Notarieel Repertorium Hardenberg, inv. nr. 1951, akte 3

Op heden, den 23sten v. lentemaand 1800 elf, compareerden in het Vredegerecht des kantons Hardenbergh, voor den Vrede-Rechter J.G. Pruim, en getuigen Everd Bruins en Jan Hendrik Edelijn, Albert Veeneman, meerderjaarig jongman, als bruidegom, ter eenre -, en Aaltjen Altena, jongedochter als bruid ter andere zijde, zijnde zij bruid in dezen geadsisteerd met Marten Bruins, als haaren verzochten en geadmitteerden mombaar; verklaarende met elkanderen te hebben ingegaan en opgericht de huwelijksche voorwaarde hierna beschreven.

Zijnde tevens mede gecompareerd des bruidegoms zuster Grietjen Veeneman, onder adsistentie van Hannes Heersmink, als haaren verzochten mombaar, zijnde zij zelve meerderjaarig; voorts Egbert Kamphuis en Albert Wolbink, voogden over des bruidegoms minderjaarigen broeder Jan Harmen Veeneman; en dan nog Hendrik Gerrits en Albert Gerrits, de eerste vader en de laatste voogd van Gerrit Hendriks, minderjaarig zoontjen van gem. Hendrik Gerrits en wijlen Aaltjen Veeneman, ten opzichte van welke laatsten de comparitie in dezen mede noodzaaklijk was, ten reguarde der onder hun met den bruidegom gemeen en onverdeeld zijnden ouderlijken boedel en nalatenschap: Verklaarden zij gezamentlijke comparanten, dezen aangaande met elkanderen geconvenieerd en gecontracteerd te hebben:

Eerstelijk, dat aan bruidegom en bruid in dezen aanstonds in vollen eigendom overgaan zal, den geheelen boedel, goederen en nalatenschap van des bruidegoms wijlen vader Gerrit Veeneman en moeder Zwaantjen Alberts, en deszelvs stiefvader Egbert Jonkeren; benevens alle de schulden en lasten van dien, geene daarvan uitgezonderd, en dus speciaal mede zoodane praetensie van vierhonderd en twee guldens, als de eigenaaren van De Scheere alnog uit den voorz. ouderlijken boedel, blijkens acte van verwin van de 4 february 1802, wegens restante pachten competeerd. Alle welke schulden, zo die op den daarvan op heden overgegevenen staat gespecificeerd, of daarvan vergeten zijn mogten, alleen ten laste van den bruidegom en bruid in dezen komen zullen, en door dezelven kracht dezes, en onder verband van al het hier bij te acquirerene, te betalen aangenomen en beloofd wordt.

Ten anderen is geconditioneerd, dat door bruidegom en bruid in dezen, aan des bruidegoms voorz. meerderjaarige zuster, Grietjen Veeneman, en broeder Jan Harmen Veeneman alnog minderjaarig, en het zoontjen van voorz. zijne wijlen zuster Aaltjen Veeneman, met naamen Gerrit Hendriksz., voor en in voldoening van derzelver respective aandeelen in de nalatenschappen hunner voorz. wijlen ouders, stief- en grootouders, zullen uitkeren, aan elk derzelven, of hunne voogden, de summa van tien guldens, buiten en behalven zoodane twintig guldens, als aan Grietjen Veeneman en wijlen Aaltjen Veeneman, moeder van Gerrit Hendriks, bij het tweede huwelijk van Zwaantjen Alberts met Egbert Jonkeren, blijkens huwelijksch voorwaarde bewezen is. Zullende daarenboven des bruidegoms voorz. broeder en zuster, zo lange ongetrouwd zijn, eenen vrijen intrek in hun ouderlijke huis hebben en behouden en aldaar door bruidegom en bruid, in ziekten en onpasselijkheden behoorlijk worden verhandreikt.

En ten derden is geconditioneerd, dat wanneer bruidegom of bruid, zonder uit dit huwelijk kinderen te hebben verwekt en nagelaten, kwame te overlijden, als dan de langstlevende van deze echtgenooten des eerststervendens geheele nalatenschap en niets daarvan uitgezonderd, in vollen eigendom erven, profiteren ende genieten zal.

Welk voorenstaande alzo geconditioneerd en gecontracteerd zijnde, willen en begeeren bruidegom en bruid, en verdere opgenoemde comparanten, benevens des bruids moeder Hermtien Altena, onder adsistentie van Marten Bruins als haaren verzochten mombaar, en met expresse renuntiatie van de legitime portie welke haar anderszins uit de nalatenschap van haare voorzeide dochter, in cas van kinderloos overlijden competeren mogte, en verdere aanwezende vrienden of dedingslieden, dat al het zelve stiptelijk zal worden nagekomen, onderhouden en achtervolgd, al waren ook daarbij alle solemniteiten van rechten niet geobserveerd.

Des ten oirkonde is deze door mij VredeRechter getekend en gezegeld, zijnde dezen door comparanten mede getekend, en door mij voor hun met mijn klein zegel mede bekrachtigd. Heemse, den 23ste van Lentemaand 1811.

J.G. Pruim                                                               Albert Veneman

Vrede-Rechter                                                          Aaltien Altenaas                      

                                                                              Grietien Veneman

                                                                              Hendrik Gerrits

                                                                              Egbert Kamphuis

                                                                              Hermtien Altenas

                                                                              M. Bruins als mombaar

                                                                              Albert Wolbenk

                                                                              Albert Gerrijs

                                                                              Zwantien Roeloef