Klein Takman

Deze afsplitsing van het erve Takman onstond rond 1790, ten noorden van de oude boerderij. De eerste pachter van deze nieuwe katerstede was een familie Huisjes. Zij woonden er slechts kort, en nu ruim tweehonderd jaar later is de katerstede het eigendom geworden van een familie Huisjes. Een prachtige voorgevel siert de woning en de achtergevel herbergt nog een oude tableau-steen met de initalen van vroegere eigenaren.

Pas in 1792 treffen we de katerstede aan in de kerkboeken van Hardenberg als er op 11 december van dat jaar een zoontje gedoopt wordt van de echtelieden Jan Gerrits Huisjes en Jannigjen Hendriks Eekman op de katerstede van Takman in Radewijk. Het zoontje wordt Albert genoemd. Het echtpaar Huisjes is er komen wonen vanuit Engeland bij Ane. Ze hadden daar al vier andere kinderen gekregen. Volgens de volkstelling van 1795 bestond de familie Huyssien uit maar liefst acht mensen. Kort daarna verlieten zij echter het boerderijtje.

Doopregister hervormde kerk Hardenberg.

Twee jaar later biedt de katerstede Klein-Takman onderdak aan de eerste schoolmeester van Radewijk, Jan Klinge en diens echtgenote Hermine Gerrits Seinen. In november 1799 werd er een zoontje geboren, Gerrit Jan. De katerstede was eigendom van de bewoners van het grote erve Takman en werd voor meerdere jaren achtereen verhuurd.

De griffier van ’t Hardenbergs Vredegerecht, G.J. Crull, verleed op 22 juni 1811 een akte op verzoek van Hendrik Takman en diens echtgenote Truite Derks te Radewijk, en op verzoek van Hendrik Schepers en Jan Geerts, voogden over de minderjarige kinderen van Warse Takman en Geertjen Plaggenmarsch. Gezamenlijk verklaarden ze voor 971 guldens en 5 stuivers het meijershuis, staande op ’t erve Takman te Radewijk, over te dragen aan Hendrik Holter en vrouw te Radewijk (aktenr. 57, scan 178).

Net na de Franse tijd, in 1812, werd de katerstede bewoond door het gezin Hölter, bestaande uit vader Hendrik en moeder Zwaantjen Mas. Hendrik Hölter was afkomstig uit Ane en trouwde in 1806 met Zwaantjen, dochter van Jan Mas en Hillegien Arents, afkomstig van het erve Mas. Na het huwelijk woonde het echtpaar eerst op de boerderij van de bruidegom, het erve Hölter in Ane, maar niet lang erna verhuisden ze naar de geboorteplaats van de bruid. Hier betrokken ze de woning van de katerstede Klein-Takman. Op 12 juli 1812 kreeg het echtpaar een dochtertje, Hillegonda. Zij was het zusje van de nog in Ane geboren Geertruid Hölter. Hendrik en Zwaantjen Hölter kochten de katerstede van de erven Takman.

Fragment van kadastrale kaart, anno 1832.

Dochter Geertruid Hölter trad in 1834 in het huwelijk met Gerrit Jan Veldsink en bewoonde later het erve Bosman in Radewijk. Haar zuster, Hillegonda Hölter, trouwde drie jaar later met Jan Schutte uit Diffelen. Na aanvankelijk in Diffelen te hebben gewoond, verhuisde het jonge echtpaar al gauw naar de ouderlijke boerderij van de bruid om daar het boerenbedrijf voort te zetten. In het militieregister van 1830 staat het signalement van hun zoon Egbert Schutte. Hij was 1 el en 657 streepen lang, had een rond aangezicht, lang voorhoofd, bruine ogen, lange neus, ordinaire (gewone) mond, ronde kin, bruin haar en idem wenkbrauwen. Hij had bij de loting het nummer 24 gekregen hetgeen hem niet opgeroepen zijnde, tot geene dienst verplicht hadde.

Om te voorkomen dat na het overlijden van de ouders Hendrik Hölter en Zwaantjen Mas eventueel geschillen zouden ontstaan tussen de beide dochters, werd door Hendrik en Zwaantjen een testament opgericht. Op 31 oktober 1839 werden de akten (nr. 1367 en 1368, scan 11 en 13) opgesteld door notaris Antoni van Riemsdijk. Hieruit blijkt duidelijk dat Hillegonda en Jan bij hen inwoonden op de katerstede. De ouders wilden voorkomen dat het erfje gesplitst zou worden. Het erve Klein-Takman bestond op dat moment uit:

