Nieuw Klinge of Ekkelenkamps

Tot op de dag van vandaag kennen nog velen in Radewijk de plek waar de Radewijkerweg enerzijds afbuigt naar het noorden en de Pekeldijk anderzijds afslaat richting de Duitse grens als Schotkaamp. In de tijd van de Bataafse Revolutie is de katerstede ontstaan door een afsplitsing van het aloude erve Clinge. Het was schoolmeester Jan Klinge, zoon van Jan Harmszoon Balderhaar alias Klinge en Janna Odink, die rond 1795 op de zogenaamde Toeslag in Radewijk een nieuwe woning bouwde. Deze plek werd later aangeduid als Nieuw-Klinge. Jan was schoolmeester in Radewijk en trouwde op z’n dertigste met Hermine Gerrits Seinen uit Collendoorn. Het echtpaar kreeg vier kinderen, allen geboren in Radewijk. De eerste drie in de nieuwe boerderij op De Toeslag: Jan (1795), Gerrit Jan (1796), Geesjen (1798) en de laatste in 1799 op de katerstede van het erve Takman: Gerrit Jan. Hieruit blijkt dat het echtpaar Klinge in 1798 of 1799 de boerderij al had verlaten.

In 1805 zien we dat een nieuwe familie zich vestigde op Nieuw-Klinge. Het is het echtpaar Hendrik Jan Ekkelenkamp en Gezina Bosman. De bruidegom kwam uit Linde nabij Den Ham en de bruid werd geboren op het erve Bosman in Radewijk, als dochter van Jan Bosman (geboren Balderhaar) en Griete Ymhoff. Het echtpaar kreeg zes kinderen, vijf zoons en een dochter. De oudste zoon, Gerrit Jan Ekkelenkamp, werd op 10 februari 1806 geboren. Waarschijnlijk overleed hij op jonge leeftijd. De tweede zoon, Harmannus Ekkelenkamp, geboren in 1809 te Radewijk, overleed ongehuwd op 28-jarige leeftijd in Den Haag als grenadier in militaire dienst ten tijde van de onafhankelijkheidsoorlog tussen Nederland en België. Het derde kind van Hendrik Jan en Gezina was ook een zoontje. Hij werd maar drie weken oud. Een jaar na diens overlijden werd opnieuw een zoontje geboren, Jan. In 1816 werd een dochtertje geboren. Ze kreeg de voornaam Hendrikjen en zou later de katerstede Nieuw-Klinge overnemen van haar ouders. Het laatste kind van Hendrik Jan en Gezina was opnieuw een zoon. Hendrik Ekkelenkamp werd op 25 mei 1818 geboren. Hij trouwde op 27-jarige leeftijd met een meisje uit Baalder en vertrok daarmee uit Radewijk.

Slechts twee jaar na de geboorte van hun laatste kindje overleed Gezina Ekkelenkamp-Bosman. Ze is 39 jaar oud geworden. Noabers Lubbert Ymhoff en Egbert Broekroelofs gaven het sterfgeval aan op het gemeentehuis in Heemse. Enkele maanden later, op 13 juli 1820, moest weduwnaar Hendrik Jan Ekkelenkamp getuigen in een strafzaak tegen Jan Mulders, Jan Hendrik Hankamp, Jan Kolkman en Jan Hendrik Hoestink. Genoemd viertal had zich volgens de openbare aanklager schuldig gemaakt aan het mishandelen van Harmen Jan Warmelink, zijn knecht. Hendrik Jan verklaarde het volgende tegenover de president van de rechtbank:

De tweede getuige, volgens zijne opgave Hendrik Jan Ekkelenkamp genaamd, oud ongeveer vierendertig jaar, bouwman woonachtig te Radewijk onder den Hardenbergh, na met eede beloofd te hebben dat hij de volkomene waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen, deponeert op de aan hem gedane vragen dat de beklaagden hem wel bekend, doch gene van de vier aan hem is verwant en dat hij niet staat in enige betrekking van dienstbaarheid tot hen. Dat in de maand february laatstleden, eene maand voor het versterven zijner echtgenoote, des avonds om acht uur of half negen, de beklaagden bij hem op den haard gekomen waren, terwijl Warmelink, zijn dienstknecht, zich insgelijks te zijnen huize bevond om wat te praten. Dat dezelve alstoen door de beklaagden werd aangezocht van mede naar een zoogenaamd gespin te gaan, hetwelk hij weigerde. Dat hij hierop gezien heeft dat Warmelink door de beklaagden werd aangepakt en buiten de deur gesmeeten, zonder dat hij getuige verder iets gehoord of gezien heeft wat zij wijders buiten de deur met dien Warmelink hebben aangevangen. Alleen Jan Mulders, de eerste beklaagde, werd door de rechtbank schuldig bevonden van het ten laste gelegde. Hij werd veroordeeld tot een celstraf van drie maanden en een boete van 350 gulden. Enige tijd later zou blijken dat genoemde Jan Mulders ook de moordenaar bleek te zijn van Hendrik Veltman, die op 8 april 1820 dood gevonden werd in de Radewijkerbeek.

