Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1957, akte 86

In het jaar eenduizend achthonderd en dertien, den zes en twintigsten der maand julij, des agtermiddaags om drie uuren, ten huize van den bouwman Albert Wolbink (voormaals Teunis), nr. 9 in de buurtschap Lutten, gemeente en kanton Hardenbergh.

Ten verzoeke van voornoemden Albert Wolbink, zo voor zich als in naam en als vader en wettigen voogd zijner vier minderjaarige kinderen, met naamen Fennegien Wolbink, oud zestien jaaren, Zwaantjen Wolbink, oud vijftien jaaren, Jan Hermen Wolbink, oud twaalf jaaren en Teunis Wolbink, oud agt jaaren, door hem bij zijne wijlen echtgenoote ten eersten huwelijk Geertjen Wolbink, in echte verwekt.

Voorts ten verzoeke van Hannes Heersmink, bouwman, woonende te Rheeze, gemeente en kanton voorzeid, in naam en als voogd over voornoemde minderjaarigen, zijnde hij Hannes Heersmink tot deezen post verkooren en aangesteld door den heer Vrederichter deezes kantons (met en benevens Asse Willems, in leven landbouwer, meede te Rheeze voorzeid woonachtigh), luid deszelfs proces-verbaal van dato den vier en twintigsten maij eenduizend, achthonderd en elf, en welke door denzelven over voorzeide minderjaarigen, zijne nichten en neeven, bij onderteekening van hetzelve proces-verbaal is aanvaardt.

In tegenwoordigheid van Jan Odink, landbouwer, woonende te Collendoorn, meede in voormelde gemeente en kanton, in naam en als toeziende voogd van de voormelde minderjaarigen, zijne nichten en neeven, zijnde hij Jan Odink meede tot deezen post verkoren bij opgemelde proces-verbaal van den heer Vrederichter deezes kantons en hebbende denzelven bij ondertekening van hetzelve aanvaardt.

Zijnde dezelve Teunis Wolbink (fout: moet zijn Albert Wolbink) en de voorzeide zijne vier minderjaarige kinderen ten eersten huwelijk bekwaam om zich elk voor de halfscheid te gedraagen als erfgenaamen van Jan Wolbink, zonder beroep, op den tweeden deezer, ten voormelden woonhuize nr. 9 te Lutten voorschreeven overleden, den oud-oom der minderjarigen.

Tot de bewaaring van de rechten van parthijen en van alle anderen die daarbij belang zouden moogen hebben, wordt door ons Antonie van Riemsdijk, keizerlijk notaris, resideerende te Hardenbergh, kanton Hardenbergh, arrondissement Deventer, departement der Monden van den IJssel, in tegenwoordigheid van Hannes Wilps en van Berend Munnikemeijer, beide landbouwers, woonende te Lutten meergemeld, als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, toegetreeden en overgegaan tot het opmaaken van eenen inventaris, mitsgaders beschrijving van alle de kleederen, zilverwerk, titels en papieren, in- en uitschulden en in het algemeen van alle de goederen tot de nalatenschap van den opgemelden nu wijlen Jan Wolbink behoorende; zijnde alle deeze goederen bevonden en berustende ten huize nr. 9 te Lutten meergemeld, in het welk dezelve door den heer Vrederichter dezes kantons zijn verzegeld geworden op den twaalfden deezer, luid deszelfs proces-verbaal in dato van dien dag, op den drie en twintigsten daaraanvolgende ten bureele Ommen geënregistreerdt.

En zijn alle de voorschreeven en hier na te vermelden goederen, naar maate dezelve door den heer Vrederichter zijn ontzegeld geworden, opgegeeven en ten voorschijn gebragt door voornoemden Albert Wolbink, als bij laatstgemelde proces-verbaal van den heer Vrederichter deezes kantons aangestelden bewaarder van dezelve.

