’t Stobben

Vanaf een bocht in de Stobbenhaarweg leidt een klinkerweg, beschaduwd door aan weerszijden oude hoge eikenbomen, naar het oude erve Stubben of Stobben. De boerderij, gelegen ten zuiden van de Radewijkerbeek aan een grote ‘kaamp’ of es, is eveneens omzoomd door hoog opgaand geboomte, de zgn. houtwal of ‘boshege’. Een typisch Saksische nederzetting, met van oudsher veel bijgebouwen; noodzakelijk bij gemengde bedrijven: een schaapskooi, bakhuis, varkensstal, jongveestallen, kippenhok, bijenstal en hondenhok. De melkkoeien stonden op de deel onder een dak met de bewoners, uiteraard wel gescheiden door een zogenaamde ‘brandmuur’, die voor- en achtergedeelte scheidde. Ook de paardenstallen lagen langs de deel gesitueerd. De baanderdeur in de achtergevel was naar het zuiden gekeerd, de voorkant met de ‘bovendeur’, de voordeur, met aan weerszijden hoge ramen met groene luiken was op het noorden gericht. Van hieruit kon men via een brug over de beek de Radewijkerweg bereiken. De zandweg met hoge eiken erlangs is nog duidelijk zichtbaar.

 

Achteraanzicht van ’t Stubben, vanaf 1866.

 

De bewoners van het erve Stubben hebben moeilijke perioden in hun leven doorgemaakt. Er waren huwelijken die kinderloos bleven, echtgenoten die op zeer jonge leeftijd stierven aan bijv. de gevreesde tuberculose, waarbij de besmetting via de koeien werd overgebracht. Ook kinderen stierven veel te jong, evenals jong volwassenen. Deze gebeurtenissen kenmerkten de geschiedenis van het ‘Stubben’. Men slaagde er toch in het bedrijf voort te zetten door een neef of nicht als kind aan te nemen, zodat het erve in de familie bleef. De eerste vermelding van het Stubben dateert uit 1571. Doordat de boerderij sindsdien nimmer door brand is geteisterd geweest, zijn er relatief veel oude documenten bewaard gebleven.

In het verpondingsregister van Radewijk van het jaar 1601 staat vermeld: Ein erve genompt Stubben, tobehorende Juffer Anna van Ittersum, ende wordt gebrücket bij Arend Stubmans. In 1571 wordt in een gerechtelijk document de naam Johann Stubmans genoemd. Hij was waarschijnlijk de vader van Arend Stubmans. Het Stubben is zoals gezegd gelegen ten zuiden van de Radewijkerbeek in Radewijk; de naaste buren waren het erve Mas, Bosman, Clinge en Broekroelofs. Deze erven waren volgens hetzelfde register uit 1601 tijdelijk ganz desart ende onbewohnt ende night gebrücket. Er werd nogal eens gewisseld van eigenaar en pachter!

In het jaar 1614 kocht jonkheer Sweder Schele van Weleveld (geb. 1569), afkomstig uit de marke Zenderen bij Borne, het goed te Venebrugge, destijds een havezate. Tot dit landgoed met veel heidegronden behoorden ook de erven Mas, Bussman en het Stubben. De adellijke familie Schele was afkomstig uit Schledehausen in de omgeving van Osnabrück. Ze bewoonden daar het Wasserschlosz Schelenburg. Door het huwelijk van grootvader Sweder Schele met erfdochter Anna van Weleveld in 1521 was men in het bezit gekomen van het landgoed Weleveld. De oude Stephanuskerk in Borne bewaart nog vele herinneringen aan het geslacht van Weleveld. In en rond de kerk vonden vele leden van de familie hun laatste rustplaats. Jonkheer Sweder Schele van Weleveld heeft tijdens zijn leven een familiekroniek bijgehouden, waarbij hij niet alleen de lotgevallen van de familie beschreef, maar ook de oorlogshandelingen tijdens de 80-jarige oorlog.

Bij de voorlopige verdeling van zijn nalatenschap in 1631 schreef Sweder: Dat goet ten Hardenberg, daar to Rawick, tusschen die drei erve an die Becke een goet adelick sitz kan wesen, mitz ankopende eenige groenlanden vor 4 off 5 dusent gulden, hebbende sijn môlle, goede fischerie, jagt ende `brand’ genog uit die Veenen (turf). Die adellijke ‘sitz’ in Radewijk is er helaas nooit gekomen!

