Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1964, akte 188

Voor ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris ter Steede Hardenbergh, in tegenwoordigheid van Gerrit Reerink, landbouwer, woonachtigh op het erfjen 'het Wolleponds' onder de Stad Hardenbergh, en van Ernst Hamelman, dienaar van policie der gemeente het Schoutambt Hardenbergh, als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, compareerden Jan Snijders (voormaals Poes), landbouwer van beroep, wonende te Radewijk, en deezes huisvrouwe Zwaantjen Snijders, zijnde beide aan ons notaris bekendt.
Dewelke verklaarden, ten einde ook alle niet te voorziene geschillen die na hunnen dood tusschen hunne hier nabenoemde kinderen over de verdeeling hunner nalatenschap zouden kunnen oprijzen, te voor te koomen, met voorkennis en genoegen van dezelve, nopens den eigendom, het bezit en het genot van het geheel hunner hier na vermelde goederen en bezittingen, zo roerende als onroerende, niets uitgezonderd, dan het geen hierna uitdrukkelijk wordt gereserveerdt, te hebben bepaald en vastgesteld, zo als met voorkennis en genoegen derzelve hunner nabenoemde kinderen, zijn bepalende en vaststellende bij deezen: Dat van dezelve hunne goederen en bezittingen, waarvan de daarbij hier navolgende uitgedrukte waaren is bepaald bij onderlinge taxatiën:

Gelegen in 't Koningrijk der Nederlanden:
Primo, uit een huis en schuur, met derzelver grond en wheere, den daartoe gehoorenden gaarden en whaarrecht in de gemeene markte van Hardenbergh en Baalder, staande en gelegen te Radewijk voormeld, onder no. 1, en hebbende eene waarde van fl. 400,-
Secundo, uit één twee-derde morgen zaaijland, voor en ter zijden het huis, gezegd 'Den Kamp', en hebbende eene waarde van fl. 500,-
Tertio, uit één en één-vierde morgen groenland, ten oosten Den Kamp, gezegd het 'Nijë', en hebbende eene waarde van fl. 250,-
Quarto, uit drie-vierde morgen groenland ten oosten het woonhuis aan het voorzeide Nijë, genaamd 'Den Appelhof', en hebbende eene waarde van fl. 112,50
Quinto, uit één-vierde morgen groenland, ten zuiden van en aan het 'Wolleponds' voormeld, gezegd het 'Huttenmaatjen', en hebbende eene waarde van fl. 50,-
Sexto, uit één morgen groenland, ten oosten van en aan de gemeene markte van Hardenbergh en Baalder, genaamd het 'Koeland', en hebbende eene waarde van fl. 50,-
Septuno, uit een halve morgen zaaijland, ten zuidwesten van en aan den oorsprong der Springe, gezegd de 'Trippenweide', en hebbende eene waarde van fl. 120,-
Zijnde alle deeze goederen in deeze provincie gelegen en onder de buurtschap Radewijk gehoorende.

Gelegen in 't Koningrijk Hannover:
Primo, uit één morgen zaaijland, gelegen in de buurtschap Wijlen in de graafschap Bentheim, ten oosten van en aan de Springe voormeld, en aan dat van de Welleweerd, genaamd 'Den Polkamp', en hebbende eene waarde van fl. 225,-

Secundo, uit één morgen zaaijland, meede in Wijlen geleegen, rondom in het gemeene veld, ten zuiden het voorzeide woonhuis van de comparanten gelegen, gezegd 'Den Nijenkamp', en hebbende eene waarde van fl. 150,-

Tertio, uit een schapeschot met grond en wheere, insgelijks in Wijlen geleegen, en hebbende eene waarde van fl. 20,-

Hebbende alzo gezamenlijk met den inboedel en gereedschappen der comparanten eene waarde van fl. 2.277,50, dadelijk den eigendom, het bezit en het genot zal overgegaan aan hunnen oudsten zoon Herm Snijders en deezes echtgenoote Hermptjen Nijhuis, landbouwers van beroep, bij hun inwoonende. Zullende genoemde zoon en vrouw verplicht en gehouden zijn om aan den tweeden zoon, Hendrik Snijders, landbouwer, zijnde ongehuwd, doch meerderjarig en bij haar inwoonende, zo dra komt te trouwen of eerder, zo draa uit koomt te vorderen, uitkeeren de somma van fl. 250,- en de halfscheid van des comparants lijfstoebehoor na zijn afleeven, gelijk meede de halfscheid van des comparanten hiervooren gereserveerde schaapen, na beider afsterven. Verder zullen zij verplicht en gehouden zijn om aan hunne zuster Hendrikjen Snijders, huisvrouw van Hendrik Altena, uit te keeren de somma van fl. 200,-, benevens des comparantes kaste en geheele lijfstoebehoor na haar overlijden.
Gedaan en gepasseerd ten woonhuize van de comparanten Jan Snijders (voormaals Poes) en vrouwe Zwaantjen Snijders, no. 1 te Radewijk voorschreeven, op heeden den agtsten der maand december des jaar 1818.