Bakker Runhaar

Op 16 juli 1994 sloot buurtsuper Runhaar in Radewijk definitief de deuren. Daarmee kwam een einde aan een tijdperk, want vanaf dat moment konden de ingezeten van de markante buurtschap aan de grens niet langer in hun eigen woonplaats boodschappen halen.

De geschiedenis van de buurtsuper begon min of meer in 1907. In dat jaar werd de bakkerij van Van Houselt, schuin tegenover de molen, gehuurd door de in Zwolle woonachtige Derk Willem Runhaar. Samen met zijn vrouw Aaltje Borneman begon hij ‘gewoon goed brood’ te bakken. De bakkerij van Van Houselt (bijgenaamd Pummeltien) was wat verlopen. Met flink aanpakken wist het echtpaar de bakkerij snel weer florerend te maken. Dat was tegen het zere been van Van Houselt en die zegde daarom de huur op. Het echtpaar Runhaar had op dat moment echter al een stuk grond gekocht vlak naast Van Houselts bakkerij, waarop ze een huis en bakkerij lieten bouwen. Dat was het begin van wat later zou uitgroeien tot winkel Runhaar, jarenlang Roke’s sociale ontmoetingsplaats.

 

De familie Runhaar, ca. 1923. Achterste rij v.l.n.r.: Gerritdina (1909), Jan Hendrik (1911) en Hendrik Jan (1908). Tweede rij: Aaltje Runhaar-Borneman (1878), Albertus (1916), Derk Willem Runhaar (1878) en Derk Willem (1914). Op schoot: Geert (1923) en staand voor vader: Hendrik Albert (1919).

 

De hele familie hielp mee in het bedrijf, vader was bakker, moeder deed de winkel en de kinderen zorgden ervoor dat de goederen werden uitgevent. De werkdag van de bakker begon om ongeveer vijf uur ’s ochtends. De dagelijkse werkzaamheden zoals het maken van het deeg, het laten rijzen, het bakken en ondertussen nog de oven opstoken met takkenbossen duurde zo’n vijf uur, zodat om 10 uur ’s ochtends het brood vers in de schappen lag. Vanaf het begin werd er gevent, de eerste jaren met paard en kar, waarbij naast het brood ook vrij snel huishoudelijke artikelen zoals meel, suiker, thee en erwten werden verkocht. Alles was op de kar aanwezig, de dag ervoor zorgvuldig afgewogen. Ondanks de concurrentie van andere bakkers was de vraag naar brood in Roke dermate groot dat er twee ladingen per dag werden gebakken; een gezamenlijke klus voor vader Derk Willem en zoon Hendrik Jan Runhaar. Tijdens het voorbereiden van de tweede hoeveelheid werd de eerste al rondgebracht.

Behalve veranderingen in de manier van venten kwamen er na de Tweede Wereldoorlog enkele technologische veranderingen die de aard van het bakkersbedrijf sterk beïnvloedden. Denk aan de overgang van het stoken van de oven door middel van takkenbossen naar de oliestook, en het grotere klantenbereik dat de invoer van de auto met zich mee bracht. Veel grotere veranderingen bracht de ontwikkeling van broodfabrieken aan het eind van de jaren vijftig met zich mee. Zo zelfs dat er vanaf 1960 niet meer zelf werd gebakken. Dit was ook de tijd dat dochter Alie, die tot dan samen met Willem Hagedoorn het ventwerk voor haar rekening had genomen, trouwde en in Hardenberg ging wonen. Het venten werd daarna voornamelijk door Willem gedaan, terwijl de winkel werd gedreven door moeder Runhaar en haar dochter Riek. Alie Runhaar en Willem Ridderman namen de winkel over en dat ging hen goed af. De winkel groeide uit tot een volledige supermarkt, waar vrijwel alles te koop was.

Bij al deze ontwikkelingen bleef het karakter van de buurtwinkel behouden. Het is tot op het laatst mogelijk gebleven om telefonisch bestellingen te doen. Willem bracht deze dan met zijn Renault 4’tje door heel Radewijk bij de klanten thuis: een service die vooral de oudere klanten altijd zeer hebben gewaardeerd. Ook het gebruik van het winkelboekje waarin vaste klanten hun aankopen konden laten opschrijven is tot op het laatst in ere gehouden. Betalen deed men een keer per maand.