Een van de drie zonen, Rabo Herman Schele (geb. 1620) is wel Heer van de Venebrugge geweest. Hij had het recht zitting te nemen in het College van Ridderschap en Steden van Overijssel door verschrijving wegens Venebrugge. Rabo Herman was wetenschapper en staatsman. Hij was een van de adviseurs bij de onderhandelingen die leidden tot de Vrede van Munster in 1648. Hij stierf ongehuwd in 1662. Op het erve Stubben woonde in die tijd rond 1650 ene Jan Stubben, zoon van Berend en kleinzoon van Arend Stubmans. Hij was gehuwd met Geesse en samen kregen ze vijf dochters. De tweelingen Grietien en Fennegien (geboren in 1668), Zwaantje, Hillegien en Berentien.

In 1686 kochten Lubbert ten Hymhof uit Wielen en Jan Stubben uit Radewijk gezamenlijk het erve Stubben van de toenmalige Kastelein van de Venebrugge, jonkheer W.H. Schele van Weleveld en Venebrugge. Het koopbedrag was drieduizend carolyguldens, te voldoen in drie termijnen van duizend gulden per jaar. De grootte in oppervlakte was ongeveer 300 hectare, waarvan een groot deel uit nog onontgonnen heidegrond bestond. Zowel verkoper als kopers hadden het er moeilijk mee. De verkoper had dringend geld nodig om zijn behuizing in Zenderen te kunnen restaureren en zijn grondbezit rendabel te houden. De kopers om het geld bij elkaar te krijgen voor de jaarlijkse aflossing. Door vele tegenslagen zoals misoogsten, oorlogshandelingen en vroege sterfgevallen waren het magere jaren. Bovendien kregen de erven in Radewijk in 1668 een zware inkwartiering te verduren van een regiment soldaten onder leiding van de Graaf van Nassau. Hierdoor werd grote schade toegebracht. Men moest zorgen voor stro, turf, boter, brood, melk en onderdak. Op vijf november 1688 werd het erve Stubben officieel overgedragen aan de nieuwe eigenaren Lubbert Ymhoff en Jan Stubben. De laatste was tevens de bewoner van de boerderij. Zijn dochter Grietien trouwde op 1 mei 1706 met Goossen Hanekamp. Helaas stierf Goossen zonder kinderen nagelaten te hebben, waarna Grietien hertrouwde met Evert Schreurs uit Duits Wielen. Zij kregen een zoon, geboren op 20 april 1712, die ze Goossen noemden, naar de eerste man van Grietien.

Helaas overleed ook Grietien Stubben op jonge leeftijd. In het diaconieboek van de hervormde kerk van Hardenberg staat bij 20 juni van het jaar 1723: Uyt handen van Evert Stobbeman ontvangen, een gifte van zyn vrouw zaliger Griete, die zy uyt een liberale harte an de armen van staet en karspel hardenbergh gedaan had, van zes hele carolyguldens. Weduwnaar Evert Schreurs, die zich inmiddels Evert Stubben noemde, bleef achter met zijn zoontje Goossen. Op 9 juli 1724 hertrouwde Evert met Jannetje Roelofs van de Hanekamp. De huwelijkse voorwaarden werden vastgelegd door schout Johan Molckenbour. Een van de voorwaarden was dat vader Evert, en zijn bruid Jannetje als toekomstige moeder van Goossen, er zorg voor moesten dragen dat Goossen wordt geleerd leesen ende schrijven. Jannetje kreeg als bruidsschat van thuis mee: aan gelt driehonderd en vijf gulden, een koe, een bedde met zijn toebehoor, een eikenkast en een eerlijke uitset, nabuirlijk en boerlijk. Uit dit huwelijk werden zeven dochters geboren:

