. nota eener schuld (zonder dag- of plaatstekening) van Hendrik Reinders te Bergentheim, groot dertig guldens en zeven stuivers, aan Aaltjen Mollink

22. testamentaire dispositie in dato den vijfden der maand januarij eenduizend achthonderd en twee, door Hendrik Mollink, Albert Mollink, Gerrit Mollink en Aaltjen Mollink, voor den heer Jan Godfried Pruim, Scholtus des Kerspels Hardenbergh cum annexis gecelebreerdt en opgericht, waarbij wordt gedisponeerd, gemaakt en verklaard:

a. dat de door den tweeden testator Albert Mollink op den vijftienden november zeventienhonderd een en negentigh bij publieke veilinge van de freulin van Hambroick aangekochte en op zijne naam alleen getransporteerde parceelen vaste goederen van het erve Mollink te Bergentheim, zodanig dat hij dezelve met opgemelde meede-testateuren en testatrice Hendrik, Gerrit en Aaltjen Mollink in gemeenschap bezitten zoude, waartoe ook dezelve hunne aandelen in de kooppenningen hadden gefourneerd en waarmeede hij alhier nog alle die aangekochtte goederen gemeenschappelijk en in egaale portiën bezat

b. dat de gezamentlijke testateuren Hendrik Mollink, Albert Mollink en Gerrit Mollink en de testatrice Aaltjen Mollink malkanderen reciprocque en dus de eerststervende de langstlevenden institueerden, nomineerden en stelden tot zijne of haare eenige en universeele erfgenaamen, zodanig dat de langstlevende der eerststervenden geheele nalatenschappen, zo mobile als immobile goederen, actiën en crediten en niets in het groot of klein uitgezonderd, alleen in vollen eigendom zal of zullen erven, profiteren ende genieten, zonder daarvan eenige uitkering te doen

III. Declaratie van uit- en inschulden

Door de eerste rekwirante in dezen, Jennechien Mollink, weduwe van wijlen Herm Wijchmink, wordt gedeclareerd dat zich bij het overlijden van derzelver wijlen zuster Aaltjen Mollink, geene comptante penningen in derzelver nalatenschap hebben bevonden, doch dat naderhand bij haar in dezelve ingekomen is van Mannes Nijman, bewoonder en gebruiker van het meede onder de onderhavige nalatenschap meede gehorende erve Veldink of Oolbers te Bergentheim, eene summa van twintigh guldens, in mindering der door hem verschuldigde pacht van het laatstverlopene pachtjaar. Hebbende voorts de onderhavige nalatenschap, behalven het lopende pachtjaar van denzelven Mannes Nijman en de pachten van de meede requiranten in deezen Roelof Bolks en vrouwe Fennechien Bolks, wegens het meede onder de onderhavige nalatenschap gehorende erve het Mollink te Bergentheim meergemeld, over het lopende pachtjaar, alnog te goede:

1.

van Hendrik Meijerink en vrouwe Aaltjen Bijleveld te Hardenbergh voormeld, de hiervoren sub III onder nr. 20 geïnventariseerde praetensie ad eenhonderd guldens en de lopende rhenten van dien

2.

van Hendrik Reinders te Bergentheim de hiervoren sub III onder nr. 21 vermelde praetensie ad dertig guldens en vijfendertig cents

3.

van de weduwe Noodveld en kinderen te Bergentheim wegens weidehuur, bij verrekening van hun te goede hebbende dagloonen, alnog per resto en met inbegrip van het lopende jaar, de somma van zesenveertigh guldens en zestigh cents

4.

van Derk van Laar in den Ham wegens geleend geld de somma van tweehonderd guldens en de lopende rhenten

5.

van Willem Nijkamp te Bergentheim wegens geleend geld en huur van een veenakkertjen, bij verrekening van zijn te goede hebbende, alnog per resto de summa van drie guldens en negentigh cents

6.

van Mannes Nijman te Bergentheim voormeld wegens het verlopene jaar pacht van het erve Veldink of Oolbers aldaar, de summa van per resto eenhonderd zes en zestigh guldens en tien cents

7.

van de meede-rekwiranten in dezen Roelof Bolks en vrouwe Fennegien Bolks te Bergentheim, wegens verschuldigde hooijhuur, koopgelden van een koebeest, te gelde gemaakte pacht-boekweite en garf-rogge, de summa van eenhonderd negentien guldens en veertigh cents

8.

van dezelve meede-rekwiranten in deezen Roelof Bolks en vrouwe Fennegien Bolks wegens van het laatstverlopene pachtjaar noch verschuldigde pacht-rogge (acht oude mudden) negen nieuwe Nederlandsche mudden, zes dito schepels, een dito kop en twee, twee-vijfde maatjes

