den Hulskamp of Blooten

In het vrijwillig rechterlijk archief van ’t Schoutambt Hardenberg vinden we deze bijzondere akte, gedateerd 9 februari 1782, beschreven door plaatsvervangend schout Jacobus van Riemsdijk in ’t bijzijn van de keurnoten bmr. Jan Santman en Antoni Santman:
Erschenen Hendrik Jurrien Kragt en David Kragt, voor haar zelvs en de rato caverende voor Jan Berend Welvaard, Maria Kragt en Hendrina Kragt, weduwe van Derk Bater, ter eenre; en Hendrikus Kragt en Regina Kragt, de laatste met de eerste als momboir zijnde geadsisteerd, beide mede voor haar zelvs en de rato caverende voor haar zuster Annegien Kragt ter andere zijde, tezamen kinderen en erfgenamen van wijlen Joost Christoffer Kragt en Francina Machre, in leven echteluiden. En verklaarden zij comparanten voor haar zelvs en in voors. qualiteit met malkanderen overeengekomen te zijn, om haar ouderlijke woonhuis en schuure staande te Reese, benevens een dagwerk hooijland, gelegen in de Mosmaate onder Anevelde, bij wijze van zetkoop onder haar te verkopen of aan eene man te brengen; en wel in diervoegen dat van ieder parthije eene zal moeten gooijen met dobbelsteenen, en wie het laagste gooijd zal verpligt zijn om te zetten het huis en de schuure, en vervolgens het hooijland; zullende de andere parthije binnen een half uur daarna zig moeten declareren of hij het huis en schuure, en het hooijland daarvoor wil laten varen of voor die prijs zelvs behouden. En zal die geene die dezelve goederen komt te trekken dezelve kunnen aantasten op maij aanstaande en op die tijd ook de daarvoor beloofde coopspenningen moeten voldoen aan of ten voordeele der gezamentlijke erfgenamen en wel zo aan ieder als dezelve daartoe beregtigd is. Zullende de coper of trekker mede moeten voldoen de costen van de overdragten en van de vijftigste penning, voor zo verre daarvan betaald moet worden. Vervolgens met dobbelsteenen gegooijd zijnde, is bevonden het laagste gegooijd te hebben David Kragt op het huis en schuure; die hetzelve voor hem en zijne consorten heeft gezet op een somma van 485 guldens; en op het hooijland in de Mosmaate het laagste gegooijd zijnde door Hendrikus Kragt, die hetzelve voor hem en zijne consorten gezet heeft op een somma van 280 guldens. Waarna vervolgens Hendrikus Kragt en Regina Kragt voor haar en Annegien Kragt hebben gedeclareerd het gemelde woonhuis en schuur voor de gemelde somma aan de zetters te laten. Zoals Hendrik Jurrien Kragt en David Kragt voor haar zelvs en in gem. qualiteit mede declareren het dagwerk hooijland in de Mosmate voor de gemelde somma te laten voor de zetters. Reserverende beide parthijen verders om binnen veertien dagen de finale koper te noemen.