1. Grietje, gedoopt op 17 juni 1725, vernoemd naar Everts eerste vrouw Grietien Stubben. Zij trouwde op 9 april 1747 met Evert Everts Tiebert uit Duits Wielen.
2. Swaantje, gedoopt op 20 oktober 1726. Door haar huwelijk in 1755 met Willem Harms Zwafelink uit Echteler ging zij dus ook de ‘streep’ over, net als haar zus.
3. Geesje, gedoopt op 18 juli 1728. Zij vertrok na haar huwelijk in 1758 met Geert Jans Lutterman te Echteler ook naar de Graafschap Bentheim.
4. Fennigjen, gedoopt op 5 februari 1730. Door het vertrek van haar drie oudere zusters uit Radewijk, zou zij de opvolgster op het Stubben worden. Op 20 mei 1762 trouwde ze met Egbert Everts Tiebert uit Wielen, de jongere broer van Evert Everts Tiebert, die met haar oudste zuster Grietje was getrouwd. Fennigje en Egbert trouwden in op het erve Stubben. Op 4 april 1763 werd daar hun dochtertje Jennigje geboren. Helaas stierven Fennigjen en Egbert op jonge leeftijd, eerst Fennigje in 1764 en haar man twee jaar later. Hun dochtertje Jennigje was toen nog maar drie jaar oud.
5. Jennechien is de vijfde dochter uit het huwelijk van Evert Stubben (geboren Schreurs) en Jannetje Hanekamp. Jennechien werd gedoopt op 26 december 1731 en overleed op zeer jonge leeftijd.
6. De zesde dochter van Evert en Jannetje werd Janna genoemd. Zij werd gedoopt op 8 februari 1733 en trouwde op 22 april 1768 met Klaas Jans Wevers uit Collendoorn. Daarmee verliet ook zij haar geboortedorp. Zij huwde na het overlijden van haar man met diens broer Roelof. Op 23 december 1824 is ze gestorven, in de hoge leeftijd van 91 jaar.
7. Als laatste werd wederom een Jennechien Stubben geboren. In haar eigen kerkboek is de geboortedatum terug te vinden – 11 juli 1735 – niet in de doopboeken van de kerken in Hardenberg, Heemse of Gramsbergen. Na de dood van haar zuster Fennigje werd zij als een moeder voor haar nichtje Jennigje. Dit blijkt ook uit aantekeningen die ze in haar kerkboek schreef, ten behoeve van haar nichtje. Jennechien trouwde op 26 juli 1767 met Warsse Egberts Vlierman van het erve Vliermans in Ane. Vooraf, op 19 mei van hetzelfde jaar, was al in een akte van momberstelling vastgelegd dat Jennechien, als de meuje (tante) van het weeskind Jennigje, op het Stubben zou blijven wonen samen met haar aanstaande man Warsse Vlierman. De akte was ondertekend door Goossen Stubben (halfbroer), haar zwagers Evert Tiebert, Wilm Swaferink, Gert Lutterman en haar neven Lubbert Ymhoff en Goossen Haanekamp.

Zoals gezegd waren Jennechien Stubben (geb. 1735) en haar man Warsse Vlierman nu de bewoners van het erve Stubben. Helaas, ook dit huwelijk werd niet met kinderen gezegend. Warsse Stubben (geboren Vlierman), werd in 1785 bevestigd tot ouderling in de Nederlands Hervormde Kerk te Hardenberg. Op 19 oktober 1791 werd een zgn. ‘maagscheiding‘ geregistreerd door de plaatsvervangend schout. Zijn pleegdochter Jennigje (geb. 1763) trouwde op 18 november 1791 met Gerrit Habers van ’t erve Habers uit Ane. Ze gingen daar aanvankelijk ook wonen, maar in 1804 bewoonden ze weer het erve Stubben in Radewijk. In Ane waren toen al vier kinderen geboren: Geertruid (14 april 1793), Egbert (17 juli 1795), Fennigjen (21 december 1797) en Rieka (15 september 1800). De reden van de verhuizing van het gezin Habers-Stubben van Ane naar Radewijk was de volgende. Meuje Jennechien in Radewijk was weduwe geworden. Haar man Warsse was gestorven en er waren geen kinderen. Ze heeft toen haar nichtje Jennigje en haar man Gerrit Habers tot haar universeel erfgenamen aangewezen bij testamentaire akte in 1803. In 1804 werd op het Stubben nog een dochtertje geboren, Jennigje. De ouders Gerrit en Jennigje hebben dit kind naar meuje Jennechien vernoemd. De kinderen uit het gezin Habers groeiden op in Radewijk. Daar kwam verandering in toen de oudste dochter, Geertruid (geb. 1793), trouwde met Lubbert Ymhoff, de achterkleinzoon van Lubbert Ymhoff die samen met Jan Stubben in 1688 het erve Stubben kocht van jonkheer Schele van Weleveld.

