Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1951, akte 41

Voor mij Griffier van het Vrede Gerigt in het kanton Hardenbergh, departement der Monden van den IJssel, als hiertoe gequalificeerd bij decreet van Zijne Keizerlijke en Koninglijke Majesteit van den tweden february agtienhonderd en elf, en in praesentie van de hierna te meldene getuigen, compareerde Gerhardus Ebbertus Sierink, meerderjarigen zoon van Gerrit Sierink, weduwnaar van wijlen Johanna Horstink, in leven ehelieden, mede opziener van ’t Klooster Sibculo, wonende te Hardenbergh.
Dewelke verklaarde bij desen ingevolge art. 151 van ’t Wetboek Napoleon op te rigten ene acte van eerbied, aan zijnen voorzeiden vader, ten einde de raad van denzelven te erlangen, omtrend zijn voorgenomen huwlijk met Geesjen Sierink, te Den Haag woonagtig; verzoekende den comparant dat dese ingevolge art. 154 van hetzelve Wetboek aan zijnen opgemelden vader moge worden bekend gemaakt. En waren bij het opmaken dezer acte die aan comparant voorgelezen is, tegenwoordig als getuigen, Berend Oeverman en Berend Rustenberg, die dese zo als ook den comparant nevens mij ondertekend hebben, gedaan ten Hardenbergh, den negen en twintigsten mey agtienhonderd en elf.