’t Koers

In het vrijwillig rechterlijk archief van ’t Schoutambt Hardenberg vinden we deze akte, gedateerd 16 mei 1782:
Ik Jacob van Riemsdijk, van wegens hoger overigheid verw. Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere hiermede dat voor mij en keurnoten, die waren Jan Holtman en Albert Kip, persoonlijk in den gerigte gecompareerd en erschenen zijn Jan Brinkhuis met zijn huisvrouw Hadewigh Hendriks, tutore marito, woonagtig op ’t erve Brinkhuis te Varssen; en verklaarden zij comparanten voor een somma van coopspenningen, bedragende vierhonderd guldens, die aan haar ten genoegen zijn voldaan en betaald, bij dezen in de bestendigste forma landregtens te transporteren en in vollen eigendom over te dragen aan Hendrik Koertsen en zijn huisvrouw Merregien Evertsen, woonagtig te Reese, haar comparanten eigendommelijke keuterplaatsjen, staande op ’t register van ’t schoorsteengeld op de naam van Hendrik Timmerman, gelegen in de boerschap Reese in dit Schoutampt, en bestaande in het woonhuis en gooren, benevens een mudde zaaijland op Splijtlofskamp, zijnde allodiaal goed en met zijn regt en geregtigheid, raad en onraad, lusten en lasten, zo van heerenschattingen als anders daartoe en aangehorende; alles zo en in diervoegen als hetzelve keuterplaatsjen aan haar comparanten in eigendom heeft toebehoord. Doende zij comparanten daarvan bij dezen afstand, oplatinge en vertichtenisse met hande en monde, haar en haare erfgenamen daarvan also ontervende, en de voors. copers en betalers Hendrik Koertsen met zijn huisvrouw en erfgenamen daar wederom aanervende; belovende zij comparanten ook deze cessie en overdragt ten allen tijden te zullen staan, wagten en wharen voor alle evictie en opsprake als na Landregte. In kennisse der waarheid is dezen door mij verw. Scholtus voornoemd, met de comparanten getekend, en door mij gezegeld en omdat zij comparanten geen zegels en hadden, zo hebbe op haar verzoek dezen voor haar met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Hardenbergh den 16 maij 1700 twee en tachentigh.

Aansluitend werd deze obligatie of hypothecaire akte geregistreerd:
Ik Jacob van Riemsdijk, van wegens hoger overigheid verw. Scholtus van den Hardenbergh cum annexis, doe cond en certificere hiermede dat voor mij en keurnoten, die waren Jan Holtman en Albert Kip, persoonlijk in den gerigte gecompareerd en erschenen is Hendrik Koertsen met zijn huisvrouw Merregien Evertzen, tutore marito, benevens haar schoonzoon Berend Jansen met zijn huisvrouw Harmtien Hendriksen, tutore marito, tezamen woonagtig te Reese; en verklaarden zij comparanten wegens opgenomene en aan haar verstrekte penningen opregt en deugdelijk schuldig te wezen aan de hoogwelgeboren gestrenge heer Isaac Reinder baron van Raesfelt en deszelvs ehegemalinne de hoogwelgeb. vrouwe Clara Feijoena baronesse van Raesfelt geboren baronesse van Sijtzama, heer en vrouwe van Heemse etc. etc. etc., een capitale somma van vijfhonderd car. guldens ad twintig stuivers het stuk, zegge 500 guldens. Aannemende en belovende zij comparanten dezelve jaarlijks en alle jaaren tot de aflosse toe te zullen verrenten met drie en een halve gelijke guldens van ieder honderd gerekend, zullende het eerste jaar interesse hiervan wezen vervallen op den vijftienden maij 1700 drie en tachentigh en zoo vervolgens tot de aflosse continueren. Verklarende zij comparanten onder renuntiatie van alle exceptiën die desen mogten contrariëren daarvoor niet alleen tot een generaal verband te verbinden haare personen en goederen, geene uitgezonderd, maar ook bij dezen daarvoor tot een speciaal hijpotheecq en onderpand te verbinden en te stellen, haar comparanten eigendommelijke keuterplaatsjen, staande op ’t register van ’t schoorsteengeld op de naam van Hendrik Timmerman, en bestaande in het woonhuis en gooren, benevens een mudde zaaijland op Splijtlofskamp, zoals het zelve heden door Jan Brinkhuis en zijn huisvrouw aan haar comparanten is getransporteerd geworden; voorts een stuk zaaijland genaamd de Twaalf Ellen, groot twee schepel lands, en een stuk zaaijland genaamd den Agtersten Leezer, groot drie schepel lands, zijnde beide door haar aangekogt uit het erve Averlink en gelegen op den Reeser Esch; en dan nog een mudde lands op den Hulskamp uit het erve Stoeten aangekogt; alle tezamen gelegen in de boerschap Reese onder dit Schoutampt; ten einde om in geval van onverhoopte misbetalinge zo van capitaal als renten, als dan het bovengemelde capitaal van vijfhonderd guldens met de onbetaalde interessen daaraan ten allen tijden cost en schadeloos te kunnen en mogen verhalen. In kennisse der waarheid is dezen door mij verw. Scholtus met de comparanten getekend, en door mij gezegeld, en omdat zij comparanten geen zegels en hadden, zo hebbe op haar verzoek dezen voor haar met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Hardenbergh den 16 maij 1700 twee en tachentigh.

Koper Hendrik Koerts was op 9 mei 1751 te Heemse getrouwd met Margien Everts uit Beerze. Hun dochter Hermtje was geboren in ’t Rheezerveld en op 23 januari 1752 gedoopt in de kerk te Heemse. Zij, op haar beurt, was op 18 maart 1775 in diezelfde kerk in ondertrouw gegaan met Berend Jansen Koers uit Besthmen bij Ommen. 

Schout J.G. Pruim registreerde op 16 september 1797 een hypotheekakte op verzoek van Berend Koerts en huisvrouwe Lutgertjen Jans. Zij verklaarden 500 carolyguldens schuldig te zijn aan Albert Waterink en echtgenote Geesjen Haberts te Ennevelde. Tot onderpand voor het geleende geld en de daarover verschuldigde rente stelden ze hun comparanten eigendommelijke en door hun zelve bewoond en gebruikt wordende katerstede, bestaande in het woonhuis en goorden c.s.

Bij de aanvang van het kadaster, anno 1832, werd de katerstede ’t Koers geregistreerd in sectie K no. 559 op legger 190 ten name van landbouwer Jan Berends Koers en echtgenote Hendrikjen Vrielink.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.