De begrooting der goederen, die daaraan onderworpen zijn, zal gedaan worden door Jan Hendrik Edelijn, deurwaarder van het Vredegericht des kantons Hardenbergh, als in deezen benoemden expert-priseur en in die kwaliteit op den eenentwintigsten deezer door den heer Vrederichter deezes kantons beëedigd, luid deszelfs proces-verbaal in dato van dien dag, op den drie en twintigsten daaraanvolgende ten bureele Ommen geënregistreerdt. En hebben de parthijen, waaronder Albert Wolbink meede in kwaliteit van bewaarder, en de expert-priseur, na voorleezing, alhier nevens de voorzeide getuigen en ons notaris geteekendt.

Dit gedaan zijnde, is men voortgegaan tot het opmaaken van den staat en inventaris navolgende:

Aan de noordzijde op de deele, uitgaande op den weg na den Hardenbergh, op en in eenen eikenhoutene kleerkist en wegens ’t Vredegericht deezes kantons, zoals voormeld, verzegeldt.

I. Mobile goederen:

1. een zwart pijebuis, begroot op (zes stuivers) drie en zestigh centimes

2. een dito, begroot op (een gulden) twee francs en tien centimes

3. een bruin lakensche rok, begroot op (vier gulden) agt francs en veertigh centimes

4. een zwart lakens camisool, begroot op (tien stuivers) een franc en vijf centimes

5. een blaauwe sergen borstrok, begroot op (twaalf stuivers) een franc en zes en twintigh centimes

6. een dito, begroot op (zes stuivers) drie en zestigh centimes

7. een groove linnen borstrok, begroot op (tien stuivers) een franc en vijf centimes

8. een blaauwe damasten dito, begroot op (een gulden en tien stuivers) drie francs en vijftien centimes

9. een zwarte bombazijden broek, begroot op (vijftien stuivers) een franc en agt en vijftigh centimes

10. een roodbonte zijden halsdoek, begroot op (twee stuivers) een en twintigh centimes

11. drie keteldoeksche dito, begroot op (vijftien stuivers) een franc en agt en vijftigh centimes

12. een witte linnen doek, begroot op (drie stuivers) twee en dertigh centimes

13. twee groove dito, tezaamen begroot op (zes stuivers) drie en zestigh centimes

14. vier hembden, tezaamen begroot op (vijf guldens) tien francs en vijftigh centimes

15. een paar grijze wollen kousen, begroot op (agttien stuivers) een franc en negen en tachtigh centimes

16. twee driekante hoeden, te zaamen begroot op (twee guldens en vier stuivers) vier francs en twee en sestigh centimes

17. ses paar bonte wollene handschoenen, begroot op (vier stuivers) twee en veertigh centimes

18. een paar oude schoenen, begroot op (drie stuivers) twee en dertigh centimes

19. zes en dertigh zilveren borstroksknoopen, zonder eenige ons kenbaare keur, wegende (vijf en drie-vierde lood burgergewicht) agt en tachentigh grammen en vier en veertigh centigrammen, te zaamen begroot op (zes guldens en agttien stuivers) veertien francs en negen en veertigh centimes

20. een oude schaar, begroot op (twee stuivers) een en twintigh centimes

21. een pakjen met diverse lappen, tezaamen begroot op (drie stuivers) twee en dertigh centimes)

II. Titels en papieren

1. Testamentaire dispositie van voornoemde wijlen Jan Wolbink, op den twintigsten van hooijmaand eenduizend achthonderd en negen opgericht voor den heer J.G. Pruim, Scholtus des kerspels Hardenbergh cum annexis, en keurnooten, die waren Marten Bruins en Jan Woelderink, waarbij door den testator, na herroeping en cassatie aller zijner voorige dispositiën ofte maakingen, is gedisponeerdt:

a.

