Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1959, akte 384

Voor ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van de heeren Jan Santman Rutgerszoon, koopman, en Berend Rustenberg, grondeigenaar, beide woonende ter zelfder steede, als hiertoe expresselijk verzochte getuigen, compareerden Jan Broekgeerts, landbouwer, woonende in no. 4 in de buurtschap Radewijk, deezer gemeente, meerderjaarige zoon van wijlen Hermen Broekgeerts en vrouwe Geesjen Egberts, in leven ehelieden, insgelijks aldaar den landbouw geëxereerd hebbende en woonächtigh, maakende in deezen, als contractant ter eenre, de bedingen op zijnen eigen naam, - en Fennichjen Egberts, dienstmeid, bij den eersten comparant inwonende, meerderjaarige dogter van den bouwman Leefert Egberts en van deezes wijlen huisvrouwe Mina Gerrits, woonende in de buurtschap Magelde, gemeente Den Ham, kanton Ommen deezes arrondissements, als contractante ten andere zijde meede den bedingen ten deezen op haaren eigenen naam maakende; en zijnde beide de comparanten aan ons notaris bekend.

Dewelke uit hoffde van het voorgenoomen huwelijk, hetwelk ten spoedigsten op de wijze en met de formaliteiten bij de wet voorgeschreeven tusschen hun comparanten staat te worden voltrokken, hebben gemaakt en vastgesteld de voorwaarden van hetzelve in maniere hier na volgende beschreeven en zulks in tegenwoordigheid van hunne wederzijdsche, immer aan ons bekende, hier na genoemde wederzijdsche naastbestaanden en vrienden, te weeten:

a) Aan zijden van den aanstaanden echtgenoot, van:

  1. Egbert Broekgeerts, landbouwer, meede in no. 4 te Radewijk voorschreeven woonende, zijnen broeder;
  2. Grietjen Broekgeerts, zonder beroep, insgelijks in no. 4 te Radewijk woonende, zijne zuster;
  3. Gerrit Haberts, landbouwer van beroep, woonende in no. 8 te Holtheeme, zijnen zwager;
  4. Hendrik Kwant, landbouwer van beroep, meede te Holtheeme voorschreven in no. 11 woonende, zijnen neef;
  5. Herm Siegers, insgelijks landbouwer van beroep, domicilieerende te Laarwold, zijnen oom.

b) Aan zijden van de aanstaande echtgenoote, van:

  1. Leefert Egberts, weduwenaar van wijlen Mina Gerrits voorschreeven, haaren vader.

Eerste Artikel:

Er zal tusschen de aanstaande echtgenooten eene algemeene gemeenschap van goederen, roerende en onroerende, tegenswoordige en toekomstige, zonder eenige uitzondering of voorbehouding hoegenaamd, plaats hebben; geevende mitsdien de aanstaande echtgenooten bij deezen over en weeder hunne toestemming tot het roerend maaken van alle de onroerende goederen, welke zij thans als huwelijksgoed zouden moogen aanbrengen ofte ook in het vervolg en geduurende derzelver gemeenschap, dit bij erfvolgingen, giften, legaten of anderzints, mogten verkrijgen en aan ieder van hun zouden moogen te beurt vallen.

Tweede Artikel:

De aanstaande echtgenoot verklaard ten huwelijk aantebrengen de somma van twaalfhonderd en vijftig guldens; zijnde de naar zijne beste wetenschap bereekende waarde der goederen tot zijn persoonlijk gebruik behoorende, als kleederen, bedden, linnen, voort zijne eigendommelijke huismeubelen, gereedschappen tot de huishouding en akkerbouw, have en vhee, mitsgaders zijne eigendommelijke halfscheid van het erve Broekgeerts te Radewijk meergemeld, bestaande uit deszelfs behuizinge, schuur en schapeschot no. 4, voorts uit ongeveer zeven morgen zaaij- en ongeveer vier drie-vierde morgen hooij- of grasland, van welke laatste ongeveer één vijf-achtste morgen zijn geleegen onder de buurtschap Wijlen in de graafschap Bentheim, waarvan hij aan de aanstaande echtgenoote opneeminge heeft gedaan, door deeze en haaren voormelden vader de opneeminge is geschiedt en waarmeede zij verklaart tevreeden te zijn.

Derde Artikel:

De aanstaande echtgenoote verklaard ten huwelijk aantebrengen en als haar eigen huwelijksgoed te bepaalen de goederen haar persoonlijk gebruik behoorende en bestaande in kleederen, bedden en linnens, terzaamen geschat op eene waarde van honderd guldens; waarvan opneminge aan den aanstaanden echtgenoot heeft gedaan, door deezen den opneeminge is geschiedt en waarvan hij verklaarde tevreeden te zijn.