Lubbert Ymhoff en Geertruid Habers vestigden zich na hun huwelijk op het erve Stubben. De ouders van Geertruid gingen toen weer op het erve Habers in Ane wonen. Hun zoon Egbert zou hen daar opvolgen. Tijdens hun verblijf in Radewijk was de boerderij in Ane draaiende gehouden door zetboer Schutte. Uit het huwelijk van Lubbert en Geertruid, gesloten in 1812, werden de volgende kinderen geboren:

1. Berent, geboren op 14 januari 1814, vernoemd naar grootvader Berent Ymhoff uit Wielen.
2. Jennigien, geboren op 23 oktober 1815, stierf reeds op 1 oktober 1817, nog geen twee jaar oud.
3. Gerrit Jan, geboren op 7 januari 1819, hij overleed nog geen drie maanden oud, op 1 april 1819.
4. Jennigje, het vierde kind, werd geboren op 1 februari 1820.
5. Gerrit, geboren op 20 augustus 1822.
6. Seine, de jongste zoon van Lubbert en Geertruid, werd geboren op 13 december 1823.

Groot verdriet trof het gezin Ymhoff toen op 4 december 1824 moeder Geertruid overleed in de leeftijd van 31 jaar. Elf dagen later stierf de kleine Jennigje. Zij was nog geen vijf jaar oud. Vader Lubbert bleef hierdoor achter met zijn drie zoontjes Berent, Gerrit en Seine. Hij is nimmer hertrouwd. Tijdens de bouw van de nieuwe Nederlands Hervormde Kerk te Hardenberg was Lubbert Ymhoff kerkvoogd. Zijn naam staat vermeld op de kleine ingemetselde steen die destijds door dominee Lubbertus Bosch is gelegd. De andere kerkvoogden waren Lampe, Zweers, Santman en Snijders.

Notaris Antoni van Riemsdijk verleed op 13 juli 1825 een akte op het erve Stobben, numero 7, ter buurtschap Radewijk. Hij deed dat op verzoek van Lubbert Ymhof, weduwnaar van Geertruid Haberts. Door de testamentaire dispositie van zijn vrouw van 18 juli 1812 was het erve Stobben vervallen aan Lubbert en diens kinderen Berend, Gerrit en Seine Ymhof. De notaris maakte die dag een boedelinventaris op. Tot de onroerende goederen behoorde de helft van ’t erve Stobben, liggende aldaar ten zuiden van en aan de Beek; hebbende ten oosten het erve (Broek)Roelofs en ten westen het erve Mas, en bestaande dit erve, waarvan de wederhelft is toebehorende aan den bouwman Jan Ymhof te Wielen in de graafschap Bentheim, in zijn geheel uit deszelfs behuizinge, bakhuis, schuur en schapeschot numero 7 c.a. en een vol waardeel in de gemeene markte van Hardenberg en Baalder. Tot de gezamenlijk boedel behoorde verder het een-achtste gedeelte van het erve Haberts te Ane. Het overige zeven-achtste gedeelte behoorde aan erfgenamen van Jennechien Stobben, weduwe van Gerrit Haberts (aktenr. 492, scan 108).

Op de oudste kadastrale kaart van 1832 staat het erve vermeld als eigendom van landbouwer Lubbert Ymhoff. De boerderij staat op legger 419 onder sectie D no. 140. Tegenwoordig moeten we het erf situeren aan de Stobbenhaarweg 22.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

Ten huize van Lubbert Ymhoff op het Stobben werd op 16 maart 1837 een publieke verkoop van schapen gehouden op verzoek van dienstknecht Hendrik Matel (aktenr. 727, scan 152).

Zoon Berent Ymhoff (geb. 1814) was inmiddels op 4 juni 1846 getrouwd met Jennigje Habers uit Ane, zijn nichtje, en dochter van Egbert Habers en Hendryka Ymhoff. Door deze huwelijken waren nauwe familiebanden ontstaan tussen de families Stubben, Tiebert, Habers en Ymhoff. De partnerkeuze was toch wel beperkt door de geïsoleerde ligging van Radewijk en Wielen. Men zocht ’t in de buurt, waar men elkaar kende en het ‘vertrouwd’ was. Berent en Jennigje werden op 7 november 1848 verblijd met de geboorte van een zoon, Lubbert, vernoemd naar opa Lubbert Ymhoff. Deze laatste heeft zijn kleinzoon nog gekend want hij stierf in 1850.