Vervolgens vinden we deze akte, gedateerd 4 augustus 1782:
Ik Jacob van Riemsdijk, van wegens hoger overigheid verw. Scholtus van den Hardenbergh cum annexis, doe cond en certificere hiermede dat voor mij en keurnoten, die waren Rutg. Santman en D.J. Santman, persoonlijk in den gerigte gecompareerd en erschenen zijn Hendrik Jurrien Kragt, David Kragt, Jan Berend Welvaard als in huwelijk gehad hebbende Willemina Kragt, voor hemzelvs en als vader en voogd van zijne kinderen, voorts Egbert Geughjes als gevolmagtigde van Maria Kragt, huisvrouw van Arend Geughies luid volmagt voor dezen gerigte op den 11 maij dezes jaars gepasseerd, en dan nog Harmen Deudink in qualiteit als gevolmagtigde van Hendrina Kragt, weduwe van Derk Bater, luid volmagt voor dezen ed. gerigte op den 13 maij dezes jaars gepasseerd; welke beide volmagten alhier zijn vertoond en gelezen; en verklaarden zij comparanten voor haar zelvs en in voorn. qualiteit voor een somma van coopspenningen bedragende voor ieder van haar comparanten of derzelver principalen een en seventig guldens, veertien stuivers en ses penningen, en dus voor haar vijven tezamen een somma van driehonderd agt en vijftig guldens, elf stuivers en veertien penningen, die aan haar den eersten met den laatsten van dien ten genoegen zijn voldaan en betaald, bij dezen in de bestendigste forme landregtens te transporteren en in vollen eigendom over te dragen aan Hendrikes Kragt voor de eene halfscheid en aan deszelvs zusters Regina Kragt en Annegien Kragt voor de andere halfscheid haar comparanten of derselver principalen portien ofte aandelen van het woonhuis en schuure, zo door wijlen Joost Christoffer Kragt en zijn huisvrouw Francina Machre is bewoond geweest en nagelaten, kennelijk staande in de boerschap Reese; en dan nog aan voorn. Hendrikes Kragt, Regina Kragt en Annegien Kragt, ieder voor een derde part haar comparanten en derzelver principalen eigendommelijke portien ofte aandelen van een dagwerk hooijland gelegen in de Mosmate bij het Varel, zijnde oorspronkelijk uit het erve Meijerink te Anevelde in dit Schoutampt; wezende tezamen allodiaal goed, en met zijn regt en geregtigheid, raad en onraad, lusten en lasten, zo van heeren schattingen als anders daarop staande, alles zo en in diervoegen als deze goederen aan haar comparanten en hare principalen in eigendom hebben toebehoord. Doende zij comparanten voor haar zelvs en in voorn. qualiteit daarvan bij dezen afstand, oplatinge en vertichtenisse met hande en monde, haar en derzelver erfgenamen daarvan alzo ontervende en de voorzeide copers en betalers Hendrikes Kragt, Regina Kragt en Annegien Kragt met haare erfgenamen daar wederom aanervende, belovende zij comparanten voor haar zelvs en in voorz. qualiteit ook deze cessie en overdragt ten allen tijden te zullen staan, wagten en wharen voor alle evictie en opsprake als na Landregte. In kennisse der waarheid is dezen door mij verw. Scholtus met de comparanten pro se et qqa getekend, en door mij gezegeld, en omdat zij comparanten geen zegels en hadden, zo hebbe op haar verzoek dezen voor haar met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Hardenbergh den 4 augusti 1700 twee en tachtentigh.

In augustus 1791 werd den Hulskamp gekocht door Hendrik Dunnewind en echtgenote Jennigje Kortman uit Varsen (kerspel Ommen). Zij hadden de katerstede aangekocht van Lubbert Stoeten.

Op 1 september 1793 werd hun eerste zoon, Egbert, geboren op den Hulskamp, zoals blijkt uit het doopboek van Heemse:

 

 

Deze Egbert Dunnewind werd later schoolmeester te Rheeze.

Rechterlijk archief 27 mei 1798: 
Verschenen Lubbert Stoeten te Rheese en huisvrouw Willemtien Marsink. Verklaren over te dragen aan Jan Hendrik van Welbergen en huisvrouwe Regina Kracht, de katerstede den Hulskamp te Reeze, tans bewoond en gebruikt wordende door Hendrik Veurink, met een vierde gedeelte van een volle whaare in de Rheezer Markte.

Contentieus archief, inv.nr. 48, d.d. 22 april 1799: 
Scholtus J.G. Pruim, Keurnoten de heer G.J. Krull en Jan Nijman. Erschenen Jan Hendrik van Welbergen, woonachtig te Raalte, zeggende dat hij op den 2e october 1798 aan Jannes Stoeten te Rheeze heeft verhuurd voor den tijd van een jaar de katerstede Den Hulskamp te Reeze, om door Hendrik Veurink te worden bewoond, op conditie behalven de bedongene huurpenningen, dat den huurder zoude verplicht en gehouden zijn het gehuurde huis in dak en wand te onderhouden en alzo in eenen goeden staat verlaten; dat hij nu het zelve huis willende en moetende repareren, den geciteerden of wel den tegenswoordigen bewooner heeft aangemaand om aan de timmerlieden te geven kost en drank en het door hem citant als eigenaar alzo verbeterde gedeelte van ’t zelve huis vervolgens behoorlijk met dak en wand te voorzien; en dat hij daarom te raade en genoodzaakt geworden is, denzelven Jannes Stoeten tegens heden te doen citeren om deswegens te zien doen en nemen behoorlijke eisch en conclusie, concluderende dan onder aanbod om onder solemneelen eede te verklaren dat hij het voorzeide huis aan Jannes Stoeten verhuurd heeft, dat denzelven, of den bewoner van dat huis, verplicht en gehouden zijn zouden om het zelve in eenen goeden staat van dak en wand te onderhouden, en bij hun vertrek zoodanig te verlaten.