Op 29 juli van dat jaar werd bij familieraad bepaald dat oom Hendrik Bosman (de zwager van Hendrik Jan Ekkelenkamp) de toegewezen momber (voogd) over de minderjarige kinderen van Hendrik Jan en diens overleden vrouw Gezina zou zijn. Oom Hendrik woonde in Radewijk op erve Bosman, huisnummer 8. Enkele weken later werd door openbaar notaris Antoni van Riemsdijk een inventarisatie gemaakt van alle tot de nalatenschap van Gezina Bosman behorende roerende goederen, dit om een goed overzicht te krijgen van de erfportie van de vijf minderjarige kinderen. Van Riemsdijk schrijft: In de keuken, uitziende met twee vengsterraamen op den zogenaamden Klingen-achtersten-Kamp vinden we: een hangklok begroot op zes gulden, een half douzijn oude tinnen lepels begroot op dertig cent, een spiegel begroot op vijftien cent, een koffymolen begroot op veertig cent, een boven- en een onderbed met peuluwe en twee kussens begroot op tien gulden, een bruin gewreeven kleerkast begroot op vijf gulden, een zwart Ras-de-Marocque vrouwenjak begroot op drie-kwart gulden, een geel-paarschbont vrouwenjak begroot op een gulden. Genoemde zaken waren slechts een klein deel van de hele inventaris. Zo werd ook melding gemaakt van alle voorraden op zolder, in de bakkamer en op de deel. De totale waarde van alle roerende goederen van het erve Nieuw-Klinge bedroeg ruim 240 gulden (aktenr. 218, scan 185).

Nog in hetzelfde jaar, negen maanden na het overlijden van zijn eerste vrouw, hertrouwde weduwnaar Hendrik Jan Ekkelenkamp. Zijn tweede echtgenote, Hendrikjen Visscher, was afkomstig uit Heemse. Met haar kreeg Hendrik Jan nog eens vijf kinderen: Gerrit Jan (1821), Jennigjen (1823), Berendina (1826), Berend (1828) en Gerrit (1831).

In 1825 werd het Hendrik Jan Ekkelenkamp allemaal teveel. Hij kon zijn schulden niet meer voldoen en zag zich genoodzaakt de boerderij te verkopen. Op 3 oktober van dat jaar passeerde notaris Antoni van Riemsdijk de overdracht van een woonhuis met deszelfs grond en wheere, staande en gelegen ter buurtschap Radewijk onder no. 0., ten zuiden van en aan den weg langs dezelve buurtschap, tusschen den Wilpshaarskamp van het erve Broekroelofs en den Nieuwenkamp van het erve Klinge en wel oostwaards van en aan laatstgemelden, met de zuidwaards daarvan en aangelegene gaarden- en grasgrond, groot ongeveer tien vierkante Nederlandsche roeden. Dit woonhuis werd bewoond door Hendrik Jan Ekkelenkamp. Hij had zijn huis voor 305 gulden verkocht aan Jan Jonkhans, landbouwer te Duits Wielen enerzijds, en aan Jan Harmen Ymhoff, ook landbouwer te Duits Wielen, anderzijds (aktenr. 507, scan 83).

Op 5 maart 1832 overleed Hendrik Jan Ekkelenkamp op 45-jarige leeftijd. Weduwe Hendrikjen Ekkelenkamp-Visscher bleef achter met maar liefst negen kinderen, waarvan de jongste nog maar net een jaartje oud was. Toch zou ze nimmer hertrouwen. De oudste kinderen waren al bijna volwassen en konden helpen bij het grootbrengen van de kleinsten.