In 1856 boedelscheiding en verkoop. 1376/7

Zeven jaar later al stierf zijn zoon Berent, vader van de kleine Lubbert, op 43-jarige leeftijd. Weduwe Jennigje Ymhoff-Habers bleef met haar negenjarig zoontje achter. Op 30 september 1859 hertrouwde Jennigje met Gerrit Jan Jonkhans uit Duits Wielen, weduwnaar van Jennigje Klingenberg uit Den Velde (uit dit huwelijk waren geen kinderen geboren). Opnieuw trof het erve Stubben een groot verdriet. Lubbert, de zoon van Berent Ymhoff en Jennigje Habers, overleed op bijna zestienjarige leeftijd op 22 oktober 1864 te Radewijk. Hiermee was de Radewijkse tak van de familie Ymhoff in de mannelijke lijn uitgestorven. Berend Ymhoff (op het Stubben) had nog twee broers:

1. Gerrit Ymhoff, geboren in 1822, was in eerste huwelijk getrouwd met Hendrika Brinkhuis uit Ommen. Zij kregen een dochtertje genaamd Geertruida. Helaas overleed moeder Hendrika op jonge leeftijd, waarna Gerrit Ymhoff hertrouwde met Hermina Brinkhuis, een zuster van zijn eerste vrouw. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren: Hendrik Jan en Hendrika Lubbertha. In 1865 overleed Gerrit Ymhoff zelf. Zijn nagelaten kinderen Hendrik Jan en Geertruida overleden beiden in 1866, vermoedelijk aan de gevolgen van tuberculose. Waar deze familie Ymhoff precies gewoond heeft, is tot nu toe onbekend. In een bewaard gebleven testament stond dat het op het Oude Veen geweest moet zijn, onder de gemeente Stad Hardenberg. Het erve Stubben lag in Ambt Hardenberg. De grens tussen de beide gemeenten liep over de gronden van het erve Stubben.

2. Seine Ymhoff, geboren in 1823, de jongste zoon uit het huwelijk van Geertruid en Lubbert Ymhoff, was getrouwd met zijn achternichtje Klazina Wevers uit Baalder. Hij was daar ingetrouwd bij zijn vrouw. Hun oudste dochter Frederika Johanna werd in Baalder geboren. De tweede dochter, Geertruida Lubbertha, werd in 1860 geboren op de havezate Venebrugge. Vader Seine had dit bedrijf kunnen kopen in hetzelfde jaar dat zijn dochter was geboren, vernoemd naar de beide grootouders Geertruida en Lubbert Ymhoff van de Stubbenhoeve in Radewijk. Vervolgens kregen ze een zoontje, Hendrik Jan, die ongehuwd bleef, hetgeen tot gevolg had dat ook deze tak van de Ymhoffs op de Venebrugge in mannelijke lijn uitstierf. De jongste dochter van Seine en Klazina heette Berendina Gezina. Zij huwde met Willem Roelofs uit Duits Wielen. Berendina en Willem zijn niet oud geworden. Ze hadden twee zoons, Albert en Seine. Oom Hendrik Jan Ymhoff van de Venebrugge was voogd over de kinderen van zijn zuster Berendina Gezina.

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1866. 

 

Als we terugkijken naar de verdere ontwikkelingen op het erve Stubben, huisnr. I-17, dan zien we dat Jennigje Habers en Gerrit Jan Jonkhans elkaar in 1859 het ja-woord gaven. Ook dit huwelijk bleef kinderloos. Zij hebben de boerderij nogal ingrijpend verbouwd. Een nieuwe voormuur en zijmuren bleken noodzakelijk. Een ingemetselde steen boven de voordeur herinnerde daaraan.

 

 

Binnen werd de grote ‘voorkeuken’ bekleed met tegels van vloer tot plafond. Boven de schouw was een tegeltableau aangebracht met de tekst: De landman wacht van ’s Heeren Hand een milden zegen op het land. Vier andere tableaus, aangebracht op de muur grenzend aan de gang, vertonen de bijbelse voorstellingen: Geboorte, Avondmaal, Kruisiging en Hemelvaart. De tegels waren in 1999 nog altijd aanwezig. Het kabinet, de trots van iedere boerin, had een vaste plek in de grote voorkeuken. De inhoud kreeg men met het huwelijk mee als uitzet. Veel linnen op rollen of op stapels gevouwen was behoorde daartoe. Daarnaast linnen ondergoed, servetten, lakens en slopen. Ook beddentijken (overtrekken voor veren dekbedden) en bedsteegordijnen hoorden daarbij, evenals wollen, baaien en streeprokken, jakken en borstrokken. Het linnengoed was keurig van de initialen van de eigenaresse voorzien en was vaak ook genummerd; zelfs het henne-kleed (doodshemd) mocht niet ontbreken.

