Toen, op 8 december 1887: Doleantie in Hardenberg.

Op 8 december 1887 voltrok zich in Hardenberg de doleantie. Aan het einde van de jaren tachtig van de 19de eeuw kwam een einde aan de relatieve rust in de kerkelijke gemeente in Hardenberg. Toen kende de gemeente een kerkbestuur dat ontevreden was over de gang van zaken binnen het kerkverband. Men vond dat er teveel leervrijheid getolereerd en zelfs voorgeschreven werd.

In december 1886 bracht de kerkenraad een beroep uit op dr. Cornelis Christiaan Schot, predikant in Tholen. Van hem was bekend dat hij grote sympathieën koesterde voor de ideeën van de dolerenden. Dat waren hervormden die zich, in navolging van dr. Abraham Kuyper, sinds die maand aan het kerkverband onttrokken hadden, omdat ze vonden dat de plaatselijke kerkenraden veel te weinig macht hadden en de in hun ogen lichtzinnige synode veel te veel. Ds. Schot nam het beroep naar Hardenberg aan en, ondanks de nodige aarzelingen, keurde het klassikale bestuur dit goed. Op 21 juni 1887 hield hij zijn intredepreek. De aarzelingen bleken gegrond; nog datzelfde jaar verklaarde ds. Schot dat hij inderdaad wilde breken met het bestaande kerkverband. Binnen de hervormde gemeente Hardenberg zorgde dat voor de nodige spanningen. Er waren zowel voor- als tegenstanders van de opvattingen van de 35-jarige ds. Schot.

Op 8 december 1887 besloot de kerkenraad om zich niet langer te houden aan de bestaande kerkorde en beschouwde men zich voortaan als kerkenraad van de onafhankelijke hervormde gemeente te Hardenberg. De doleantie was hiermee een feit. Ook de kerkvoogdij stemde in met dit besluit; het kerkgebouw kon in gebruik blijven bij de kerkenraad. de tegenstanders van de doleantie hielden zich rustig tot na de kerstdagen. Tot die tijd bleef de kerkelijke organisatie in handen van de dolerende kerkenraad, ondanks het feit dat deze inmiddels door het klassikale bestuur geschorst was. Op oudejaarsdag 1887 keerde het tij. Niet-dolerende gemeenteleden hadden de sleutel van de kerktoren weten te bemachtigen en wisten van binnenuit de kerkdeuren open te breken. Vanaf dat moment was het gebouw in hun bezit. De dolerenden werden buiten de kerk gehouden door deze te bewaken en van andere sloten te voorzien.

Nu zou blijken wie de kerkenraad zou volgen en wie niet. Het aantal dolerenden zal de kerkenraad zijn tegengevallen. Van de 2672 kerkleden volgden ongeveer 450 de doleantie. Op nieuwjaarsdag 1888 kwamen ze bijeen in de christelijke bewaarschool aan het Middenpad; daar zou men de eerste tijd kerken.

Op 11 januari 1889 deed het gerucht de ronde dat een nieuwe overnamepoging zou worden beraamd, waarna meer dan honderd met knuppels bewapende mannen de kerk kwamen verdedigen. Uit angst voor ongeregeldheden kondigde de burgemeester een samenscholingsverbod af. De spanningen in Hardenberg namen pas af toen de dolerenden later in het jaar een eigen kerkgebouw stichtten: de Höftekerk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.