’t Brinkmans

Tot de wel meest burgerlijk aandoende monumentale woningen in Rheeze mag zeker het Brinkmans gerekend worden, gelegen op de hoek van de Rheezerweg en Ringweg. Dit bouwwerk, oorspronkelijk een boerderij waarvan het bedrijfsgedeelte in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd afgebroken, was het grootste deel van de negentiende eeuw bewoond door de familie Tempelman. Het Brinkmans was een katerstede en geen erve. Dat betekent dat het vanouds geen rechten in de marke bezat. Waarschijnlijk is het, destijds gelegen aan of nabij de Rheezerbrink, aan het eind van de achttiende eeuw ontstaan. Bij de landelijke invoering van het kadaster, in 1832, stond hier in ieder geval al een boerderij die toebehoorde aan Jannes Scholten en Hendrika Timmerman. Zij woonden er vanaf 1792, het jaar waarin ze getrouwd waren. In de huwelijkse voorwaarden, die in het archief van ’t Schoutambt Hardenberg bewaard gebleven zijn, staat namelijk: … op ’t Brinkmans waar zij thans gaan wonen…

De boerderij bood aan het begin van de negentiende eeuw ook onderdak aan het echtpaar Gerrit Bekman en Albertdina Stegeman. Zij kwamen vanuit Heemse in Rheeze wonen waar ze in de daaropvolgende jaren vier kinderen kregen. Waarschijnlijk heeft de groei van het gezin ertoe geleid dat het echtpaar Scholten de boerderij verliet. Zij vestigden zich even verderop, op een andere boerderij die ze ook in eigendom hadden: het erve Timmermans aan de Rheezerweg 91. 

Op 11 augustus 1824 werden door notaris Antoni van Riemsdijk de huwelijkse voorwaarden geregistreerd tussen Harm Veurink en Lubbigjen Scholten. De bruid was weduwe van Evert Stoeten en had uit haar eerste huwelijk drie minderjarige kinderen: Jan, Lubbert en Hendrika Stoeten. De akte tussen de aanstaande echtgenoten werd beschreven ten woonhuize numero 16 van het erve Timmermans, Helkink of Sprijtloffs te Rheeze. Lubbigjes ouders, Jannes Stoeten en Hendrika Timmerman, gaven aan het bruidspaar een onherroepelijke gifte onder de levenden van het door hun bewoond en gebruikt wordende erve het Timmermans, Helkink of Sprijtloffs. Daarnaast werd aan Zwaantje Scholten, zus van de a.s. echtgenote, een geldbedrag gegeven en de katerstede het Brinkmans cum annexen te Rheeze (aktenr. 419, scan 132). 

Zwaantjen Scholten zou vijf jaar later, op 14 februari 1829, te Heemse trouwen met Seine Tempelman uit Arriën. Het echtpaar Bekman bleef nog lang op ’t Brinkmans wonen, maar hun kinderen overleden op jonge leeftijd of trouwden het huis uit. Na het overlijden van Gerrit, in 1827, bleef zijn weduwe met enkele kinderen nog een tijdje in Rheeze tot ze rond 1840 de pacht beëindigde en naar elders vertrok. Vanaf dat moment kreeg het Brinkmans nieuwe bewoners; de eigenaren Seine Tempelman en Zwaantjen Scholten. Het echtpaar Tempelman kreeg de boerderij in 1866 op naam bij de boedelverdeling van de nalatenschap van de ouders van Zwaantje (zoals al in 1824 toegezegd). Bijna een eeuw lang bleef het familiebezit. Via zoon Jannes werd het eigendom van de vrijgezelle kleinzoon Albertus Tempelman. Hij woonde er samen met zijn zuster Zwaantje en haar echtgenoot Hendrik Jan Koerts. In 1934 werd de boerderij via stroman Gerrit Hospers uit Vriezenveen verkocht aan ondernemer Harm Otter, de eigenaar van de Centra-winkel in Heemse. De nieuwe eigenaar van de boerderij verhuurde het huis (genummerd G-30) nog lange tijd aan de bewoners. Toen Zwaantje Koers-Tempelman in 1957 op 90-jarige leeftijd overleed, werd haar zoon Johannes Hendrikus, ook wel Bekmans-Johan genaamd, de hoofdbewoner van het pand. Johan werkte als venter voor de Centra-winkel van Otter. Hij huurde dus zijn woning van zijn werkgever. Hij heeft er nog lange tijd heel primitief geleefd. Zo stond hem bijvoorbeeld alleen één kraantje voor koud water in huis ter beschikking. Vanuit een grote voorraadkast in de woonkamer verkocht hij verschillende kruidenierswaren van zijn werkgever aan de mensen in de buurt die wel eens wat vergeten waren mee te nemen uit Hardenberg. Bij Bekmans-Johan klopte men bijna nooit tevergeefs aan…

 

De boerderij, Rheeze G-30 (nu Rheezerweg 97), gefotografeerd door P.C. Schellekens, anno 1966 (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

 

De linkerzij- en achtergevel.

