Schöttink

Ten zuidwesten van de stad Hardenberg en ten zuiden van de Vecht ligt sinds eeuwen het erve Schöttink. Het bedrijf is gelegen in de tegenwoordige buurschap Oud-Bergentheim. Al in de zeventiende eeuw zien we het erve Schottink te Bergentheim genoemd in bijvoorbeeld het vrijwillig rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg. Zo wordt o.a. in 1666 gesproken over de verkoop van het zgn. koeheerden stuckjen, gelegen aan Schottink camp tott Bergenthem. In 1688 werd zgn. arrest gedaan op het erve Schottink te Bergentheim, toebehorend aan de overleden mulder (molenaar) Teunis Jansen van de Mariënberg. Het erve werd op dat moment gepacht door Jan Schottink. In het gemeentearchief van Hardenberg wordt fraaie archivalia bewaard van het huisarchief van het Schöttink. In 1728 was het eigendom van het Schöttink vererfd op molenaar Jan Nijhuis en vrouw Hilligje Jansen Muller te Bergentheim. Dat blijkt uit een hypotheekakte waarbij zij het erve Schöttink tot onderpand stellen. Het erve was door hen verpacht aan Harmen Jansen Schöttink.

Bij de landelijke volkstelling anno 1748 werd het erve Schöttink bewoond door Harmen en Hendrikien Schottink, met hun kinderen Jan en Hille en de dienstbode Derk. In 1767 werd het nog steeds bewoond door Harmen Schottink, met diens dochter Hilligje en haar echtgenoot Jan, Jan de knecht en Maria de maagd.

Op 17 juni 1819 werden de huwelijksvoorwaarden vastgelegd van Willem Timmerman en Hendrikjen Schöttink. Notaris Antoni van Riemsdijk verleed de akte. De bruid bracht haar een-achtste aandeel in ’t erve Schöttink in als bruidsschat (aktenr. 63, scan 80).

Op 1 mei 1822 werd door middel van een onderhandse akte van koop en verkoop de overdracht geregeld van drie zitplaatsen in de zogenaamde Bergentheimer-Bank in de kerk te Hardenberg door Hidde baron van Voërst van Bergentheim aan Willem Timmerman.

In 1826 had het erve Schottink huisnummer 3 in de buurtschap Bergentheim in de gemeente Ambt Hardenberg. Het bestond uit een boerenhuis, met schuur en schapenschotten en bij de boerderij hoorde circa negen hectare grond, alsook drie-achtste waardeel en een halve zgn. ‘veldwhaare’ in de marke van Bergentheim. De landerijen lagen o.a. op de Bergentheimer Marsch, in de zgn. Ekkersum en in de Veldmaate. Men hield in dat jaar meer dan zestig schapen. De waarde van de onroerende goederen werd in die tijd begroot op 3.812 gulden en van de roerende goederen op 925 gulden. Dat blijkt uit de boedelinventarisatie die op 24 november 1826 door notaris Antoni van Riemsdijk werd gehouden en geregistreerd. Hij deed dat op verzoek van Willem Timmerman, weduwnaar van Hendrikjen Schöttink. Naast weduwnaar Willem Timmerman werd het erve bewoond door de ongehuwde Jan Schöttink junior die als toeziend voogd optrad ten behoeve van de minderjarige Willemiena Timmerman (oud 5 jaar). (aktenr. 588, scan 20).

Op de oudste kadastrale kaart van 1832 is ’t erve Schöttink gesitueerd op ’t zgn. ‘Loo’ en eigendom van landbouwer Willem Timmerman en echtgenote Jennechien Meijerink. Zij waren op 20 december 1826 getrouwd te Heemse. Het erf werd in 1832 geregistreerd op legger nr. 358 in sectie H nr. 28. Het is nu geadresseerd aan de Mölinksweg 1 en bekend als minicamping en theehuis ‘erve Schöttinck‘.

 

Fragment van oorspronkelijk minuutplan, anno 1832.

 

Legger 358/9: Sectie H-28. Huis en erf. In 1849 successie en boedelscheiding. Over op:
Legger 2432/6: Eigendom van Jan Willem Timmerman. Hij trouwde op 14 december 1865 te Heemse met Hermina Bolks. Huisnr. C-7. Huis, erf en vier schuren. Hermina Bolks overleed op 22 oktober 1867, waarna Jan Willem op 3 juli 1868 te Heemse hertrouwde met Evertjen Bolks, de jongste zus van Hermina. In 1877 vereniging. Over op:

 

 

Legger 2432/32: Nieuwe sectie H-1191. Huis, schuren en erf op ’t Loo. In 1889 stichting. Over op:

 

 

Legger 2432/43: In 1897 boedelscheiding. Over op:
Legger 5481/25: Eigendom van Frederik Herbers of Herbert en echtgenote Hermina Timmerman. Zij zijn op 23 september 1892 getrouwd te Heemse. In 1904 herbouw. Over op:

 

 

Legger 5481/31: In 1906 bijbouw en in 1920 gedeeltelijke vernieuwing. Over op:
Legger 5481/58: In 1927 successie. Over op:
Legger 5551/45: Eigendom van Frederik Herbers of Herbert. In 1929 verkoop. Over op:
Legger 9613/14: Eigendom van Albert Herbert. In 1936 vereniging. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1936.

 

Legger 9613/25: Nieuwe sectie H-3005. Huis, schuren, bouw- en weiland, veen en bomen. In 1942 verkoop. Over op:

 

 

Legger 9613/29: Nieuwe sectie H-3240. Huis, schuren, bouw- en weiland, veen en bomen. In 1944 verval vrijdom. Over op:
Legger 9613/33: In 1951 gedeeltelijk vernieuwd en vereniging. Over op:
Legger 9613/34: In 1958 bijbouw. Over op:
Legger 9613/42: In 1959 stichting.