Hoezeer de Roker bevolking het bestaan van de winkel aan de Radewijkerweg 10, maar vooral ook haar eigenaren hebben gewaardeerd, bleek toen de winkel werd opgeheven bij gebrek aan opvolgers. Op 28 juli 1994 werden Alie en Willem, Riek en moeder Runhaar met paard en wagen opgehaald en door Roke gereden naar een afscheidsbijeenkomst in een speciaal neergezette tent. De tent was nodig, omdat de de zaal van het dorpshuis te klein was om de driehonderd bezoekers te bergen. Met toespraken, sketches en liederen werd de familie Runhaar bedankt voor haar jarenlange service aan de plaatselijke bevolking.

 

 

Kadastrale geschiedenis

Legger 4155/112: Sectie D-1165. Dennenbosch. Eigendom van Herman Zwijze Gerritszoon en echtgenote Jennegien Tiebert. In 1910 stichting huis. Over op:
Legger 4155/130: Sectie D-1165. Huis en erf in ’t Radewijkerveld. In 1911 verkoop en stichting. Over op:

 
Kadastrale hulpkaart, anno 1911.

 

Legger 7141/1: Nieuwe sectie D-1350. Huis en bouwland. Eigendom van bakker en winkelier Derk Willem Runhaar en echtgenote Aaltjen Borneman. Zij zijn op 8 augustus 1907 getrouwd in stad Hardenberg.

 

Nieuwsblad van het Noorden, 23-01-1914

 

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 24 januari 1914.

 

Zoals de kranten schreef, brandde het woon-/winkelhuis van de familie Runhaar op 22 januari 1914 tot de grond toe af. Alleen de bakkersoven bleef bewaard. In het eind 1999 verschenen Boek van Roke is op pag. 142 en 143 over dit voorval geschreven. Vaak blijft de oorzaak van een brand onbekend, maar in dit geval was de dader snel gevonden. De brand was namelijk veroorzaakt door een van de twee inwonende commiezen. Oorzaak: roken in bed. Een geluk bij een ongeluk was de burenhulp die de familie ontving van de familie Roelofs (bijgenaamd Beenen van de Hanekamp). Het gehele gezin Runhaar, dertien ‘man’ sterk, heeft daar zo’n vier maanden, tijdens de herbouw van hun huis, onderdak gevonden. Onder het mom van ‘de schoorsteen moet roken’, ging het bakken van brood gewoon door; de oven stond er immers nog. De verkoop geschiedde vanuit het bakhuis op de Hanekamp.

De krant ‘Nieuwsblad van het Noorden’ schreef:
Uit Hardenberg meldt men ons. Aangaande den brand te Radewijk, waarover wij gisteren reeds berichtten nog het volgende. Donderdagavond omstreeks half 12, terwijl ’t geheele gezin van den bakker en winkelier Runhaar, alsook zijn 2 commensalen de rijksambtenaren Miedema en Tangja, zich ter ruste hadden begeven, werd de vrouw van Runhaar wakker en wekte haar man, die meende dat het hagelde. Zijn vrouw en vier kleine kinderen naar buiten brengende, haastte Runhaar zich zijn twee kostgangers te wekken, door te roepen, brand! brand! Dezen sliepen boven. Miedema vloog direct zijn kamer af, meenende dat Tangja reeds weg was, doch kon de trap niet meer afkomen en wierp zijn matras het raam uit, om daarop te kunnen springen. Opeens hoorde hij dat Tangja zich nog op zijn kamer bevond, tusschen de pannen. Zonder zich te bedenken keerde hij terug en trok Tangja mede. Gelukkig had op hun angstgeroep de tegenover wonende molenaar Ten Voorde een ladder tegen het raam geplaatst, waardoor Miedema Tangja naar beneden kon dragen. Tangja heeft handen en hoofd zoodanig gebrand dat direct geneeskundige hulp moest worden ingeroepen. Ook Miedema’s hoofdhaar is geschroeid. Bakker Runhaars kleeren zijn hem bijna van het lijf gebrand. Oorzaak onbekend. Verzekering dekt de schade. Het huis was voor f. 2500 verzekerd; van den inboedel is ons het bedrag niet bekend. De toestand van Tangja is niet zonder gevaar, zoodat hij niet vervoerd mag worden. De inboedel van Miedema was verzekerd, die van Tangja niet. Beiden hadden juist hun tractement gebeurd. De deelname met Tangja is hier groot.