Dat de geciteerde zal worden gecondemneerd om het voorzeide huis alvorens het door den tegenswoordigen meijer wordt verlaten, in eenen goeden staat van dak en wanddichte te stellen en de timmerlieden welken ’t zelve tans repareren te onderhouden in kost en drank, zo lange zij daaraan werkzaam zijn. Ofte etc. cum expensis. Ex adverso erschenen Jannes Stoeten, zeggende dat hij wel van J.H. van Welbergen de gementioneerde katerstede heeft gehuurd om door Hendrik Veurink te worden bewoond, en ook wel dat den bewooner hetzelve behoorlijk dak en wanddigte zoude hebben te onderhouden; doch niet dat wanneer den aanlegger mogte goedvinden hetzelve geheel of gedeeltelijk onder voet te werpen en dan weder te doen optimmeren, om in dat geval, dat gerepareerde of herstelde in dak en wanden te voorzien, en de timmerlieden daartoe kost en drank aan te schaffen. Dat zulks door den aanlegger ook niet wordt bewezen bedongen te zijn, zoals hij gedaagde zulks ook vaardig is onder eede te ontkennen; en dat hij deshalven, onder offerte van deze eedes praestatie, en met aanbod dat hij voor het vertrek van Hendrik Veurink, dat op den 1e meij aanstaande gebleven is, zal doen brengen in dien staat dat het behoorlijk dak en wanddigte zij, bij dezen, omni meliori modo contra concludeerd.

Een ander kind van Hendrik en Jennigje Dunnewind was Janna. Zij werd geboren op 19 april 1800 op den Hulskamp en acht dagen later gedoopt in de kerk te Heemse. Zij zou als volwassen vrouw met haar man, in ’t gevolg van ds. Van Raalte, emigreren naar Amerika. Over haar belevenissen is een fraai artikel geschreven door dhr. Poelarends.

Op 27 juli 1812 werd door notaris Van Riemsdijk een boedelinventaris opgemaakt van alle roerende en onroerende bezittingen van Regina Kragt, de weduwe van Jan Hendrik van Welbergen. De inventarisatie werd gehouden op de katerstede den Hulstkamp in Rheeze.

In het notarieel archief wordt ook deze akte bewaard inzake de publieke verkoop van de katerstede de Hulskamp te Rheeze, gedateerd 5 juni 1816:
Op heeden den vijfden der maand junij eenduizend agthonderd en zestien, des voordemiddags om elf uuren, ten huize van Berendina Rustenbergh, weduwe van wijlen Derk Odink, logementhoudersche, woonende op den Rustenbergh te Heemse in deeze gemeente, in tegenwoordigheid van den heer Jacob van Nahuis, commis ter recherche bij de convoijen en licenten alhier, woonende op den Rustenbergh voormeld en van Fredrik Zweers, timmerman, woonende ter Steede Hardenbergh als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, hebben wij Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter Steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, ten verzoeke van Hendrikus Kragt, landbouwer, woonende te Rheeze in deeze gemeente in kwaliteit van erfgenaam en bewindhebbende in de nalatenschap van wijlen Regina Kragt, weduwe van wijlen Jan Hendrik van Welbergen, in leven landbouwersche woonende te Rheeze voorschreeven, publiek en aan de meestbiedende met permissie van den heer Regulateur van het Regt van Successie in dit kanton en die van Ommen en Raalte, de katersteede den Holskamp, bestaande uit derzelver behuizinge nr. 4 en daartoe gehoorende landerijen, cum annexis, groot ongeveer drie mudde gezaaij, geleegen aan en Marsch te Rheeze meergemeld, met het daaraan verknogtte een vierde whaerdeel in de onverdeelde Rheezer markte. Welke katersteede cum annexis is ingezet geworden door Jan Stoeten te Rheeze voor 220 guldens. Dezelve hoogt met 120 guldens. En is vervolgens bij den afslag gemijnd door de heeren Jetso van Voss en Willem Swam te Hardenbergh, voor 410 guldens.

