Wilpshaar

In het vrijwillig rechterlijk archief van ’t Schoutambt Hardenberg wordt een akte bewaard, gedateerd 26 juni 1750, waaruit blijkt dat ’t erve Wulpshaar in Lutten door rentmeester J.H. Frantsen en echtgenote Catrina Gerbers, benevens Bartelt Vischer, werd overgedragen aan W.D. van der Merwede. De koop was al in 1736 gesloten.

Het rechterlijk archief bevat verder een akte, gedateerd 7 april 1770, betreffende de overdracht door Berend Gerhard Kramer, secretaris van de Stad Hardenberg, in kwaliteit als gevolmachtigde van Maurits Willem van Appell en zijn ehegemalin Adriana van den Appell geboren van der Merwede, luid een procuratie op 15 november 1768 voor de Amtsman bij de Koninklijke Pruissische Amtgerigt te Emden, van twee erven, het Waaijmans en het erve Wilpshaar. Het erve Wilpshaar, bestaande uit het woonhuis, schuur, schaapschot, twee gaarden, 30 mudden zaailand, ongeveer 6 dagwerken hooiland in de Luttermaten, de groenlanden om het huis, het recht van whaardeel, 2 veenslagen, zijnde 12 opgaande veenakkers in het Witte of bij de Witte Haar en 14 veenakkers in de Kale Veenslagen, alles gelegen te Lutten, voorts nog 6 dagwerken hooiland in de Meene.  Dit alles was verkocht aan W.L. Turnbull, kapitein ten dienste van dit land, en zijn ehevrouw Johanna Margaretha Sprakell bij publieke verkoping op 4 augustus 1768.

Datzelfde archief bevat een akte, gedateerd 18 maart 1771, betreffende een schuldbekentenis met hypotheekstelling door William Lodewijk Turnbull, kapitein ten dienste van dit land, voor zichzelf en als gevolmachtigde van zijn ehevrouw Johanna Margaretha Turnbull geboren Sprakell, aan P.T. Golts, burgemeester van de Stad Zwolle, voor een somma van 8000 Car. guldens. Als onderpand dienden de erven Wilpshaar en Waaijman met de onderhorige landerijen, venen en velden in de Marke Lutten, zoals deze op 4 augustus 1768 van de heer en mevrouw Appell waren aangekocht en op 7 april 1770 waren getransporteerd.

De volgende akte in het vrijwillig rechterlijk archief dateert van 8 juli 1789:
Ik J.G. Pruim, van weegens hooger overheid verw. Scholtus van den Hardenbergh cum annexis, doe hiermede van gerichtswegen te weten: dat door of naamens de heere mr. B. van Marle, in leven ontvanger van Zalland, op den 13 julij 1781, voor eene summa van vijfduizend en twintig guldens, die vervolgens ten genoegen zijn voldaan en betaald, is aangekocht: het eerste parceel van de door dezen weledelen gerichte ter instantie van voorz. heer en mr. B. van Marle nomine uxoris als eenige en universeele erfgenaame van wijlen de heer kameraar P.Th. Golts, uit krachte van ge√∂btineerd verwin, bij executie gedistraheerde goederen van de heer overste Turnbull en de boedel- of erfgenaamen van wijlen deszelvs ehe-vrouwe, – bestaande dat parceel in het erve Wilpshaar met de daartoe of bijbehorende getimmertens, houtgewassen, particuliere stuklanden, hooge en laage landerijen, velden en veenen, rechten en gerechtigheden, inzonderheid mede de op dit erve toegeslagene vaste veeneslagen, alles kenlijk staande en gelegen in en onder de boerschap Lutten, onder dezen weled. Gerichte, – alles blijkelijk uit de conditien van verkoopinge daarvan zijnde. Zoo is ‘t, dat ik verw. Scholtus voorn. en keurnooten, die waren de ed. M. Pruim en de oud bmr. F. van Munster, ten fine en effecte als naar rechten, bij deze mijnen openen brieve, ex officio transportere en in vollen eigendom overdrage aan de weled. vrouwe mevrouwe E.H. Golts, weduwe van wijlen de opgem. heer en mr. B. van Marle, de bovengenoemde gekochtte en betaalde, bij executie gedistraheerde goederen van de heer overste Turnbull en de boedel- of erfgenaamen van wijlen deszelvs ehe-vrouwe voorn., bestaande als boven vermeld; ende zulks met zijn rechten, lusten en lasten en bezwaaren, en in zoodane natuure en grootte als hetzelve door ge√ęxecuteerdens is bezeten. Alles ingevolge de voorz. coops-conditien onder dezen ed. Gerichte berustende, midsgaders ingevolge Landrechte en Naardere Reglementen. Des ten oirkonde hebbe ik verw. Scholtus voorn. deze getekend en gezegeld. Actum Hardenbergh den 8 julij 1700 negenentachtigh.

In 1832 was ’t erve Wilps in Lutten eigendom van landbouwer Albert Altena. Het was geregistreerd onder sectie A no. 515 op legger 2 van ’t oudste kadasterboek.