Door het overlijden van de nog jonge Lubbert Ymhoff (zoon van Jennigje Ymhoff-Habers en wijlen haar man Berend Ymhoff), was er geen opvolger voor het erve Stubben voor handen. Jennigje en haar tweede echtgenoot, Gerrit Jan Jonkhans uit Wielen, waren al redelijk op leeftijd. Er werden dan ook geen kinderen uit dit huwelijk ter wereld gebracht. Om de opvolging op het Stubben veilig te stellen werd Reinert Jonkhans als pleegzoon aangenomen. Hij was een zoon van broer Jan Jonkhans en schoonzuster Willemina Broens uit Wielen.

 

Reinert Jonkhans (1848-1901)

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1899.

 

De aangenomen Reinert trouwde op 20 juni 1885 met Geertruida Lubbertha Ymhoff van de Venebrugge, dochter van Seine Ymhoff en Klazina Wevers die zich in 1860 op het oude huis te Venebrugge hadden gevestigd. Uit het huwelijk van Reinert en Geertruida Lubbertha zijn vijf kinderen geboren: Gerrit Jan (1886), Jan Willem (1889), Jennigje (1893), Seine (1897) en Rika Willemina (1901). Kort voor de geboorte van zijn laatste kind stierf Reinert Jonkhans op 53-jarige leeftijd door een ongelukkige val van de graanzolder. Zijn vrouw Geertruida, die twaalf jaar jonger was, verwachtte op dat moment haar vijfde kindje. Moeder Geertruid overleefde haar man bijna veertig jaar. Ze stierf op 15 maart 1941.

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1912.

11265/1

De oudste zoon, Gerrit Jan Jonkhans (vernoemd naar zijn oud-oom), was slechts vijftien jaar oud toen zijn vader overleed. Hij kreeg daardoor al jong de verantwoordelijkheid te dragen voor het bedrijf en zijn broers en zussen. Al vrij jong was Gerrit Jan actief als bestuurder van agrarische ondernemingen. Ook was hij jarenlang lid van de gemeenteraad van Ambt Hardenberg. Jan Willem Jonkhans is nimmer getrouwd geweest. Hij was de bedrijfsleider op het toch vrij grote bedrijf. Oom Jan-Wilm was een gewaardeerd leermeester voor zijn latere oomzeggers. Hij was de paardenman en de akkerbouwer op het bedrijf. Zijn bekwaamheid als ploeger werd in de buurtschap hoog aangeslagen. Hij bezocht regelmatig beurzen en tentoonstellingen en las de landbouwvakbladen met grote belangstelling. De ontwikkeling in de agrarische sector volgde hij op de voet.

De derde zoon van Reinert en Geertruida was Seine Jonkhans. Hij trouwde in 1926 met Hinderkien Grote Brookhuis uit Baalder. Voor hen werd een nieuwe boerderij gebouwd aan de Stobbenhaarweg. Seine en Hinderkien kregen vier kinderen van wie zoon Jan later zou trouwen met Alberdina Meijerink uit Den Velde en de boerderij zou voortzetten. De dochters van het echtpaar Jonkhans-Iemhoff waren Jennigje en Rika Willemina. De oudste, Jennigje, trouwde met Jan Harm van den Poll van ’t Holt onder Collendoorn en stierf op slechts 38-jarige leeftijd. Haar zusje Rika Willemina overleed aan de gevolgen van de gevreesde tuberculose. Zij was volgens oude – reeds overleden – buren, een sympathieke en innemende persoonlijkheid. Twee van haar later geboren nichtjes werden naar haar vernoemd.

Erfopvolger Gerrit Jan Jonkhans, de oudste zoon, trouwde in 1917 met Hendrikje Bruggeman uit Baalder. Zij trouwde in op het erve Stubben en samen kregen ze zes kinderen: Reinert (1917), Geertruida Lubbertha (1920), Hilligje (1922), Derk Jan (1924), Hilligje (1926) en Rika Willemina (1928).

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1942.

 

Erve Stobben met Jan Willem Jonkhans en Dirk Jan Jonkhans.

