Kleintjens

In het contentieus rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg (toegang 057.1, inv.nr. 18) vinden we deze inschrijving van 28 november 1808:
Erscheenen in deezen gerichte Alb. Kleintjes, herbergier woonende te Loosen (Loozen), voordragende dat hij volgens zijn aantekeningboek vanaf den 21 maart tot en met den 30 april 1802 van Jan Frens, alhier woonende, te goede is hebbende wegens geleverde genever de somma van f. 19-14-8, van welke somma hij tot heeden, niettegenstaande de daartoe aan denzelven door hem en zijne vrouw gedaane veele en successive interpellatiën, geene voldoeninge inderminne hebbende kunnen bekoomen, hij te raade was geworden denzelven Jan Frens op heeden te doen citeeren ten einde alzo zijne voormelde praetensie door middelen rechtens te erlangen. Concludeerende hij comparant onder aanbod van zijn voormelde aantekeningboek als naar rechten naar eede te sterken, dat de geciteerde Jan Frens zal worden gecondemneerd om de opgemelde praetensie aan hem citant prompt te moeten opleggen en voldoen en dat daarvoor deszelvs mobile goederen zullen worden verklaard verwonnen en executabel ofte etc. cum annexis.

Waarop erscheenen de geciteerde Jan Frens zeggende dat de praetensie door de citant in voegen voormeld, aan hem gevorderd, is valsch en aan denzelven wegens gehaalden genever niets meer schuldig te zijn, als hebbende voor ongeveer 6 of 7 jaaren, toen geciteerde te Baalder wonende was, bij gelegenheid dat een koe aan C. Venebrugge op de Venebrugge hadde verkogt hem uit die koopspenningen alle de van citant gehaalde genever ten vollen voldaan, zoals geciteerde bereid is bij dezen met solemneelen eede te bevestigen.

Nader erscheenen de citant Albt. Kleintjes, repliceerende op ’t voormelde geantwoorde van geciteerde dat hij niet wil of kan ontkennen dat de geciteerde aan hem uit de koopspenningen van de bij antwoord vermelde koe betaaling heeft gedaan wegens aan hem verkogte genever was van vroeger datum of leverantie dan die bij zijnen voormelden eisch vermeld, persisterende derhalven onder aanbod van eede als voormeld bij zijnen te vooren genoomen eisch en conclusie.

Voorts weder erscheenen de geciteerden Jan Frens, zeggende aan den citant niet schuldig te zijn en derhalven te blijven persisteeren bij zijne hiervoren genomene contraconclusie.
’t Gerichte geëxamineerd hebbende vorenstaande dingtaalen en rechtdoende in den naam van zijne majesteit den koning van Holland, verstaat dat de citant Albert Kleintjes, conform landrecht ’t door hem geëxhibeerde aantekeningboekjen met zijnen eed tot God Almagtig supplerende en alzo bekrachtigende, de geciteerde jan Frens diend te worden gecondemneerd zoals gecondemneerd word bij deezen om de opgemelde praetensie ad f. 19-14-18 aan den citant Albt Kleintjes prompt te moeten opleggen en voldoen.

Genoemde herbergier Albert Kleintjes was geboren op ’t Dubbink in Daarle en op 24 mei 1787 te Hardenberg getrouwd met Geertjen Kleintjes. Na het overlijden van Geertjen, op 3 augustus 1811 te Loozen, hertrouwde Albert op 26 juni 1813 in Gramsbergen met Gerhardina Keeps uit Vriezenveen.

In het archief van de voormalige gemeente Gramsbergen wordt een brief bewaard, gedateerd 2 september 1818, waaruit blijkt dat het Kleintjes in Loozen door Roelof van Langen was verkocht aan Jan Bruins te Heemse en Klaas Olthuis te Hardenberg.

Op 1 maart 1822 hield notaris Antoni van Riemsdijk een publieke verkoop van eiken stamboomen, op verzoek van grondeigenaar Roelof van Langen te stad Hardenberg. De veiling werd gehouden op ’t erve Meijerink in Anevelde en op ’t erve Kleintjes in Loozen (aktenr. 156, scan 309).

In 1832 was het huis en erf eigendom van landbouwer Evert Tiebert en echtgenote Aleida Uitslag. We vinden het erf gesitueerd in het zgn. ‘Schansche Veld’ in sectie E no. 391 op legger nr. 439. Het erf is is al meer dan een eeuw geleden afgebroken.

 

 

439/6: Sectie E-391. Huis en erf. Vruchtgebruik: Jennegien Kelder, weduwe van Hendrik Jan Tiebert. Zij waren op 2 oktober 1858 getrouwd te Gramsbergen.

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 16 december 1861 lezen we:
Hardenberg. Gisteren, 12 december, heeft onder de buurtschap Loozen, gemeente Gramsbergen, een treurig onheil plaats gehad. De echtelieden T., landbouwers, hadden zich van huis begeven om een geslagt varken af te leveren en de zorg voor hunne beide zeer jeugdige kinderen aan eene dienstbode overgelaten. Doch terwijl deze met het jongste zich buiten de woning begaf, liet zij het oudste der beide kinderen alleen bij het vuur achter, met dat noodlottig gevolg dat de beklagenswaardige ouders bij hunne tehuiskomst het kind door brandwonden bijna stervende vonden. Het kind is dan ook spoedig daarop bezweken. Eene ernstige waarschuwing voor ouders om de zorg voor hunne kinderen slechts noode aan anderen over te laten.

Dit dramatisch ongeluk overkwam de anderhalf jaar oude Evert, het zoontje van akkerbouwer Hendrik Jan Tiebert en Jennegien Kelder en het tweelingbroertje van Aaltjen.

Na het overlijden van Hendrik Jan Tiebert, op 13 februari 1872 te Loozen, hertrouwde Jennegien op 15 mei 1873 te Gramsbergen met Lambertus ter Horst uit Emlichheim. Huisnr. G-7. In 1880 verkoop. Over op:
2439/6: Eigendom van Herman Zwijze Gerritszoon (zie register van overschrijving hypotheken, deel 300, nr. 106). Hij zou op 26 mei 1882 te Gramsbergen trouwen met Jennegien Tiebert, afkomstig uit Duits Wielen. In 1893 sloping. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1894. De contouren van het oude huis staan nog ingetekend, maar de boerderij is afgebroken…

 

2439/69: Erf. In 1894 sloop. Over op:
2439/70: Nieuwe sectie E-2064. Weiland.