’t Spijker

Bij de aanvang van het kadaster, anno 1832, werd de katerstede ’t Spijker geregistreerd in sectie G no. 306 op legger 373 ten name van Berend Veenebrugge en mede-eigenaren.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

Op 23 oktober 1838 werd een boedelinventaris geregistreerd van de nalatenschappen van Jasper Zweers en Lutgertje Meuleman, gelegen in Sibculo. Zij waren resp. overleden op 1 september 1808 en 27 oktober 1811 in stad Hardenberg. Daardoor was hun bezit vererfd op hun nazaten. Die nazaten wilden de boedel verdelen en daarvoor werd eerst alles ‘in kaart gebracht’ en getaxeerd (aktenr. 1317, scan 23). De nazaten waren: Jan Hermen Zweers Jasperszoon (wethouder te stad Hardenberg) en echtgenote Fenna Buschman, Evert van Munster (tapper te stad Hardenberg) en echtgenote Maria Zweers en Derk Zweers en echtgenote Berendina Willemina Sophia Meijling (logementhouders te stad Delden). Tot de boedel behoorde als vijfde hun aandeel (een-vierde) van het zogenaamde Spijker in Sibculo met grond en wheere (huis en erf) ter grootte van één roede en vier ellen (sectie G-355) en bijbehorende landerijen. Het e.e.a. werd getaxeerd op 94 gulden. Het vierde deel van ’t Spijker werd toebedeeld aan Jan Herm Zweers Jasperszoon en echtgenote Fenna Buschman.