Op 1 april 1817 werd een onderhandse koopovereenkomst gesloten tussen Jetso van Voss en Willem Swam enerzijds en Gerrit Laarman en Hendrikje Nijhuis anderzijds. Het betrof de overdracht van den Hulskamp. Het jaar erop werd een hypotheek gevestigd met als onderpand de Hulskamp, door de nieuwe eigenaren Gerrit Laarman en Hendrikje Nijhuis, gedateerd 19 mei 1817:
Voor ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter Steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van Willem Nijman, bakker, en van Frederik Zweers, beëdigd tauxateur en meester van den turf, beide woonende ter Steede voormeld als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, compareerde Gerrit Laarman, landbouwer, woonende te Rheeze in deeze gemeente en deszelfs huisvrouwe Hendrikjen Nijhuis, zijnde beide aan ons notaris bekendt. Dewelke bij deeze tegenswoordige acte hebben erkent wel en wettiglijk schuldig te zijn aan de heer Egbert Smelt en deszelfs ehevrouwe Hendrika ten Cate, koopman, woonende op het Vriezenveen, de somma van zeshonderd caroliguldens, wegens eene geldleening van gelijke somma, welke de gemelde heer Egbert Smelt en vrouwe Hendrika ten Cate gedaan hebben aan voornoemde Gerrit Laarman en vrouwe Hendrikjen Nijhuis, in zilveren geldspeciën volgens den koers van deezen dag en welke zij alzoo zo te zaamen als ijder van hun in het bijzonder, verklaaren te hebben ontvangen, naar hun genoomen en daar meede te vreeden te zijn. De voornoemde Gerrit Laarman en vrouwe verbinden zich bovendien om aan gemelden heer Egbert Smelt en vrouwe Hendrika ten Cate te betaalen de intressen van de voorzeide somma van zeshonderd guldens van jaar tot jaar, te rekenen van den vijfentwintigsten april laatstleeden tegens vier en een half ten honderd in het jaar en zonder eenige korting van reeds bestaande en toekomstige belastingen onder welke benaaming dezelve zouden moogen geheeven worden welke intressen, evenals de gemelde hoofdsom, zullen betaald worden in goede gangbaare gouden of zilveren muntspeciën naar den koers van dezen dag en op geene andere wijze zoals gezegd is geworden. Tot zekerheid en tot een waarborg voor de teruggaave en betaaling van gemelde somma van zeshonderd guldens en van de intressen daarvan afkoomende op zodaanige wijze als hierbooven is omschreeven en overeengekomen, hebbende voormelde Gerrit Laarman en vrouwe zich bij deezen verbonden en in het bijzonder gehypothekeerdt hun comparanten eigendommelijke katersteede den Holskamp, bestaande uit derzelver behuizinge nr. 4 en daartoe gehoorende landerijen, cum annexis, groot ongeveer drie mudde gezaaij, geleegen aan den Marsch te Rheeze in deeze gemeente met het daaraan verknogtte een vierde whaardeel in de onverdeelde Rheezer markte en een woonhuis genaamd Blootens, staande onder nr. 4 ter Steede Ommen met een hofjen, groot een schepel land, welke woonhuizen en landerijen cum annexis voormeld de voornoemde Gerrit Laarman en vrouwe verklaaren te zijn derzelver eigendom en met geenig ander geld bezwaard dan op het laatstgemelde woonhuis en hofjen met eene schuld van eenhonderd zeven en vijftigh guldens en zeventigh cents, ter leen ontvangen van de gereformeerde diaconie van Ommen, en zulks op en met onderwerping aan de straffen op bedrog gesteld, die hun ontvouwdt zijn door den gemelden notaris.

Gerrit Laarman overleed op 27 december 1822 in huisnr. 4 te Rheeze, dus op zijn katerstede den Hulskamp. Op 3 januari 1824 werd door notaris Antoni van Riemsdijk, op verzoek van Gerrits weduwe, een zgn. ‘boedelinventaris‘ opgesteld (aktenr. 358, scan 333). Vervolgens hertrouwde weduwe Hendrikje Nijenhuis op 9 dagen later te Heemse met Gerrit Schutte, afkomstig uit Marle onder Hellendoorn.

Bij de aanvang van het kadaster, anno 1832, werd de katerstede den Hulskamp geregistreerd als ’t Blooten, gelegen op de Rheezerkamp, geregistreerd in sectie K no. 702 op legger 319 ten name van dagloner Gerrit Schutte.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.