Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1968, akte 37

Voor ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris te Hardenbergh, in tegenwoordigheid van Berend Rustenberg, logementhouder, en van Hendrik Kampherbeek, barbier, beide woonende ter zelfder Steede, als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, compareerden Jan Hendrik Hankamp, boeren-knecht, wonende bij Jennechien Slingenbergh, weduwe van wijlen Hendrik Veltman, landbouwersche van beroep, domicilierende te Radewijk in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh, meerderjarige zoon van wijlen Gerrit Hankamp, in leven landbouwer van beroep, woonachtigh te Halle, gemeente Ulsen in de Graafschap Bentheim, Koningrijk Hannover, en van dezes aldaar nog wonende weduwe Fenna Rerink, makende ten dezen, als contractant ter eenre -, de bedingen op zijnen eigenen naam, - ende voormelde Jennechien Slingenbergh, weduwe van wijlen Hendrik Veltman, meerderjarige dogter van wijlen Jan Slingenbergh en vrouwe Egberdiene Tijssies, in leven landbouwers woonachtigh op de Kooy onder de Steede Gramsbergen, makende meede, als contractante ter andere zijde, de bedingen ten dezen op haaren eigenen naam; en zijnde beide de comparanten aan ons notaris volkomen bekent.

Dewelken, uit hoofde van het voorgenomen huwelijk, hetwelk ten spoedigsten op de wijze en met de formaliteiten bij de wet voorschreven tusschen hun comparanten staat te worden voltrokken, hebben gemaakt en vastgesteld de voorwaarden van hetzelve, in manieren hierna volgende: Eerste artikel.
Er zal tusschen de aanstaande echtgenooten gemeenschap van goederen plaats hebben, overeenkomstig de grondbeginselen bij het Burgerlijk Wetboek vastgesteld.

Tweede artikel.
Onaangezien deze gemeenschap zullen echter de aanstaande echtgenoten niet aansprakelijk zijn wegens elkander schulden en hypotheken, voor de voltrekking van hun onderhavig huwelijk gemaakt, en zullen de aanweezige worden gekweten en betaald uit de goederen dezelve persoonlijk toebehorende en niet in de onderhavige gemeenschap wordende aangebragt, zonder dat de aanstaande echtgenoot des wegen enigszints gehouden zal zijn, als alleen voor de jaarlijkse rhenten van dezelve uit de vruchten en inkomsten der gemeenschap. Derde artikel.
Door de aanstaande echtgenoot word in de tegenwoordige gemeenschap en ten aanstaanden huwelijk aangebragt de summa of de waarde van f. 250,-