Timmermans, Helkink of Sprijtloffs

De voorgevel van de boerderij op het oude erve Timmermans aan de Rheezerweg. De gietijzeren muurankers, bijna verscholen onder het rieten wolfsdak, tonen het bouwjaar 1820. In dat jaar liet boer Evert Stoeten, getrouwd met Lubbigjen Scholten, de bestaande boerderij vervangen. Een paar jaren later overleed Evert en trouwde Lubbigje met Hermen Veurink. Vanaf die tijd werd de boerderij ca. 180 jaren lang bewoond door hun nazaten. Op deze dia uit ca. 1967 zien we v.l.n.r. moeder Geesje Veurink-Stoeten (1919-1991), dochter Hendrikje Veurink (1948) met daarnaast haar partner Johannes Platjes (1944), het jongere dochtertje Bertha Veurink, vader Gerrit Veurink (1918-2004) en geheel rechts Ariënna Loor-Met (1915) (Fotograaf: ds. E.J. Loor te Heemse).

 

Het oudste monument van Rheeze is de uit 1820 daterende boerderij van het erve Timmermans. Al bijna tweehonderd jaar ligt het grote Saksische pand aan de oude weg van Hardenberg naar Diffelen. Komend vanuit Heemse vallen de grote baanderdeuren in de achtergevel meteen op, evenals de langgerekte houten schuur met rietvlechtwerk die voor op het erf staat. Na het overlijden van de laatste bewoner, Gerrit Veurink, heeft de boerderij enkele jaren leeg gestaan, maar een decennium geleden werd zij aangekocht door de familie Meinen uit Dronten.

 

 

Het erve Timmermans is, naar het zich laat zien, een afsplitsing van het veel oudere erve Helkink of Sprijtlofs in Rheeze. Aan het einde van de achttiende eeuw werd het bewoond door Lucas Jansen en zijn vrouw Hendrika Timmerman. Hendrika was daar geboren en opgegroeid. Toen Lucas eind 1791 overleed, bleef zijn weduwe alleen achter met hun zoontje van net een half jaar oud. Om de boerderij te kunnen blijven bewonen en bewerken, moest ze waarschijnlijk hulp inroepen – en betalen – waardoor financiële problemen ontstonden. Noodgedwongen leende ze maar liefst 500 gulden. Als onderpand stelde ze haar eigendommelijke plaatsjen het Timmermans genaamd. Nog diezelfde maand hertrouwde Hendrika met haar buurman Jannes Scholten. In de huwelijkse voorwaarden werd bepaald dat haar voorkind, Hendrik Jan Timmerman, het recht hield om later, als hij volwassen was, de boerderij op het erve Timmermans te gaan bewonen. De weduwe verhuisde met haar zoontje naar de boerderij van de bruidegom, waarna het Timmermans werd verpacht; men kon tenslotte niet op twee plekken tegelijk wonen. De pachters werden Jan Derks Schutte en zijn vrouw Gerritdina Vinke. Zij bleven er vier jaren wonen, waarna ze noodgedwongen verhuisden naar de katerstede het Egbertjes op het Rheezerveen. De verschuldigde pacht over de jaren 1792, 1793 en 1794 hadden ze niet volledig aan hun landheer Jannes Scholten betaald. Reden waarom Scholten de pachtovereenkomst, die meestal voor een periode van zes jaren werd aangegaan, beëindigde. De 240 gulden schuld moest nog wel ‘even’ worden betaald en daarvoor stelde het echtpaar Schutte als onderpand de opbrengst van al hun mobilia, vhee en zaadgewassen. Vervolgens werd de boerderij vele jaren achtereen, van 1795 tot 1808, verpacht aan zwager en zus Hermen Welink en Zwaantje Scholten.

Hermen en Zwaantjen Welink, wonend op ’t Timmermans, kochten in 1797 het 12de en 33ste perceel van het bij opbod verkocht erve Raatmink van de gezamenlijke eigenaren Jasper Zweers en echtgenote Lutgertjen Moleman, Derk Odink en echtgenote Berendina Rustenberg, J.G. Pruim en echtgenote J.H. Bruins. Het betrof de zgn. Greftakker en een half dagwerk hooiland in de Rheezermaten, genaamd de Papengaarde.