Over dit voorval schreef zoon Runhaar vele decennia later:
Een goeie bure, is better dan ’n verre vriend. Het was in 1907, da’k as bakker uut Zwolle, din ‘etrouwd was met ’n maagie uut Hardenbarg, noar Roke kwamme. Wi-j hadden eheurd dat doar een winkel met een bakkeri-je te huur was kummen. Din hew toen ‘ehuurd veur ’n tied van 3 joar. Mar noa drie joar wol de eigenaar d’r zölf weer in. En zodoende wörden er iene hectare grond ‘ekocht van de femilie Zwieze, en doar wörden een bakkeri-je en ’n winkel op ‘ebouwd. Er was ’n veurkamer, een achterkamer en doarachter ’n sloapkamer. In ’t achterhuus was ’n trappe noar boven, woar twie sloapkamers an de veurkaante waren. Doar sleupen de commiezen, Tanja en Miedema, die bi-j oons in de kost waren. Iene van die beiden was oarig roekeloos met vuur. Ku-j wa noagoan wat doar van kwaamp: ’t hiele spul is of ‘ebraand, woarschijnlijk deur ’n gluunige piepe of sigare. Boven noast de trappe lag heuj op ‘eslagen veur ’t peerd. Midden in ’t winter is ’t toen allemoale of ‘ebraand en wat veul d’r in januari nog te begunnen. Din roekeloozen vleug de trappe of en vergat zien moat te waarschouw’n. Din is toen deur ’n open’escheum raam noar buuten ‘eklömmen, weliswoar met hier en doar wat braandwonden.

Goeie buur’n op ’n Haankaamp hebt oonsluu toen op ‘ehaald en in berre ‘estopt! Het grote bakhuus, dat d’r trouwens now nog stiet, wurden woon- en winkelhuus. Ett’n en drink’n deuw’ gezaamlijk. Noa ’n moand of drie, veere was ’t hele spul weer op ‘ebouwd. De wil om hure te betalen, wörden aait of ‘edoane met: ‘Dat kömp later wa, as alles kloar is, komme wi-j bi’j oewluu op vesite’. En zi-j kwamen: de va, moe, grotva en grotmoe. Mar vreugen i-j heur: hoevölle is ’t met mekaar?, dan zee’n ze: ‘Aj doar nog ien keer noar vroagt, komme wi-j hier nooit weer!’ Wi-j hebt `t mangs nog wal es over din braand. Aw alles noa-goat, had er al völle eerder braand kunnen ween, want din hoofdcommies hef toen ’n moal ’n carbidlaampe weer kloar willen maken en dat gepruts luk’n um niet arg best. Noa iedere keer as het lucifassie zowat op ‘ebrand was, gooide’n ’t zo van zich of. Gelukkig is dat toen bi-j ’n gesprungen roete ‘ebleem’n!

 

In 1914 herbouw na brand. Over op:
Legger 7141/2: Sectie D-1350. Huis en bouwland. In 1926 stichting schuur. Over op legger 7141/7.
Legger 7141/6: Sectie D-1418. Bouwland. Aaltjen Borneman overleed op 10 januari 1932. In 1934 stichting smederij. Over op legger 7141/8.
Legger 7141/7: Sectie D-1350. Huis, schuur en bouwland. In 1934 redres en vereniging. Over op legger 7141/9.
Legger 7141/8: Sectie D-1418. Smederij en bouwland. In 1934 redres, vereniging en stichting. Over op legger 7141/9.

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1934.

 

Legger 7141/9: Nieuwe sectie D-1506. Huis, schuur, smederij en weiland. In 1938 stichting en splitsing. Over op:

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1938.

 

Legger 7141/10: Nieuwe sectie D-1542. Huis, gedeelte tuin, smederij, bouw- en weiland. In 1939 bouw schuur. Over op:
Legger 7141/11: Derk Willem Runhaar overleed op 30 oktober 1947. In 1950 boedelscheiding, bijbouw en vereniging van percelen. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1950.

 

Legger 11962/2: Nieuwe sectie D-1607. Huis, schuur, bouw- en weiland in ’t Radewijkerveld. Eigendom van bakker Hendrik Jan Runhaar (geb. 20-07-1908) en echtgenote Gesina Ramaker. In 1980 opgenomen in de ruilverkaveling. Over op:
Legger 19942/1: Nieuwe sectie Y-46. Huis, erf en cultuurgrond. In 1981 verkoop. Over op:
Legger 22249/1: Eigendom van kruidenierster Aaltje Runhaar en Willem Ridderman. In 1983 verbouw. Over op:
Legger 22249/2: Winkel, schuren, tuin, erf en grasland.