 

Voor en tijdens de oorlogsjaren was de grote voorkeuken van het Stubben nogal eens een trefpunt voor plaatselijke activiteiten. Zo kwam in de jaren dertig de bekende heer Joh. Fredriks catechisatielessen geven namens de Nederlands Hervormde Kerk. Hij bleef ’s middags over bij de familie. Hij was een liefhebber van kippensoep, dus zorgde grootmoe Geertruid voor een flinke kip in de pot. Ook organist Gerrit Otten van de Höftekerk in Hardenberg wist de weg naar Radewijk te vinden. Hij gaf les aan kinderen uit Radewijk en Wielen in de grote keuken, waar het harmonium van de familie Jonkhans stond. Tijdens de oorlogsjaren bood het Stubben een veilige schuilplaats aan onderduikers. Er was voldoende voedsel voor de vele monden en vele handen maakten licht werk. Moeder Hendrikje was een flinke boerin. Zij kon heel goed organiseren, een eigenschap die haar bij haar grote huishouding met vijf kinderen en inwonend personeel goed van pas kwam. Nadat er een eind was gekomen aan de verschrikkelijke oorlog van ’40-’45, kwam de wederopbouw op gang. De oudste kinderen van Gerrit Jan en Hendrikje Jonkhans-Bruggeman begonnen plannen voor de toekomst te maken. Reinert, de oudste zoon, trouwde met Truus Steenbergen. Hij is nog een jaar lang boer geweest op ’t erve Stubben, maar na zijn huwelijk vertrok hij naar Frankrijk. Veel later remigreerde hij en vestigde zich in de Noordoostpolder. Zus Truida volgde haar verloofde Hendrik Slingenberg naar diens ouderlijke bedrijf in Ane. Broer Derk Jan bleef wonen op het Stubben en volgde zijn vader op. Op negen juli 1952 trouwde hij met Grietje Kampman uit Heemse. Zus Hilly huwde met Jan van Rijn uit Rotterdam en de jongste, Riek, trouwde met Gert Saaltink uit Borculo.

De Stubben-bewoners, Derk Jan en Grietje Jonkhans, kregen vier kinderen: Gerrit Jan Willem (1953), Hendrikje Gesiena Annette (Hetty) (1954), Gerrit Anne (1956) en Reinert Pieter (1961). Alleen de oudste zoon bleef wonen in Radewijk. Dochter Hetty trouwde met Jeffrey Whyte en emigreerde naar Suriname. Zoon Anne vond zijn echtgenote in Martha Thérèse Tsang uit de Verenigde Staten en vestigde zich met haar in Singapore. Jongste zoon Reinert ging met zijn echtgenote Inge Meier wonen in Arnhem.

De boerderij is in het begin van de jaren zestig nog ingrijpend verbouwd. Er kwam een open loopstal en een verdiept melklokaal met een tank, als opslag voor de melk. Het woonhuis is blijven staan en werd daarna bewoond door de bedrijfsleiders en medewerkers, resp. A. Eissen, H. Kasper, H. Horsman en H. Snoeijink. De bedrijfsleider kwam op de boerderij omdat Derk Jan door een aantal bestuursfuncties (waaronder wethouder, voorzitter van het waterschap De Bovenvecht en voorzitter van de Overijsselse Landbouw Maatschappij) veel afwezig was en daarom assistentie nodig had. Voor het vele werk buiten de deur ontving Derk Jan Jonkhans de koninklijke onderscheiding: Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Het was de tijd van het toen nog onbeperkt aantal koeien, tot de melkplas zo groot was geworden dat maatregelen moesten worden genomen om dit te beteugelen. Het melkquotum werd ingevoerd. Sinds die tijd zijn de boeren veel van hun vrijheid kwijt geraakt. Milieu-problemen kwamen tevens aan de orde. Er werd een mestquotum vastgesteld. De tijd van ongebreidelde groei was voorbij! De tijd van de computer brak aan, snel en overzichtelijk. Stamhouder Gert Jonkhans (voor zover bekend de twaalfde generatie op ’t Stubben) trouwde in 1977 met Mathilde Josepha Maria Veenhuizen uit Dordrecht. Zij werden op 7 december 1992 verblijd met de geboorte van hun zoon: Wasse Dirk Igor, de dertiende generatie. Het erve Stubben had tot vreugde van de gehele familie weer een potentiële opvolger. Toch zou de toekomst anders uitwijzen. Enkele jaren geleden is de oude boerderij aan de Radewijkerweg 22 op ’t Stubben afgebroken en is het erf verkocht…