’t Weelink of Altena’s

Uit het pachtboek van de havezate Heemse blijkt dat het Welink of Altenaas te Rheeze in 1812 werd bemeijerd (gepacht) door Egbert Weelink en zijn vrouw Janna Heersmink. Zij waren op 22 mei 1796 getrouwd in Heemse.

In 1817 was het Weelink verhuurd aan Jannes Wesselink en zijn vrouw, in 1820 aan Jannes Bakhuis en in 1823 aan Marten Stegeman.

Op 12 december 1820 hield notaris Antoni van Riemsdijk een boedelinventarisatie op den Huize Heemse, no. 56, te Heemse, op verzoek van de hoogwelgeboren heer jonkheer Jacob van Foreest van Heemse, weduwnaar en boedelhouder van wijlen de hoogwelgeboren vrouwe Maria Clara gravinne van Rechteren, lid van de Ridderschap dezer provincie en breedgeërfde, domiciliërende op den Huize Heemse, zo voor zichzelven uit hoofde der gemeenschap van goederen tusschen zijn hoogwelgeborene en deszelfs wijlen ehevrouwe bestaan hebbende en als derzelver mede-erfgenaam voor een-vierde gedeelte haarer nalatenschap en als vruchtgebruiker van een ander vierde gedeelte derzelve, krachtens haar testamentaire dispositie op den 2 februari 1813 gepasseerd, als in naam en kwaliteit van vader en wettigen voogd van Willem Jan Petrus van Foreest, student in de rechten aan de Hooge School te Utrecht, oud 20 jaaren, Nannette van Foreest, oud 15 jaaren, Christina Louisa van Foreest, oud 13 jaaren, Theodora Sophia van Foreest (oud 9 jaaren) en Christina Ebella Cornelia van Foreest (oud 7 jaaren), deszelfs minderjarige kinderen. Tot de vele onroerende goederen behoorde het erve Weelink of Altena’s te Rheeze, aan de Steege, ten oosten de zogenaamde Rheezerbelten en bestaande uit deszelfs behuizinge en schapeschot numero 21. Het erve werd bemeijerd (gepacht) door Jannes Bakhuis en echtgenote Janna Jansen Kijkebeld (aktenr. 240, scan 16).

Bij de aanvang van het kadaster, anno 1832, werd het erve Altena geregistreerd in sectie K no. 537 op legger 101 ten name van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

Legger 101/593: Sectie K-537. Huis en erf. In 1841 over op:
Legger 617/5: Eigendom van Jannes Raatmink en echtgenote Willemiena Wolters. Zij waren op 14 april 1820 getrouwd in Heemse. In 1843 over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1843.

 

Legger 703/1: Nieuwe sectie K-859. Eigendom van Jan Hendrik Nijmeijer en echtgenote Lubbigjen Stoevebelt. Zij waren op 3 mei 1826 getrouwd in Heemse en kregen één dochter, Hendrikjen, welke ongehuwd op 26-jarige leeftijd in 1855 overleed. In 1852 boedelscheiding. Over op:
Legger 1036/2: Eigendom van Hendrik Overweg. Huisnr. G-5. In 1868 geb. exp. In 1881 sloping. Over op:

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1881.

Legger 1036/23: Nieuwe sectie K-1607. Grasland, bomen en erf op de Groote Esch. In 1901 successie. Over op:
Legger 5916/22: Eigendom van Jannes Overweg en echtgenote Geertjen Hakkers. Zij waren op 22 maart 1895 getrouwd te Heemse. In 1913 redreskaart. Over op:
Legger 5916/25: Nieuwe sectie K-1876. Weiland.