’t Veldmans

Ontstaan aan het begin van de achttiende eeuw heeft het erve Veldmans in haar oude glorie, bewoond door de familie Veltman en haar nazaten, slechts bestaan tot 1869. Volgens overlevering behoorde het erve zelf, met twee enorme woongedeeltes, tot een der grootste van Radewijk: Ie’j kond’n d’r wa met peerd en waag’n in dreij’n! Na een volledige afbraak van de oude boerderij is er een nieuwe gebouwd door de familie Eggengoor. Ook van het zgn. ‘Eggengoors’ is niet veel meer overgebleven. Door het introuwen van Albert Jan Klokkert veranderde naam opnieuw. Tegenwoordig staat op de plek van het oude erve een stal en is er een nieuw woonhuis bijgebouwd. Men zou kunnen veronderstellen dat er destijds tot afbraak van het oude erve Veldmans is besloten, omdat het geen van de families die er de laatste tweehonderd jaar hebben gewoond echt voor de wind is gegaan. Wel hebben deze familiaire verwikkelingen, vooral door toedoen van derden, geleid tot een van de meest aangrijpende verhalen uit de geschiedenis van Radewijk.

De eerste officiële vermelding van ’t Veldmans dateert uit 1736. Op de tiende maart van dat jaar werd in de kerk te Hardenberg de doopplechtigheid gehouden van Jan, zoontje van Hendrik Hagen en Geesje Harmsen, wonende op het erve Veldmans in Radewijk. Drie jaar later, bij de doop van dochter Fenne werd door de dominee vermeld dat ’t Veldmans gelegen was in de Toeslag, ook genaamd Volle Hueren. Beide benamingen zijn tegenwoordig nog terug te vinden in de wegen Toeslagweg en Volle-Urenweg. Het echtpaar Hagen kreeg later nog twee zoontjes welke beiden Harmen werden genoemd; de eerstgeborene overleed op zeer jonge leeftijd.

De boerderij ging twee keer over van vader op zoon, eerst van Hendrik Hagen – ook wel Veltmans genoemd – naar zijn zoon Jan toen deze in 1758 trouwde met Aaltje Everts Stegeman uit Ane. Hun huwelijk werd gezegend met vier kinderen. Op zijn beurt deed Jan Veltmans het weer over aan zijn zoon Hendrik toen deze in 1783 huwde met Geesje Egberts Vlierman. Bij beide wisselingen van eigendom werd steeds uitdrukkelijk vastgelegd dat de jonge bruidsparen hun ouders en schoonouders voor de rest van het leven moesten alimenteren in kost, drank en kleding. Ook moesten ze hen bij ziekte of onpasselijkheden alle verhantreijkinge bieden (verplegen).

Er brak een periode van grote zorg aan op het erve Veldmans. Zorg over de opvolging van de boerderij, destijds van zeer groot belang, niet alleen voor de voortzetting van het bedrijf maar ook als pensioenvoorziening voor de oudere generaties. Na zo’n dertig jaar huwelijk overleed Geesje Veltman-Vlierman zonder kinderen na te laten. Ze is op 5 mei 1810 begraven op het oude kerkhof Nijenstede, aan de Stationsstraat in Hardenberg. Weduwe Hendrik Veltman trad in 1811 – hij was toen al 52 jaar – opnieuw in het huwelijk met de destijds negentienjarige Jennegien Slingenberg uit Den Velde. Ook bij deze jonge doghter van Slingenberg wilde het niet zo vlotten met de opvolging. Pas toen Hendrik 58 jaar oud was kreeg hij in het jaar 1816 zijn eerste nakomeling, een dochtertje genaamd Geesjen. Daarmee leek het erop dat Hendrik toch nog zijn opvolger had gekregen en zich daarmee verzekerde van een goede oude dag. Dat het niet allemaal zo mocht lopen bleek in 1820, toen het levenloze lichaam van Hendrik Veltmans werd aangetroffen in de Radewijkerbeek. Het bleek al vrij snel dat hij een niet-natuurlijke dood was gestorven. Zelfs was hij niet per ongeluk verdronken. De eerste, en daarmee gelukkig tot op heden de laatste, moord in Radewijk was daarmee een feit.