Vierde Artikel:

En ter ondersteuning van het voormelde huwelijk geeven en belooven de voormelde Egbert Broekgeerts en Grietjen Broekgeerts, aan den aanstaanden echtgenoot, hunnen broeder Jan Broekgeerts, respective bij deeze tegenswoordige acte als eenen onherroepelijke gifte onder de levenden (die dezelve Jan Broekgeerts bij deezen en met en onder de conditiën hier nagemeld is accepteerende) elk, en een ijeder voorzich, hun eigendommelijk gerecht éénvierde gedeelte van den geheelen inboedel haarer voormelde wijlen ouders, Hermen Broekgeerts en vrouwe Geesjen Roelofs, in zijn geheel bestaande uit:

a) drie zwarte merrie- en een dito ruinpaard, tezamen in haar geheel begroot op tweehonderd en vijfentwintigh guldens

b) twee vaalbonte-, éénzwartsprenkelde-, één witbonte- en één blaauwschimmelde melkkoeijen, tezaamen als vooren begroot op éénhonderd en vijfentwintigh guldens

c) vier zwartbonten- en één sprenkelde vaarssen, tezaamen als vooren begroot op vijftigh guldens

d) drie vaalbonte- en twee zwartbonte kalveren, tezaamen als vooren begroot op vijftien guldens

e) ongeveer vijfentwintig vijmen ongedorste rogge, agt dito boekweite en ongeveer negenduizend ponden hooij, tezaamen als vooren begroot op éénhonderdzeventien guldens en tien stuivers

f)

twee beslaagene wagens, één ploeg en drie eggen, tezaamen als vooren begroot op vijfenveertig guldens

g) een hangklok, begroot als vooren op vijf guldens

h) twee vuurenhouten neerslagtafels en agt gemeene stoelen, tezaamen als vooren begroot op twee guldens en veertien stuivers

i)

een roodkoperen water-, één dito koffij- en één dito waschketel, tezaamen als vooren begroot op negen guldens

j)

een douzijn grof aarden theegoed en een dito schotels en telders, tezaamen als vooren begroot op agttien stuivers

k)

twee tinnen schotels, drie dito telders en een dtio kannetjen, tezaamen als vooren begroot op één gulden en agttien stuivers

l)

een ijzeren pot en één dito pannekoekenpan met haar hangijzer, tezaamen als vooren begroot op één gulden en drie stuivers

m) een staalketting en tang, tezaamen als vooren begroot op tien stuivers;

n) een groen en één geel koperen hanglamp, tezaamen als vooren begroot op tien stuivers

o) drie wateremmers, één melkemmer, één karn, twee melkkuvens en drie melkbekkens, tezaamen als vooren begroot op twee guldens en dertien stuivers

p) twee waschbaliën, tezaamen als vooren begroot op veertien stuivers

q) een baktrog en één meelzeef, tezaamen als vooren begroot op één gulden en tien stuivers

r)

een vleeschvat, begroot als vooren op zes stuivers

s) twee spinnewielen, één haspel, twee vlaschharken en één volter, tezaamen als vooren begroot op twee guldens en zes stuivers

t)

drie bedden met hunne peuluwen en kussens, tezaamen als vooren begroot op twintig guldens

u) zes groove bedlaakens, zes dito kussensloopen en één paar groene saeijen bedgordijnen, en alles als vooren begroot op drie guldens en vijf stuivers

v)

drie eikenhouten kleerkisten, tezaamen als vooren begroot op vier guldens en tien stuivers

w) twee dito zaadkisten, tezaamen als vooren begroot op drie guldens

x)

een wan, één meet- en één zaaijschepel, twee snijsompen met hunne messen, twee schoppen, drie hooijvorken, drie mestgreepen, één gaffel, vier dorschvleegels, één zeis, één haardspit met zijn hamer en een turfspaan, en alles als vooren begroot op drie guldens en zestien stuivers

y)

eenig touwwerk en paardetuig, tezaamen als vooren begroot op één gulden en vijf stuivers

In alles als vooren begroot op zeshonderd twee en veertigh guldens en agt stuivers.

Voorts meede ijder hun eigendommelijk gerecht één-vierde gedeelte van het erve Broekgeerts te Radewijk, bestaande uit deszelfs behuisinge, schuur en schaapschot, no. 4, ongeveer zeven morgen zaaij- en ongeveer vier drie-vierde morgen hooij- of groenland, van welke laatste ongeveer een vijf-agtste morgen zijn geleegen onder de buurtschap Wijlen in de graafschap Bentheim meergemeld, mede zulks met deszelfs rechten en gerechtigheeden, lusten en lasten, speciaal ook het whaarregt in de gemeene markte van Gramsbergen, Loozen en Radewijk; wordende dit erve in zijn geheel bij deezen, na rijp overleg en onderzoek, door de gezamentlijke hier aanwezig zijnde comparanten, naastbestaanden en vrienden, geschat op eene waarde van tweeduizend driehonderd guldens en tien stuivers.