Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1961, akte 178

Voor ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter Steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van Willem Nijman, bakker, en van Frederik Zweers, beedigd tauxateur en meester van den turf, beide woonende ter Steede voormeld als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, compareerde Gerrit Laarman, landbouwer, woonende te Rheeze in deeze gemeente en deszelfs huisvrouwe Hendrikjen Nijhuis, zijnde beide aan ons notaris bekendt.

Dewelke bij deeze tegenswoordige acte hebben erkent wel en wettiglijk schuldig te zijn aan de heer Egbert Smelt en deszelfs ehevrouwe Hendrika ten Cate, koopman, woonende op het Vriezenveen, gemeente van dien naam, kanton en arrondissement Almeloo, deezer provincie (bij welkers absentie wij ondergetekenden notaris, daartoe verzogt, deezen in hunnen naam zijn accepteerende) de somma van zeshonderd caroliguldens, wegens eene geldleening van gelijke somma, welke de gemelde heer Egbert Smelt en vrouwe Hendrika ten Cate gedaan hebben aan voornoemde Gerrit Laarman en vrouwe Hendrikjen Nijhuis, in zilveren geldspeciƫn volgens den koers van deezen dag en welke zij alzoo zo te zaamen als ijder van hun in het bijzonder, verklaaren te hebben ontangen, naar hun genoomen en daar meede te vreeden te zijn.

De voornoemde Gerrit Laarman en vrouwe verbinden zich bovendien om aan gemelden heer Egbert Smelt en vrouwe Hendrika ten Cate te betaalen de intressen van de voorzeide somma van zeshonderd guldens van jaar tot jaar, te rekenen van den vijfentwintigsten april laatstleeden tegens vier en een half ten honderd in het jaar en zonder eenige korting van reeds bestaande en toekomstige belastingen onder welke benaaming dezelve zouden moogen geheeven worden welke intressen, evenals de gemelde hoofdsom, zullen betaald worden in goede gangbaare gouden of zilveren muntspeciƫn naar den koers van dezen dag en op geene andere wijze zoals gezegd is geworden.

Tot zekerheid en tot een waarborg voor de teruggaave en betaaling van gemelde somma van zeshonderd guldens en van de intressen daarvan afkoomende op zodaanige wijze als hierbooven is omschreeven en overeengekomen, hebbende voormelde Gerrit Laarman en vrouwe zich bij deezen verbonden en in het bijzonder gehypothekeerdt hun comparanten eigendommelijke katersteede den Holskamp, bestaande uit derzelver behuizinge nr. 4 en daartoe gehoorende landerijen, cum annexis, groot ongeveer drie mudde gezaaij, geleegen aan den Marsch te Rheeze in deeze gemeente met het daaraan verknogtte een vierde whaardeel in de onverdeelde Rheezer markte en een woonhuis genaamd Blootens, staande onder nr. 4 ter Steede Ommen met een hofjen, groot een schepel land, welke woonhuizen en landerijen cum annexis voormeld de voornoemde Gerrit Laarman en vrouwe verklaaren te zijn derzelver eigendom en met geenig ander geld bezwaard dan op het laatstgemelde woonhuis en hofjen met eene schuld van eenhonderd zeven en vijftigh guldens en zeventigh cents, ter leen ontvangen van de gereformeerde diaconie van Ommen, en zulks op en met onderwerping aan de straffen op bedrog gesteld, die hun ontvouwdt zijn door den gemelden notaris.