deszelfs behuizinge en schuurtjen, met gronden en wheeren, kadastraal op de plans der gemeente sectie D bekend als huis en erf, onder numero 81, ter grootte van drie roeden en vijftig ellen, uit den daarachter noordwaards en ten westen aangelegenen gaarden, bekend als voren als bouwland, onder numero 82, ter grootte van eenenvijftig roeden en negentig ellen, uit den ten zuiden en oosten van en aan de behuizinge en schuurtjen voormeld gelegenen Brink, bekend als vooren als grasgrond, onder numero 80, ter grootte van veertien roeden en vijftig ellen, uit zes naast elkanderen op de zogenaamde Takmans-Haar, tusschen landen van Albert Roelofs en van het erve ‘het Groot-Takmans’ liggende stukken zaaijland, bekend als voren als bouwland, onder numero 64, ter grootte van een bunder en eenenvijftig roeden, uit een stukjen laag-zaaijland op de voorzeide Takmans-Haar tusschen landen van het voormelde erve ‘het Groot-Takmans’ bekend als voren als bouwland, onder numero 66, ter grootte van dertien roeden en zestig ellen, uit een onverdeelde een-derde gedeelte van een perceel hooijland ter buurtschap Radewijk voorschreven, gezegd het Burgermaatjen, aldaar aan de zogenaamde Radewijker-Beek liggende en hebbende denzelve Beek ten zuiden, ten oosten en westen landen van Herm Roelofs te Wielen en ten noorden gronden der Marke, bekend als voren, als hooijland onder numero 75, ter grootte in zijn geheel van een bunder, zevenentachtig roeden en veertig ellen, en uit ruim zesenvijftig roeden veldgrond ten noorden van en achter den voorzeiden gaarden van het erfjen, herkomstig uit de Marke van Radewijk, van dezelver als voren als heide, kadastraal bekend perceel numero 61, ter grootte in zijn geheel van zevenenvijftig bunders en zesenzestig roeden met de tot dit erfjen gehorende whaarsgerechtigheid in de Marke of wel die van Gramsbergen, Loozen en Radewijk, en ook nog een onverdeeld een-derde gedeelte van een perceel hooijland in de zogenaamde Boermaat, groot in geheel ruim twee en een halve bunder liggende ter Marke Itterbecke en Wielen in het karspel Uelsen der graafschap Bentheim, ten zuiden van en aan de voorzeide Radewijker-Beek, mandelig met Berend Tiebert te Wielen en de eigenaren van het erve het Geerts te Radewijk voorschreven en met welke dan jaarlijks in drie blokken bij verwisseling wordt gehooydt.

Tot universeel erfgenaam werden benoemd de inwonende dochter Hillegonda Hölter en haar echtgenoot Jan Schutte. De andere dochter, Geertruid, kreeg slechts haar wettig erfdeel, ten bedrage van ƒ. 325,- Jan en Hillegonda Schutte kregen acht kinderen: Egbert (1838), Hendrik (1840-1840), Zwaane (1841-1893, huwde Jan Herm Kamphuis en Jan Broekroelofs), Hendrika (1843-1844), Hendrika (1845, huwde Gerrit Jan Oldewaterink), Gerrit Jan (1848), Gerritdina (1850-1855) en Johanna (1851). Het erve Klein-Takman stond destijds bekend als huisnummer 3 in Radewijk. De markeverdeling wees uit dat de katerstede een aandeel van bijna negentien bunder had in de gezamenlijke marke van Radewijk, Loozen en Gramsbergen. De onverdeelde marke bestond uit een oppervlakte van ruim 244 bunder veen- en heidegrond.

De oudste zoon, Egbert Schutte, volgde zijn ouders op als eigenaar van de katerstede. Hij trouwde in 1867 met met Jennegien Beuker uit het Duitse Volzel. Ze kregen vijf kinderen. In 1872 vergrootten Egbert en Jennegien hun bezit, door het aangrenzende erfje met huis en schuur van Lucas Passies aan te kopen (in 1873 werd het huisje deels afgebroken, waarna het in 1887 geheel gesloopt is; anno 1999 kan men de funderingen van dit huisje nog terugvinden op enkele decimeters diepte). Egbert Schutte was een verstandig man. Hij schopte het zelfs tot wethouder van de gemeente Ambt-Hardenberg. Op 7 augustus 1875 schreef hij aan het bestuur dat hij de benoeming tot lid van de raad aannam.

Enkele jaren later, in de jaren tachtig van de vorige eeuw, verhuisde het gehele gezin Schutte naar Heemse (wellicht omdat de afstand Radewijk-Heemse te groot was voor de wethouder). Het echtpaar Schutte heeft de boerderij nog wel een tijd in eigendom gehad en waarschijnlijk verpacht. Pas in 1896 verkochten zij de boerderij aan Gerrit Jan Schrotenboer en diens echtgenote Gerritdina Reinink.