Zoals in detail beschreven op deze pagina’s, is de dood van Hendrik Veltman omringd met raadselen waarbij diverse mensen in zijn naaste omgeving een dubieuze rol speelden. Het is waarschijnlijk dat zijn knecht Jan Mulders hem door een steek met een mestgreep om het leven heeft gebracht.  Er zijn enkele saillante details te noemen die uit de toenmalige rapportage naar voren kwamen. Details die met name betrekking hadden op de gehele entourage en allerlei menselijke en familiaire verwikkelingen. Zo was er Jan Hendrik Hankamp die later met de weduwe van Hendrik zou trouwen. Hij deed de officiële aangifte van het misdrijf bij schout Antoni van Riemsdijk. Verder ging er het praatjen van betrekkingen tusschen Jan Mulders en de vrouw van wijlen Hendrik Veltman. Ook zou Hendrik enige jaren ervoor, kort na de geboorte van zijn enig kind Geesjen, Jan al een keer als knecht hebben ontslagen. Zou Geesjen dan toch niet de dochter van Hendrik zijn geweest?

Hoe het ook zij, op deze manier kwam er niet alleen een eind aan het leven van Hendrik maar ook aan de veertig jaar durende opvolgingsproblemen van het erve Veldmans. Hendrik liet zijn vrouw niet onbemiddeld achter. Het erve behoorde bij zijn overlijden tot de grootste van Radewijk met een totaal van negen runderen en twee paarden. Zoals destijds gewoonte was trad Jennegien al snel weer in het huwelijk. Slechts een jaar na het overlijden van haar eerste man, hertrouwde ze met Jan Hendrik Hankamp uit Halle bij Uelsen, die daarvoor als boerenknecht gewerkt had op het erve Hanekamp en laatstelijk op ’t Veldmans. Notaris Antoni van Riemsdijk maakte kort daarvoor, op 21 februari 1821, een boedelinventaris op van alle onroerende en roerende zaken (aktenr. 17, scan 209). Tot de onroerende zaken behoorde het erve het Veltmans, bestaande uit deszelfs behuizinge en schuur numero 11 en bij de boerderij liggende percelen grond en een-vierde whaardeel in de marke van Hardenberg en Baalder. Dezelfde notaris registreerde op 23 maart 1821 de huwelijkse voorwaarden van het echtpaar (aktenr. 37, scan 139). Acht maand later werd dochter Hendrikjen geboren, het eerste van een totaal van zes kinderen, waarvan er eentje op zeer jonge leeftijd is overleden.

Op de oudste kadastrale kaart van 1832 staat het erve vermeld als eigendom van landbouwer Jan Hendrik Hankamp. De boerderij staat op legger 126 onder sectie D no. 12.

 

Oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

Jan Hendrik Hankamp en Jennegien Slingenberg lieten op 28 juli 1840 een hypotheekakte (scan 157) registreren door notaris Willem Swam te Gramsbergen. Ze hadden duizend guldens geleend van logementhouder Gerrit Crull op den Belt op de Venebrugge. Hun eigendommelijke katerstede het Veltmans werd tot onderpand gesteld. Dat bestond op dat moment uit een woonhuis met het omleggende zaaij-, groen-, weide- en hooijland, tezamen groot vijf bunders en drieënvijftig roeden.

Erfdochter Hendrikjen Hankamp was vierentwintig jaar oud bij haar huwelijk met de uit Den Ham afkomstige Wynold (of Wielent) Keus. Uit het op 25 juni 1846 te Ambt Hardenberg gesloten huwelijk werden maar liefst zeven kinderen geboren. Toen de oudste tweeëntwintig was en de jongste slechts vier, overleed Hendrikjen Keus-Veltman op 29 januari 1869 in Radewijk. Haar echtgenoot was drie jaar ervoor reeds gestorven.