 

De ‘nieuwe’ achtergevel (voorheen zijgevel).

 

Harm Otter, de verhuurder en eigenaar, had al in 1948 vergunning gekregen om het complete achterhuis van de boerderij te laten afbreken waardoor het schuurgedeelte met de stallen en de deel zouden verdwijnen. Er wordt verteld dat de achterzijde van de boerderij bij een hevige storm zou zijn ingestort. Dat gedeelte van de boerderij was daarna zo bouwvallig dat het gevaarlijk werd. Zes jaar later werd de vergunning bekrachtigd en daarna werden de sloop- en verbouwplannen daadwerkelijk uitgevoerd. De baanderdeuren waren daarmee verleden tijd. Bij de afbraak bleek dat het oude bouwwerk gefundeerd was met ijzeroerstenen. Door die ingrijpende aanpassingen werd het huis als het ware een kwartslag gedraaid. Wat eens de zijgevel was, was na de verbouw de voorgevel geworden. De voormalige boerderij ging in 1957 over op zoon Hendrik Otter. Toen de laatste bewoner, Bekmans-Johan, begin 1980 overleed, verzocht Otter het pand van de monumentenlijst te halen. Het was voor hem onbetaalbaar om het monument op eigen kosten te renoveren. Onderzoek wees uit dat de woning – hoewel al een tijdje niet meer bewoond – nog in een redelijke staat verkeerde. De raad besloot dan ook geen medewerking te verlenen.

 

Johannes Hendrikus Koers (bijgenaamd: Bekmans Johan) en zus Dieky poseren in de woonkamer (Fotograaf: ds. E.J. Loor te Heemse).

 

(Fotograaf: ds. E.J. Loor uit Heemse).

 

 

De woning die met achterstallig onderhoud kampte, werd in november 1982 gekocht door Eefke Bril uit Lutten. Zij was destijds werkzaam bij het aannemersbedrijf Van Dijk in Hardenberg. Ze had al een tijdje rondgekeken naar een eigen woning en toen haar werkgever haar verzekerde dat het pand nog prima in orde was, besloot ze het erop te wagen. Met alle medewerking van de rijksmonumentendienst – omdat ze er geen modern huis van wilde maken – werd het pand in 1983 onder architectuur van Herman Hamhuis verbouwd. Daarbij werd onder ander links in de voorgevel een extra vierruits-venster aangebracht voor ’t nodige daglicht. Een gedeelte van het dak was sinds de vorige grote verbouwing bedekt met dakpannen. Die werden vervangen door riet en het overige deel van het rieten dak werd gerestaureerd. In 1987 trouwde Eefke met Klaas Oordt uit Hellendoorn. Door een interne verbouwing, waarbij op de bovenverdieping slaapkamers werden gecreëerd, werd de woning geoptimaliseerd voor de bewoning door een gezin. Daglicht in de slaapkamers werd verkegen door dakramen boven de achtergevel en dakramen als hooiluiken boven de zijgevels te maken. Het echtpaar kreeg er vijf kinderen: Jan-Willem, Jennieke Joanne, Gerieke Ellen Anne, Henk Dieter en Jessica Naomi. De oude woning van de familie Oordt straalt zowel van binnen als van buiten iets bijzonders uit. De originele, enigszins voorover hellende, schouw in de huiskamer geeft bij vochtige zomers nog een roetlucht af. De kamer bevat nog een authentieke spinde (provisiekast), bakjes aan het plafond met haken voor de schinken en handgebakken tegeltjes bij de schouw. Met het verschil in hoogte van voor- en achtergevel en de originele blinden naast de vensters is het een uniek bouwwerk in Rheeze en zorgt het voor bewonderende blikken van onder andere wandelaars die het bekende Pieterpad lopen. De blinden, voorzien van hartjes, worden ’s winters gesloten om de stookkosten enigszins in de hand te kunnen houden.

 

Het Brinkmans, anno 2007 (fotograaf: E. Wolbink).

 

Kadastrale geschiedenis

In 1832 werd de katerstede geregistreerd als sectie K-556 in Rheeze op legger 306 ten name van Jannes Scholten en echtgenote Hendrika Timmerman.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1869.

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1877.

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1886.

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1906.

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1913.

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1968.

 

 

(Bron o.a.: Monumenten in de gemeente Hardenberg, een uitgave van de Stichting Historische Projecten, auteurs: E. Wolbink & A.C.A. Pullen; 2008, Hardenberg).