9.

van de meede-rekwiranten in dezen Albert Kromhof en vrouwe Zwaantjen Bolks te Heemse, de summa van drie en dertigh guldens

10. van de meede-rekwirante Zwaantjen Vliermans, weduwe van wijlen Albert Bolks te Linde, de somma van twintigh guldens`

Doch dat hiertegens de onderhavige nalatenschap ook wederom is verschuldigd:

1.

aan de voorschreevene meede-rekwiranten in dezen Roelof Bolks en vrouwe Fennegien Bolks te Bergentheim, wegens betaalde kosten van kisting, begraaving en uitvaart van de overledene Aaltjen Mollink, de summa van twintigh guldens en tien cents

2.

aan dezelve meede-rekwiranten in dezen Roelof Bolks en vrouwe Fennegien Bolks wegens voor de overledene Aaltjen Mollink betaalde personele lasten, de summa van twee guldens en vijfendertigh cents

3.

aan dezelve meede-rekwiranten in dezen Roelof Bolks en vrouwe Fennegien Bolks wegens voor de overledene Aaltjen Mollink betaalde verpondingen welke niet meede onder die van het erve zijn begreepen, de summa van twee en veertigh guldens en vijftigh cents

4.

aan den meede-rekwirant in dezen Hermannus Bolks te Varssen, wegens eene voor hem verkogt schaap, de summa van zeven guldens en vijf en twintigh cents

5.

aan den medicinae doctor Antoni van Riemsdijk te Hardenbergh wegens aan de overledene Aaltjen Mollink tot aan haaren sterfdag bewezene geneeskundige diensten en geleverde medicamenten, de summa van twee en twintigh guldens en twintigh cents

6.

aan denzelven qua notaris wegens verdiende vacatiën, betaalde en voorgeschoten zegelgelden en registratiekosten ter zaake de laatste testamentaire dispositie van wijlen Aaltjen Mollink, de summa van vijf guldens, twee en zeventigh en een halve cents

En heeft de declarante Jennechien Mollink, weduwe van wijlen Herm Wijchmink na alvorens noch verklaagd te hebben dat het capitaal ad eenduizend guldens, hetwelk voormaals ten laste der onderhavige nalatenschap bij Maatgeerts te Wilsum was staande, thans ten haaren alleenige laste is lopende, almeede dat het eene dagwerk hooijland achter de Lange-Kampen te Brucht, hetwelk aan de meede rekwiranten Roelof Bolks en vrouwe Fennechien Bolks bij het erve Mollink is verhuurd, niet onder dat erve behoord, maar haaren bijzonderen eigendom is, na voorleezing, geteekendt.

Tot al het bovenstaande is men bezig geweest bij drie dubbelde vacatie van des voordemiddaags tien uuren tot des avonds zeven uuren en alzo gedurende negen achtereenvolgende uuren van denzelfden dag. Dit gedaan en niets gevonden zijnde om in dezen inventaris te bevatten is al het geen daarbij vermeld is, gelaten en verbleeven in het bezit en de bewaring van de eerste rekwirante Jennechien Mollink, weduwe van wijlen Herm Wijchmink en van de tweede rekwirante Fennegien Bolks en van deezer voormelden echtgenoot Roelof Bolks, ieder voor zo verre de goederen, ten dezen voormeld, zich bevinden in de gerechtens van het woonhuis op het erve Mollink, door hun bewoond wordende; die dit dan ook een ieder voor zich erkennen en zich respectivelijk belasten om al hetzelve wederom te voorschijn te brengen en te verantwoorden, wanneer en aan wie zulks behoven zal.

En hebben de eerste rekwirante Jennechien Mollink, weduwe van wijlen Herm Wijchmink, mitsgaders de tweede rekwirante Fennegien Bolks en dezer echtgenoot Roelof Bolks, een ieder voor zich, voorts in onze handen, ten overstaan van parthijen en in tegenwoordigheid van de voormelde en hier ondergetekende getuigen, den eed afgelegd, dat hij niets van de goederen ten dezen specteerende en aan hunne zorge en bewaring toevertrouwd hebben verduisterd of gezien of geweten hebben verduisterd te zijn; en zulks op de straffen bij de wet bepaald, die haar zijn uitgelegd geworden door de ondergetekenden notaris, in tegenwoordigheid van de voormelde en hier ondergeteekende getuigen en die zij alzo gezegd hebben wel te verstaan.

En hebben de parthijen, de eerste en tweede der rekwiranten, mitsgaders der laatstgemelde echtgenoot meede in kwaliteit van bewaarders, benevens de voormelde getuigen en ons notaris alhier, na voorleezing getekendt, ten jaare, daage en plaatze, als boven, des avonds ten zeven uuren.