Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1951, akte 11

Ik ondergetekende Griffier in het canton Hardenbergh, departement der Monden van den IJssel, certificere hiermede dat voor mij gecompareerd zijn, de schipper Gerrit Oldeman G.z., voor hem zelfs en als gevolmagtigde van de overige schipperij van Ommen in dato den 22 april 1811 voor den griffier in het canton Ommen gepasseerd, ter ener – en Jan Willem Amsink, woonagtig ten Hardenbergh ter andere zijde.

Verklarende de eerstgemelde Gerrit Oldeman G.z. voor hem zelfs en als gevolmagtigde van de overige schipperij van Ommen, als haren remplacant tot den zeedienst te hebben aangenomen Jan Willem Amsink, welke bij ondertekening dezes verklaard zig voor gemelde schipperij te hebben geengageerd, om voor haar in de zeedienst op te treden, en wel op deze navolgende voorwaarden.

Vooreerst zal door gemelde schipperij van Ommen dadelijk bij het in dienst treden, aan voorzeide Jan Willem Amsink worden betaald ene somma van eenhonderd en vijftig guldens. Ten anderen zal bovendien gemelde Jan Willem Amsink van gemelde schipperij van Ommen genieten ene somma van eenduizend guldens, waarvan gemelde Jan Willem Amsink ’s jaarlijks zal genieten de intresse van vier procenten van ieder honderd, waarvan heden over een jaar de eerste verschijndag zal zijn, voor welke een duizend guldens de voorzeide schipperij van Ommen hunne personen en goederen verbinden, en een ieder van hun zig daarvoor aansprakelijk steld; zullende de ’s jaarlijks intresse van dit kapitaal op den verschijndag door Klaas ter Steeg ten Hardenbergh ontfangen worden, en die intresse door Klaas ter Steeg aan de beide zusters van gemelde Jan Willem Amsink met name Margaretha en Aleida Amsink ’s jaarlijks worden uitbetaald; en zo gemelde Jan Willem Amsink in den zeedienst onvermoedelijk kwam te sneuvelen of te overlijden, zal gemeld kapitaal van eenduizend guldens, met de alsdan daarop te verlopene intressen door voorzeide schipperij aan voorzeid zijne zusters Margaretha en Aleida Amsink worden betaald en uitgekeerd.

Al het welk zij comparanten contrahenten over en weder verklaarden te zullen nakomen en agtervolgen, schoon ook alle solemniteiten in regten anders nodig of gebruikelijk hierbij niet mogten zijn geobserveerd, zo is deze door mij griffier en comparanten getekend, binnen Heemse, den 23 april 1811.