Op de oudste kadastrale kaart van 1832 staat het erve vermeld als eigendom van landbouwer Jan Harmen Ymhoff. De boerderij staat op legger 419a onder sectie D no. 105.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

De enige dochter uit het huwelijk van Hendrik Jan Ekkelenkamp met Gezina Bosman, Hendrikjen genaamd, trouwde met Jan Hermsen uit Uelsen. Het echtpaar woonde aanvankelijk in de gemeente Emlichheim alwaar ze in 1841 gezinsuitbreiding kregen door de geboorte van zoon Lucas. Kort erna verhuisden ze naar de ouderlijke boerderij van Hendrikjen Ekkelenkamp, de katerstede Nieuw-Klinge in Radewijk. Daar werden achtereenvolgens nog een zoon en drie dochters geboren: Hendrik Jan (1843), Geesje (1846), Gesina (1849) en Geesje (1852). Op 9 februari 1852 kochten Jan Hermsen en Hendrikjen Ekkelenkamp de tot dan toe gepachte boerderij. Ze kochten het terug van Jan Herm Ymhoff te Heesterkante. Bij de aankoop behoorde ook het regt van waare in de gecombineerde Marke van Gramsbergen, Loozen en Radewijk. Ten tijde van de aankoop had de katerstede Nieuw-Klinge een andere benaming gekregen. Het heette voortaan Het Ekkelenkamps, naar de nieuwe bewoners. 

Vijf maanden na de geboorte van hun laatste kindje, overlijdt Jan Hermsen. Hij werd slechts zevenenveertig jaar oud. Ook nu werd een familieraad belegd, waarin werd bepaald dat oom Hendrik Ekkelenkamp uit Baalder toeziend voogd zou worden over de minderjarige kinderen Lucas, Hendrik Jan, Gesina en Geesje. Opnieuw  werd een inventarisatie gehouden. Dit keer werden ook de onroerende goederen met name genoemd. De notaris beschrijft het als volgt: Vaste goederen: de katerstede Het Ekkelenkamps genaamd, staande en gelegen te Radewijk voormeld, bestaande in een huis en erf met deszelfs grond en wheere, kadastraal bekend in sectie D nummer 105 als huis en erf groot drie roeden en vijftig ellen, en nummer 104 als bouwland, groot een bunder, achtenzeventig roeden en zestig ellen, met de gerechtigheid in de Marke van Gramsbergen, Loozen en Radewijk. De inventarisatie van zowel de inboedel als de onroerende goederen werd verricht binnen een tijdsbestek van drie uur.

Omdat Hendrikjen achterbleef met de zorg voor vijf kleine kinderen, was het min of meer noodzakelijk dat er een nieuwe ‘vader’ kwam. Dit werd de persoon van Jan Hendrik Harms uit Emlichheim, zoon van Hendrik Harms Schotkaamp en Vrouwgien Roelofs. In juni 1853 werd het huwelijk voltrokken te Heemse en vier jaar later werd het enige kind uit dit huwelijk geboren, ook Jan Hendrik genaamd.

Bij de markeverdeling (1860) kreeg weduwe Hendrikjen Hermsen-Ekkelenkamp zes percelen grond toegewezen. Het was heide en veengrond, gelegen in het Radewijkerbroek en het Vijfde Blok. De zes stukken waren samen vijf bunders, veertien roeden en dertig ellen groot en vertegenwoordigden een marktwaarde van 531,50. Voor de verdeling bestond de totale markegrond uit 244 bunders, 24 roeden en 56 ellen heidegrond.

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1869.

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1877. Er was een schuur gebouwd.

 

3744/1. In 1884 verkoop. Over op: 4303/8

Jan Hendrik Hermsen junior zou de boerderij (huisnr. I-25) van zijn ouders later voortzetten. Toen hij 27 jaar oud was trouwde hij met Hendrikjen Ligtenberg, de in Radewijk geboren dochter van Hendrik Ligtenberg en Swaantien Ymhoff, die op het erve Takman woonden. Bruid en bruidegom kenden elkaar derhalve al sinds hun jeugd en zijn waarschijnlijk vaak gezamenlijk naar school toe gelopen. Het huwelijk tussen Jan Hendrik junior en Hendrikjen werd op 13 maart 1885 voltrokken voor de ambtenaar van de burgerlijke stand te Heemse. Slechts een half jaar later werd hun eerste en enige kindje geboren. Het was een meisje en werd Hendrikjen genoemd. De kleine werd nog geen maand oud. Op 17 oktober 1885 overleed ze, een dag later gevolgd door moeder Hendrikjen Ligtenberg, die slechts vijfentwintig jaar oud mocht worden. Moeder en dochter werden begraven in hetzelfde graf op het oude kerkhof Nijenstede aan de Stationsstraat te Hardenberg. Ook oma Hendrikjen Hermsen-Ekkelenkamp overleed in die periode. Een maand eerder dan haar schoondochter en kleinkind. Op 8 september 1885 stierf ze in de ouderdom van negenenzestig jaar.

