Lenneps – bronnen

Vrijwillig rechterlijk archief Schoutambt Hardenberg, inv.nr. 14, d.d. 1785-09-08:
Ik J.G. Pruim, van wegens hooger overheid verw. Scholtus des kerspels Hardenbergh cum annexis, doe kond en certificere, dat voor mij en keurnooten, die waren Berend Zweers senior, en Derk Jan Kremer, persoonlijk in den gerichte gecompareerd is, de heer procurator Jacobus van Riemsdijk, secretaris der stad Hardenbergh, als gevolmagtigde van vrouwe Willemina Oosting, weduwe van den heer scholtus Albertus van Riemsdijk, woonachtig te Havelte, en van derzelver zoons de heeren procurator Jacobus van Riemsdijk, woonächtig te Zwolle, Nicolaas van Riemsdijk, koopman te Havelte, Gerhard Rudolph van Riemsdijk, koopman op ’t Hoogeveen, met deszelfs ehevrouwe Hendrikjen Thalen Tekkelenburg, en Johannes van Riemsdijk, scholtus van Havelte en Vledder; luid volmagten voor de ed. scholengerichten van Echtens-Hoogeveen, van Suidwolde en het Hoogeveen, en van Zwolle en over Zwoller kerspel op den 22 en 30 julij en den 6 aug. jongstleden respectivelijk gepasseerd, alhier vertoond, gelezen en van waarden erkend. En verklaarde hij heer comparant in voorz. qualiteiten, ten gevolge eener voor eenige jaaren ingegaane koop, waarvoor in den jaare 1777 bereeds het laatste restant der koopspenningen ten genoegen zijn voldaan en betaald, bij dezen in de beste en bestendigste forma landrechtens te transporteren en in vollen eigendom over te dragen, aan vrouw Clara Stolte, weduwe van wijlen de heer Jacobus van Riemsdijk, in leven verw. scholtus en ontvanger des kerspels Hardenbergh, voor zich en als weduwe en boedelhoudersche van haaren voorn. eheman, de aan des comparants eerstgemelde principaalinne en haaren voornoemden wijlen eheman voor dato dezes koops eigendomlijk toebehoord hebbende hierna gemelde vaste goederen, te weten: het woonhuis, schuure en beide hoven te Gramsbergen, kenlijk staande en gelegen; voorts het erve Lenneps, bezwaard met twaalfhonderd carolij guldens, met de onderhoorige Zaalkamps koeweide, benevens zes dagwerken hooijland in de Veldener maate, tezaamen in de boerschap den Velde; met nog twee en een half dagwerk hooijland in de Langehorst genaamd in de boerschap Holtheme gelegen, en zulks alles met derzelver recht en gerechtigheden, raad en onraad, lusten en lasten van dien als daarbij zijn gehorende. Doende den heer comparant q.p. daarvan bij dezen afstand, oplatinge en vertichtenisse met hande en monde, zijne welgemelde constituënten en dezelver erfgenamen daarvan ontërvende bij dezen, en de welgemelde vrouw Clara Stolte, weduwe van Riemsdijk, voor zich en in qualiteit als weduwe en boedelhoudersche van haaren wijlen man voornoemd, en derzelver erfgenamen daar wederom aanërvende; met belofte om ook deze cessie en overdragt ten allen tijde te zullen staan, wachten en waaren voor alle evictie en opspraake als naar rechten. Des ten oirkonde hebbe ik verw. Scholtus voorn. deze benevens den heer comparant getekend, en gezegeld. Actum Hardenbergh den 8 september 1700 vijfentachtig.

Vrijwillig rechterlijk archief Schoutambt Hardenberg, inv.nr. 14, d.d. 1785-09-26:
Ik J.G. Pruim, van wegens hooger overheid verw. Scholtus des kerspels Hardenbergh cum annexis, doe kond en certificere, dat voor mij en keurnooten, die waren M. Pruim en D.J. Kremer, persoonlijk in den gerichte gecompareerd is, vrouw Clara Stolte, weduwe van wijlen den heer verw. scholtus en ontvanger J. van Riemsdijk, onder adsistentie van haaren broeder ds. W. Stolte, als haaren verkorenen en geadmitteerden mombaar; en verklaarde, voor haar zelfs, en als weduwe en boedelhoudersche van haaren gemelden wijlen eheman, en als zoodanig of ten respecte van haare onmondige kinderen voor zoo veel nodig op approbatie van de heeren van de magistraat der stad Hardenbergh, in de beste en bestendigste forma rechtens te renoveren en van nieuws speciaallijk te hijpothequeeren en te verbinden, en als reëele cautie te stellen, – zulks doende bij dezen, – voor de administratie van derzelver ontvangst van verpondinge, contributie, vuurstede-geld en dienstboden-geld des kerspels Hardenbergh, haar comparants voor zich en in voornoemde qualiteit tans eigendomlijke hierna gemelde vaste goederen, te weten: het erve en goed Lenneps genaamd, met zijne behuizinge, houtgewas, recht en gerechtigheid daartoe behorende, in de boerschap den Velde gelegen, zijnde hetzelve bezwaard met twaalfhonderd carolij guldens; het woonhuis, schuren-plaats en twee hoven, te Gramsbergen bekendlijk staande en gelegen; zes dagwerken hooijland gelegen in de Veldener-made; en de Langenhorst, zijnde een kampjen hooijland te Holtheme in zijne bekende bepalinge gelegen; alle zoo en in diervoegen als dezelve goederen voor haares wijlen ehemans ontfangst, bij acte van den 16 meij 1753, verbonden zijn; en dan nog de beide hoven op den Brink te Heemse, bekendlijk gelegen, de eene naast het huis en de hof van de weduwe Ulenberg en de ander langs de Molensteeg; zijnde alle deze voorn. goederen vrij allodiaal, en verders onbezwaard, en alle tezaamen onder dezen ed. gerichte gelegen; en de zulks opdat bij misbetalinge van de gestelde termijnen der bovengenoemde lands-schattingen, dezelve lands-schattingen aan voorgemelde goederen kost- en schadeloos zullen kunnen en mogen worden verhaald. Des t’oirkonde hebbe ik verw. Scholtus voorn. deze benevens de vrouw comparante en derzelver mombaar eigenhandig getekend en gezegeld. Actum Hardenbergh den 26 september 1700 vijfentachtig.