dat door zijne nichte Lambertdina Johanna Wolbink, gehuwd aan Bussemaker te Emmelenkamp, en derzelver kinderen uit zijne nalatenschap zal worden genooten een legaat van eenduizend achthonderd guldens, ofwel drieduizend zevenhonderd en tachentigh francs, betaalbaar door zijne hier na te vermeldende universeele erfgenaamen voor de helft zodraa de oudste haarer kinderen den ouderdom van vijf en twintigh jaaren zal hebben bereikt en voor de andere halfscheid vier jaaren daarnaa, met bepaaling dat zo dezelve zijne nicht voor de voormelde tijdperken kwaame te sterven, gelijk ook alle derzelver kinderen kinderloos, het voormelde legaat aan zijne hierna te vermeldene universeele erfgenaamen zal verblijven en dezelve ongehouden zullen zijn des eenige uitkeering te doen

b.

dat voorts zijne enige en universeele verdere erfgenamen zijn zullen zijnen neef Albert Teunis (den eersten comparant in deezen) en deszelfs (nu wijlen) huisvrouwe Geertjen wolbink, en bij vooroverlijden derzelver kinderen bij representatie in aegaale portiën, zodaanig dat de erfportiën der langstlevende hunner door die der kinderloos eerststervende zal worden vermeerderdt.

Welk stuk gequoteerd en geparapheerd zijnde, door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk, op deezen inventaris is gebragt onder nr. 1

2. Acte van hypothecatie door Albert Melenberg te Ane, op den agt en twintigsten augustus eenduizend zevenhonderd en zeven en zeventigh voor den heer Jacobus van Riemsdijk, van wegens Hooger Overigheid verwalter Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, en keurnooten Gerrit Hofsink en Willem Meijer, over eene summa van driehonderd guldens, ofwel zeshonderd en dertigh francs, onder verband der daarbij vermelde goederen, ten voordeele van voormelden Jan Wolbink gepasseerdt.

Welk stuk gequoteerd en geparapheerd zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op deezen inventaris is gebragt, onder nr. 2

3. Acte van hypothecatie door Derk Jan Roelofs te Lutten, op den een en twintigsten october eenduizend zevenhonderd en negentigh, voor den heer Gerrit Jan Crull, van wegens Hooger Overigheid verwalter Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, en keurnooten Arend Sierink en Jan Hendrik Overmars, voor eene summa van vierhonderd guldens ofwel agthonderd en veertigh francs, onder verband der daarbij vermelde goederen, ten voordeele van meergemelde Jan Wolbink, gepasseerdt.

Welk stuk gequoteerd en geparapheerd zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op deezen inventaris is gebragt, onder nr. 3

4. Acte van hypothecatie door Hendrik Lotterman te Heemse, op den twaalfden october eenduizend zevenhonderd twee en negentigh voor laatstgemelden heer verwalter Scholtus en keurnooten Jan Hendrik Willering en Roelof Slotman, voor eene summa van zevenhonderd guldens ofwel eenduizend vierhonderd en zeventigh francs, onder verband der daarbij vermelde goederen, ten voordeele van meergemelden Jan Wolbink gepasseerdt.

Welk stuk gequoteerd en geparapheerd zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op deezen inventaris is gebragt, onder nr. 4

5. Een handschrift door Jan Hulsebos (op het Rheezerveen) voor een summa van driehonderd guldens ofwel zeshonderd en dertigh francs, ten voordeele van den meergemelden Jan Wolbink afgegeven.

Welk stuk gequoteerd en geparapheerd zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op deezen inventaris is gebragt, onder nr. 5

6. Eene quitantie ten bedraage van zeven guldens en tien stuivers ofwel vijftien francs en vijf en zeventigh centimes, wegens door meergemelde Jan Wolbink gedaane fournissement in de heffing op de bezittingen, afgegeven door den heer ontvanger der agt en vijfentwintigjaarige heffingen over den jaare eenduizend achthonderd en drie, den heer W.A. van Laer, in dato den elfden november des zelven jaers.