Hendrik Jan Timmerman, de enige zoon uit het eerste huwelijk van Hendrika, is waarschijnlijk op jonge leeftijd gestorven. Vandaar dat de oudste dochter uit haar tweede huwelijk, Lubbigjen Scholten, haar ouders opvolgde als eigenaresse van het erve Timmermans. Zij huwde in 1816 met Evert Stoeten die op de Rheezerbrink geboren was. Rond die tijd moet de verpachting van het erve Timmermans beëindigd zijn, want het jonge echtpaar ging er wonen. Ze kregen er drie kinderen. In die tijd hebben zij de nieuwe boerderij laten bouwen, het pand dat er tot op de dag van vandaag dus nog staat. De twee oudste kinderen, twee zoons, waren nog in het oude huis geboren. Die nieuwe grote boerderij bracht niet veel geluk, want nog in hetzelfde jaar als waarin hun derde kindje geboren werd, stierf Evert op slechts 35-jarige leeftijd. Lubbigjen bleef alleen met het kleine kroost achter in het grote nieuwe huis. Het was in die dagen gebruikelijk dat een jonge weduwe vrij snel hertrouwde. Nog geen anderhalf jaar later werd dat huwelijk voltrokken. Haar nieuwe man, Hermen Veurink, wam ook uit Rheeze. Voordat het stel kon trouwen, werd eerst bij de notaris een zogenaamde akte van momberstelling opgemaakt. In die akte liet de weduwe vastleggen dat de minderjarige kinderen uit haar eerste huwelijk, waarvan de oudste acht en de jongste net twee jaar oud was, de enige en universele erfgenamen zouden zijn en blijven van haar en haar overleden man. Antoni van Riemsdijk beschreef de akte niet in het toenmalig notariskantoor, maar op de boerderij in Rheeze, en begon met: Op heeden den 31e der maand juli des jaars 1824, des morgens ten acht uren, op het erve het Sprijtlofs of Timmermans te Rheeze, ten woonhuize van hetzelve, numero 16… (aktenr. 412, scan 146).

Op 11 augustus 1824 werden door notaris Antoni van Riemsdijk de huwelijkse voorwaarden geregistreerd tussen Harm Veurink en Lubbigjen Scholten. De bruid was weduwe van Evert Stoeten en had uit haar eerste huwelijk drie minderjarige kinderen: Jan, Lubbert en Hendrika Stoeten. De akte tussen de aanstaande echtgenoten werd beschreven ten woonhuize numero 16 van het erve Timmermans, Helkink of Sprijtloffs te Rheeze. De bruidegom bracht 2.550 gulden mee als bruidsschat. De bruid bracht ruim 2.600 gulden in de gezamenlijke boedel. Lubbigjes ouders, Jannes Stoeten en Hendrika Timmerman, gaven aan het bruidspaar een onherroepelijke gifte onder de levenden van het door hun bewoond en gebruikt wordende erve het Timmermans, Helkink of Sprijtloffs (aktenr. 419, scan 132). Het huwelijk zou daags erna door de ambtenaar van de burgerlijke staat van de gemeente Ambt Hardenberg bevestigd worden.

Bij de aanvang van het kadaster, anno 1832, werd het erve Timmermans geregistreerd in sectie K no. 575 op legger 306 ten name van landbouwer Jannes Scholten en echtgenote Hendrika Timmerman. Zij waren op 6 mei 1792 te Heemse getrouwd.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832

 

Hoewel in de akte van momberstelling anno 1824 was bepaald dat de kinderen uit haar eerste huwelijk het recht hadden en hielden om later de boerderij van het erve Timmermans over te nemen, werd het toch bij een boedelscheiding verkregen door Gerrit, de oudste zoon uit het tweede huwelijk van Lubbigjen met Hermen Veurink (zie register van overschrijving hypotheken, deel 21, nr. 1054). Hermen was op 30 juni 1865 overleden te Rheeze.

In 1870 boedelscheiding. Over op:
Legger 2808/4: Eigendom van Gerrit Veurink en echtgenote Gesina Lenters (zie register van overschrijving hypotheken, deel 24, nr. 913). Zij zijn op 17 september 1869 te Heemse getrouwd. Gerrit was daarvoor op 7 december 1865 getrouwd met Johanna Hilberink, maar zij was op 6 maart 1867, op 29-jarige leeftijd, overleden. Huisnr. G-10.

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1905.

 

In 1906 stichting. Over op:
Legger 2808/31: Huis, kookhuis, schuur en erf. In 1912 herbouw. Over op:

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1912.

 

Legger 2808/33: Nieuwe sectie K-1819. In 1927 herbouw. Over op:
Legger 2808/43: In 1956 bijbouw. Eigendom van Hermannes Veurink, Berendina Lubberta Veurink en Lubbertus Veurink. Over op:

 

Berendina Lubbertha Veurink (1879-1959), bijgenaamd Timmermans-Beerndiene (Fotograaf: ds. E.J. Loor te Heemse).

 

Hierboven zien we Berendina Lubbertha Veurink, alias Timmermans-Beerndiene. Zij was ongehuwd en woonde bij haar broer Lubbertus (Bats) Veurink in de boerderij aan de Rheezerweg 91. Op de achtergrond zien we een fornuis en om zich te verwarmen staan haar voeten op een stoof met een test erin. Berendina werd geboren in Rheeze, op 4 juli 1879, als dochter van Gerrit Veurink en Gesina Lenters. Na een leven van tachtig jaren stierf ze op 15 juli 1959, eveneens in Rheeze.

Legger 2808/51: In 1959 gedeeltelijke vernieuwing. Over op:
Legger 2808/52: In 1964 boedelscheiding. Over op:
Legger 10111/26: Eigendom van Gerrit Veurink (geb. 06-10-1918) en echtgenote Geesje Stoeten. In 1967 vereniging. Over op:
Legger 10111/31: In 1969 stichting. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1967.

 

De voorgevel met muurankers ‘1820’, anno 1983.

 

Legger 10111/37: Nieuwe sectie K-2458. Twee huizen, schuren, erf en bouwland aan de Rheezerweg 91.

 

Fotograaf: E. Wolbink, anno 2008.