Op 8 mei 1896 verhuisde het gezin Schrotenboer met zijn tienen van het Duitse Wielen naar Radewijk. Het grote gezin bestond uit drie generaties. Dochter Roelofje Schrotenboer was namelijk al getrouwd met Hermannes Lenters uit Collendoorn. Zij hadden twee kinderen die in Duits Wielen geboren zijn: Zwaantje (1894) en Gerhardus (1895). In Radewijk zijn daarna nog vijf kinderen ter wereld gekomen: Gerrit Jan (1898-1918), Gerritdina (1900), Gerrit Hendrik (1902), Hermannes (1906) en Roelofje (1909). De katerstede Klein-Takman was destijds geregistreerd als I nummer 70 in Radewijk. Respectievelijk in 1902 en 1904 overleden Gerrit Jan Schrotenboer en Gerritdina Reinink. In 1915 is de boerderij geheel vernieuwd.

Roelofje Lenters-Schrotenboer mocht helaas niet erg oud worden. Ze stierf toen ze nog maar 58 jaar oud was, op 28 maart 1925 op het erfje Klein-Takman in Radewijk. Haar echtgenoot overleed bijna tien jaar later. Hun oudste zoon, Gerhardus Lenters, volgde hen op als eigenaar van de katerstede. Hij huwde twee maanden na het overlijden van zijn moeder, op 15 mei 1925 te Ambt Hardenberg met Aaltje Christina Bril uit Gramsbergen. Ze kregen vier kinderen: Roelofje Hermina (1926), Diena Dederika (1928), Hermannus (1930) en Zwaantje (1932-1932). In 1937 verkochten ze hun eigendommen in Radewijk aan de joodse familie Frank uit Hardenberg en vertrokken daarna naar de gemeente Gramsbergen. In die tijd werden vele onroerende goederen als belegging aangekocht door Israëlieten. De eventuele inbeslagname van hun financiële middelen door de Duitsers kon zo wellicht voorkomen worden. De katerstede Klein-Takman werd verhuurd aan de familie Knol.

In de jaren zestig, toen de familie Knol de boerderij verliet, werd de katerstede door Heilbronn – schoonzoon van Frank – verpacht aan Harm Huisjes. Hij had het spil anno 1999 in eigendom. De katerstede wordt alleen nog voor recreatieve doeleinden gebruikt, genaamd ’t Einde.

Kadastrale geschiedenis

Legger 164/4: Sectie D-81. Huis en erf. Eigendom van Hendrik Hulter en Swaantjen Mas. Vervolgens eigendom van Hillegonda Hölter en echtgenoot Jan Schutte. In 1871 vereniging van artikelen. Over op:
Legger 1496/15: Eigendom van Jan Schutte en Hillegonda Hölter. Zij zijn op 10 juni 1837 getrouwd te Heemse. In 1856 boedelscheiding. Over op:
Legger 3079/25: Huis, schuur, erf en stookhut. Huisnr. I-34. Eigendom van Egbert Schutte. Hij trouwde op 14 november 1867 te Heemse met Jennegien Beuker uit Volzel. In 1895 verkoop. Over op:
Legger 5287/4: Eigendom van Gerrit Jan Schrotenboer en echtgenote Gerritdina Reinink. Zij zijn op 2 mei 1857 getrouwd te Heemse. In 1901 vereniging van percelen. Over op:
Legger 5287/29: Nieuwe sectie D-1290. Huis, schuur, erf en weiland ‘achterin Radewijk’. In 1903 verkoop. Over op:
Legger 6115/23: Eigendom van Hermannes Lenters (13/14e deel) en Gerrit Jan Schrotenboer (1/14e deel). In 1912 boedelscheiding. Over op:
Legger 7230/23: Eigendom van Hermannes Lenters. In 1914 vernieuwd. Over op:
Legger 7230/29: In 1931 boedelscheiding. Over op:
Legger 9919/18: Eigendom van Gerhardus Lenters en consorten. Het levenslang vruchtgebruik lag bij Hermannes Lenters senior. In 1935 successie. Over op:
Legger 9910/18: Eigendom van Gerhardus Lenters en Hermannes Lenters junior. In 1936 verkoop. Over op:
Legger 10374/17: Eigendom van manufacturier Isak Frank te stad Hardenberg. In 1942 verkoop. Over op:
Legger 11206/6: Eigendom van Koop Knol, landbouwer te Radewijk I-48. In 1943 vereniging. Over op:
Legger 11206/9: Nieuwe sectie D-1584. Huis, kookhuis, erf, wei-en bouwland. In 1949 rechtsherstel. Over op:
Legger 11803/9: Eigendom van Abraham Heilbron, koopman te Doetinchem (en consorten). In 1953 boedelscheiding. Over op:
Legger 12433/8: Eigendom van Abraham Heilbron en echtgenote Alida Frank te Doetinchem. In 1964 verkoop enz. Over op:
Legger 14185/2: Sectie D-1584. Huis, erf, weg, varkensschuur en boomgaard in ’t Radewijkerveld. Eigendom van Harm Huisjes Hzn. In 1980 opgenomen in de ruilverkaveling.