Jonkeren – bronnen

Op 5 januari 1770 werden deze huwelijkse voorwaarden geregistreerd door de schout van Hardenberg:
Ik Jacob van Riemsdijk wegens hoger overigheid, verw: Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen; doe cond en certificere bij desen, dat voor mij en keurnoten die waren Jannes Smit en Hendrik Kamferbeek; in den gerigte gecompareerd sijn de ondergeschreven personen, dewelke verklaarden, met weersijds vrienden raad en consent een wettelijk huwelijk gededingd en gesloten te hebben, tusschen Jan Derksen jongman als bruidegom ter eenre, en Jannegien Berends weduwe van wijlen Albert Jonkeren als bruid ter andere zijde, sijnde sij bruid in desen geadsisteerd met haar zwager Roelof Jansen als haren verkoren en geadmitteerden momboir; en dat wel op volgende voorwaarden.

Eerstelijk is geconditioneerd dat de drie kinderen van de bruid bij wijlen haar voorn: eheman in echte geprocreĆ«erd, met namen Gerrit, Berend en Harmen Alberts gelijk ook de vier voorkinderen van de bruid door haar overleden voorn: Man bij sijn eerste vrouw Fennegien Jansen in echte geprocreĆ«erd, met namen Egbert, Jan, Evert en Albert Alberts, voor en in voldoeninge van haar overleden vader Albert Jonkeren sijne gehele nalatenschap sullen erven genieten en profiteren, een ieder van haar zevenen een somma van vijf Car: guldens, zegge 5 guldens. Verders verklaarde de bruidegom de voorn: zeven kinderen en voorkinderen van de bruid bij desen aan te nemen en te stellen tot sijne kinderen en toekomende erfgenamen, om met sodane kind of kinderen als hij selvs mogte komen natelaten na sijn overlijden sijne nalatenschap te erven en te profiteren. En so hij bij zijn overlijden, selvs geen kind of kinderen mogte komen natelaten, so verklaarde hij bruidegom de voorn: zeven kinderen en voorkinderen van de bruid, als dan te institueren en te nomineren tot sijne enige en universele erfgenamen. Wijders sal, als de jongste der vier voorn: voorkinderen van de bruid den ouderdom van vijfentwintig jaren bereikt heeft, eene van dese vier voorkinderen, tot keuse van bruidegom en bruid, op haar ouderlijke plaatse het erve Jonkeren ten Velde mogen trouwen en het selve bewonen, dog sal sulx niet eerder mogen geschieden ten ware bruidegom en bruid sulx mogten goedvinden. Voorts sullen voorn: kinderen en voorkinderen van de bruid, bij ziekte of ongemak so lange ongetrouwd sijn, in haar ouderlijke huijs moeten worden onderhouden en versorged, en daar dan komen te overlijden, sal uit des overledens nalatenschap de kisten van begraafnisse (so mogelijk) worden betaald en de overige nalatenschap aan desselvs broeders vererven na Landregte.

Verder is geconditioneerd, bij aldien eene van beiden sij bruidegom of bruid binnen den tijd van tien jaren na dato deses mogte komen te overlijden, dat als dan de langstlevende op het Erve Jonkeren wederom sal vermogen te trouwen, dog dat de langstlevende na verloop van dese tien jaren aldaar niet wederom sal trouwen mogen. Wijders sal door bruidegom en bruid, tot voortsettinge deses huwelijx worden aan en bijgebragt, alle hare hebbende en krijgende goederen, geen uitgesonderd. Al het voorschreven verklaarden sij comparanten met malkanderen geconvenieerd en geaccordeerd te hebben, willende en begerende dat het selve stiptelijk sal worden nagekomen, of schoon ook alle vereischte solemniteiten hier in niet mogten sijn geobserveerd. In kennisse der waarheid, is desen door mij verw: Scholtus met de comparanten bruidegom en bruid, mombers en verdere anwesende vrienden getekend, en door mij gezegeld, en omdat sij comparanten geen zegels en hadden so hebbe op haar verzoek desen voor haar allen met mijne kleine zegel mede gezegeld.