Welk stuk gequoteerd en geparapheerd zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op deezen inventaris is gebragt, onder nr. 6

III. Declaratie der uit- en inschulden

Door den in het hoofd deeze benoemden Albert Wolbink wordt gedeclareerdt dat er bij het overlijden van den meergemelden Jan Wolbink geene comptante penningen in deszelfs nalatenschap aanweezig waren, zoals dan ook geene in dezelve zijn bevonden; maar dat dezelve nalatenschap is te goede hebbende:

1. van Albert Wolbink en zijne voormelde minderjaarige kinderen, eene summa van drieduizend guldens ofwel zesduizend en driehonderd francs, waarvan door denzelven wijlen Jan Wolbink nimmer enige intressen zijn bedongen ofte gevorderdt

2. van Jan Odink voormeld, de summ van tweehonderd guldens ofwel vierhonderd en twintigh francs, wegens geleend geld, tegens eene intres van drie procento, verschijnende op primo october s’jaarlijks

3. van Seine Blaauwkamp te Baalder wegens geleend geld, de summa van zeshonderd guldens ofwel eenduizend tweehonderd en zestigh francs, rhentende vier procento en verschijnende s’jaarlijks op primo maij

4. van Albert Melenberg te Aane, volgens acte van hypothecatie, hiervooren geïnventariseerdt sub nr. 2, de summa van driehonderd guldens ofwel zeshonderd en dertigh francs, rentende s’jaarlijks drie procent

5. van Derk Jan Roelofs te Lutten, volgens acte van hypothecatie hiervooren geïnventariseerdt sub nr. 3, de summa van per resto driehonderd guldens ofwel zeshonderd en dertigh francs, rentende s’jaarlijks drie procento

6. van Hendrik Lotterman en vrouwe te Heemse, volgens acte van hypothecatie hiervooren geïnventariseerdt sub nr. 4, ene summa van zevenhonderd guldens ofwel eenduizend vierhonderd en zeventigh francs, rentende thans s’jaarlijks vier procento

7. van de erven Jan Hulsebosch op het Rheezerveen, volgens handschrift hiervooren geïnventariseerdt sub nr. 5, de summa van driehonderd guldens ofwel zeshonderd en dertigh francs, rentende s’jaarlijks drie procento

Tezaamen uitmaakende een voordeelig credit des boedels ter summa van vijfduizend vierhonderd guldens ofwel elfduizend driehonderd en veertigh francs. Doch dat daarentegen dezelve nalatenschap wederom aan hem Albert Wolbink is verschuldigd wegens dood- en de begraavniskosten van den voren gemelden Jan Wolbink ene summa van plus minus zeven en twintigh guldens en tien stuivers ofwel zeven en vijftigh francs en vijf en zeventigh centimes – en heeft de declarant alhier geteekendt.

Tot al het bovenstaande is men beezig geweest eene dubbelde vacatie van des agtermiddaags drie uuren tot des avonds om negen uuren van denzelfden dag.

Dit gedaan en niet meer gevonden zijnde om in deezen inventaris te bevatten, is al hetgeen daarbij is vermeld gelaaten in het bezit en de bewaaring van den in het hoofd deezes meergemelden Albert Wolbink, die dit ook erkend en zich teffens belast om hetzelve wederom te voorschijn te brengen ofte te verantwoorden, wanneer en aan wie zulks behooven zal. En heeft de gemelde Albert Wolbink, in tegenwoordigheid der vermelde en hier ondergetekende getuigen den eed afgelegd, van niets te hebben weggemaakt, noch te weeten of te hebben gezien dat iets is weggemaakt geworden van de goederen en nalatenschap ten deezen vermeld, maar dat deezen inventaris, waarop zijn gebragt alle de goederen, zoals hier vooren vermeld door den heer Vrederichter verzegeld, is deugdelijk en oprecht, op de straffe bij de wet bepaald, die hem zijn uitgelegd geworden door den ondergetekenden notaris, in tegenwoordigheid van de vermelde en nabenoemde getuigen, en die hij gezegd heeft wel te verstaan. En hebben de parthijen, waaronder Albert Wolbink meede in kwaliteit van bewaarder, en de expert-priseur, na voorleezing, alhier getekend nevens de voormelde getuigen en ons notaris, ten jaare, daage en plaatse, als boven.