Bijna twee jaren nadien, op 31 augustus 1887, hertrouwde Jan Hendrik Hermsen junior. Zijn nieuwe echtgenote, Leentien Schipper, was geboren in het Duitse Esschebrügge. Met haar kon Jan Hendrik een nieuw gezinnetje stichten. Helaas werd hun eerste kindje in 1888 doodgeboren, maar daarna kregen ze drie gezonde kinderen, twee dochters en een zoon: Hendrika (1889), Jan Hendrik (1891) en Geesje (1895). 

 

Jan Hendrik Hermsen (1857-1931).

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1890. Er is een bakhuisje gebouwd en de boerderij is vergroot.

 

Een tijdje bleef het rustig op het erve dat door de eeuwen heen al verschillende namen had gedragen. Het begon met de onbebouwde grond genaamd Den Toeslag. Toen er een boerderijtje gebouwd werd door Jan Klinge, werd het Nieuw-Klinge genoemd. Door verkoop kwam het in handen van de familie Ekkelenkamp en kreeg – hoe kan het ook anders – de naam Ekkelenkamps mee. Door vererving kwam de familie Hermsen er wonen die op hun beurt de bijnaam Schotkaamp meebrachten uit Duitsland. Rond de eeuwwisseling begon het gezin Hermsen met de exploitatie van een klein winkeltje. Daarmee waren ze niet de enigen in de omgeving. Ze verkochten onder andere meel, koffiebonen, rijst, tabak, erwten, bonen, petroleum, stroop, raapolie, zeep enz. In 1907 stierf Leentien Schipper, de tweede vrouw van Jan Hendrik Hermsen. In het Salland’s Volksblad werd een rouwadvertentie geplaatst; iets dat in die tijd nog maar bij uitzondering werd gedaan.

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1905. Er heeft een kleine verbouw plaatsgevonden.

 

In 1923 was er weer reden tot vreugde in het gezin Hermsen. Zoon Jan Hendrik trouwde op zeven december met Zwaantje Veldsink. De bruid, geboren op het erve Bosman in Radewijk, was zes jaar jonger dan de bruidegom. Het eerste kindje, dat op 29 april 1924 geboren werd, kreeg de voornaam Leentien, vernoemd naar haar overleden grootmoeder. Toen de kleine een half jaar oud was trouwde tante Hendrika Hermsen met molenaar Jan Antonie ter Voorde. Van deze feestdag zijn nog drie prachtige foto’s bewaard gebleven. 

 

Foto gemaakt bij het huwelijk van Hendrika Hermsen en Jan Antonie ter Voorde. V.l.n.r.: de bruidegom Jan Antonie ter Voorde, Hendrik Ligtenberg, Jan Hendrik Hermsen sr. en Gerrit Jan Dieters. Achter het paard: Jan Hendrik Hermsen jr. Op de bok van de rechter koets: Hendrik Jonkhans. In de linker koets: Lodewijk, Riek en Jan Gerhard ter Voorde.

 

 

V.l.n.r.: Hendrika Hermsen (1889-1982); Jan Hendrik Hermsen sr. (1857-1931); Jan Hendrik Hermsen jr. (1891-1972) en Geesje Hermsen (1895-1989).

 

Het echtpaar Jan Hendrik Hermsen en Zwaantje Veldsink zou uiteindelijk vier dochters krijgen. Genoemde Leentien en Johanna (1926), Dederika (1928) en Jantina Hendrika (1930). Een jaar na de geboorte van Jantina Hendrika, overleed opa Jan Hendrik Hermsen. Hij is vierenzeventig jaar oud geworden. 

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1934. Aan de overzijde van de Radewijkerweg is een nieuwe schuur gebouwd.

 

Oudste dochter Leentien Hermsen trouwde met Albertus Nijeboer uit Holtheme en bleef wonen op de ouderlijke boerderij. Samen kregen ze vier kinderen, drie zoons en een dochter. De jongste zoon, Zwaantinus Jan Nijeboer huwde in 1981 met Mina Zweers uit Radewijk. Samen met hun drie dochters Annelies, Brenda en Moniek, bewoonden ze het ene gedeelte van de boerderij. Het andere gedeelte werd bewoond door Bats en Leentien van Schotkaamp. Tegenwoordig moeten we het verdwenen erf situeren nabij de Radewijkerweg 45.