Wederom deden zich grootse problemen voor bij de voortzetting van de boerderij. Door veranderingen in het erfrecht – ten tijde van Napoleon – was het officiële eigendom van het erve niet, zoals voor die tijd gebruikelijk was, overgegaan van Jennegien op haar dochter en schoonzoon. Oma Jennegien, die nog altijd op de boerderij woonde, bleef gedurende haar leven eigenaresse van ’t Veldmans. Zelfs terwijl de oudste van haar kleinkinderen al volwassen was, kon deze geen aanspraak maken op haar bezittingen. Kort na het overlijden van Hendrikjen besloot oma Jennegien tot een publieke verkoop. Het erve werd op 10 februari 1869 verkocht voor een bedrag van ƒ. 3002,- aan Koenraad Derks, een linnenwever uit Gramsbergen. Achteraf bleek dat deze het aankoopbedrag niet kon opbrengen en derhalve moest de boerderij nogmaals worden verkocht. Ditmaal gebeurde dat bij afslag. Voor een bedrag van ƒ. 2230,- werd Albert Jan Eggengoor uit Gramsbergen de nieuwe eigenaar. Oma Jennegien zelf verhuisde op 19 april 1869 naar Ane, waar ze vier jaar later overleed. Haar kleinkinderen waren destijds al bij verschillende families in Radewijk ondergebracht.

De verwikkelingen rond de dood van Hendrikjen Hankamp en Wielent Keus, en de verkoop van ’t Veldmans betekende het einde van het erve in haar oude glorie. Na een volledige afbraak van de oude boerderij werd er een nieuwe gebouwd door Albert Jan Eggengoor. Het moet een speling van het lot geweest zijn dat met het verdwijnen van ’t erve Veldmans de komst van de familie Eggengoor in Radewijk werd ingeluid. Het Veldmans werd na de aankoop door Albert Jan langzaam aan bekend als `t spil van Eggengoor. Het echtpaar Albert Jan Eggengoor en Roelofjen Creemer had bij hun komst naar Radewijk al zeven kinderen. Dochter Hendrikien was 27 jaar oud toen ze op 18 oktober 1895 te Ambt Hardenberg trouwde met de 29-jarige Albert Jan Klokkert uit de Heesterkante. Een kleine maand later kregen ze hun eerste zoon, Albert Jan genaamd. In de jaren daarna werd het gezin gezegend met nog vijf kinderen, vier meisjes en een jongen. In 1914 kreeg vader Albert Jan Klokkert een deel van de eigendomsrechten van de rond de boerderij gelegen grond. De boerderij zelf behoorde nog lang daarna tot de bezittingen van opa Albert Jan Eggengoor. Deze deed hiervan pas afstand in 1927 ten gunste van zijn tweede kleinzoon Gerrit Klokkert, die op 26 juli 1900 geboren was in Radewijk. Op 27-jarige leeftijd huwde Klokkers-Gait met Hendrikje Jonkeren, afkomstig uit Bruchterveld. Gerrit en Hendrika kregen slechts een kind, Albert Jan. Deze op 25 november 1940 geboren Radewijker is de eigenaar van het vroegere erve Veldmans. De moeder van Albert Jan overleed toen hij slechts vier jaar oud was. Zijn vader is op de boerderij blijven wonen, tot hij in 1981 op 81-jarige leeftijd overleed.

Op 24 mei 1963 trouwde de destijds 23-jarige Albert Jan Klokkert met Jennegje Amsink. Op 9 september van dat jaar werd hun eerste zoon Gerrit geboren. Later volgen nog vier kinderen, drie zoons en een dochter. De dochter, Henriëtte, trouwde met Henk Koenderink. Hun eerste kindje, Marisha, werd geboren op 20 augustus 1998 aan de Mastdijk, op enkele kilometers afstand van de oude huisplaats. Van de oude boerderij die destijds is gebouwd door Albert Jan Eggengoor, is inmiddels niets meer te zien. Tegenwoordig wordt het pand gebruikt als stal. In 1967 is een geheel nieuw woonhuis bij de boerderij aangebouwd, waarna het oude gedeelte geheel is afgebroken. Op de oude fundamenten werd een moderne stal geplaatst. Alleen het oude bakhuisje – zoals zoveel van deze huisjes in Radewijk opgetrokken uit witte zandsteen – is blijven staan en herinnerde tot voor kort aan de dagen van weleer. Bij een nieuwe verbouwing, aan het eind van 1999, moest ook het bakhuisje plaats maken voor een uitbreiding van het woonhuis, zodat er nu echt helemaal niets meer aan het oude erve herinnert…

Tegenwoordig is het vroegere erf gesitueerd aan de Westeindigerdijk 9.