de Klokhenne

De oudste vermelding van de Klokhenne troffen we aan in een kerkboek, namelijk het ondertrouwboek van Hardenberg. Op 7 juni 1739 werd de ondertrouw genoteerd van Gerrit Jantzen, j.m. uijt de Menen en Aeltje Harmsen, j.d. van Gramsbergen; dese met attestatie nae Gramsbergen en wonen in de Menen op de Klokhenne.

 

 

Gerrit Jansen Schonekamp en Aaltje Harmsen woonden er in 1743 nog, want toen werd hun zoon Harmen gedoopt. In het doopboek staat: op het Veer in de Mene. Bij de Klokhenne lag een voetveer dat gebruikt werd voor het oversteken van de Vecht.

Op 15 oktober 1765 overleed het echtpaar Jan Habers en Hendrikje van der Scheer op de Klokhenne in de Meene. Dat blijkt uit een boedelinventaris die bewaard is gebleven in het rechterlijk archief. Zij hadden het veerhuis met herberg al sinds circa 1750 bewoond. Op 17 september 1752 werd hun zoon Lambert gedoopt in Gramsbergen, waarbij vermeld werd dat men woonde op het Veer in de Meene.

 

 

In het vrijwillig rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg wordt deze akte bewaard, gedateerd 9 september 1779, waaruit blijkt dat de Klokhenne werd bewoond en in eigendom toebehoorde aan Hendrik Habers en Geesjen ter Haar:

Ik Jacob van Riemsdijk, van wegens hoger overigheid verwalter Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere hier mede dat voor mij en keurnoten, die waren pr. J. van Riemsdijk en Arend Ophof, persoonlijk in den gerigte gecompareerd en erschenen zijn Hendrik Haberts en desselvs ehevrouw Geesjen ter Haar, tutore marito, woonagtig op de Klokhenne in de Meene; en verklaarden zij comparanten wegens opgenomene en aan haar verstrekte penningen opregt en deugdelijk schuldig te wesen aan de heer Barend van Borne, burgermeester der stad Hardenbergh, een capitale som van zeshonderd caroli guldens ad twintig stuiv. het stuk, zegge 600 guldens. Aannemende en belovende zij comparanten deselve jaarlijks en alle jaaren tot de aflosse toe te zullen verrenten met drie en een halve gelijke guldens van ieder honderd gerekend, edog de interesse jaarlijks binnen drie maanden na den verschijndag voldoende, als dan tegens drie percento; zullende het eerste jaar interesse hiervan wesen vervallen op den negenden september 1700 en tachentigh, en zo vervolgens tot de aflosse continueren, verklarende zij comparanten onder renuntiatie van alle exceptien die desen mogten contrariĆ«ren, daarvoor niet alleen tot een generaal verband te verbinden haare personen en goederen, geene uitgesonderd, maar ook bij desen tot een speciaal hijpotheecq en onderpand daarvoor te verbinden en te stellen haar comparanten eigendommelijke halfscheid van het huis en gaarden genaamd de Klokhenne, met de aan de noordzijde daar naast gelegene koeweide in zijn geheel groot negen koeweiden, genaamd Kuipers koeweide, tezamen gelegen aan de Vegte in de Meene; ten einde om in geval van onverhoopte misbetalinge, zo van capitaal als renten, als dan  het bovengemelde capitaal van zeshonderd guldens met de onbetaalde interessen daaraan ten allen tijden cost en schadeloos te kunnen en te mogen verhalen. In kennisse der waarheid is desen door mij verw. Scholtus voornoemd, met de comparanten getekend en door mij gezegeld, en omdat zij comparanten geen zegels en hadden, zo hebbe op haar versoek desen voor haar met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Hardenbergh den 9 september 1700 negen en seventigh.

De volgende akte is gedateerd 26 december 1781. Daarin beschrijft de schout dat Evert Jansen en huisvrouw Hermina Mulder te Gramsbergen een opgaande zaaijveeneakker gelegen op het Anerveen, overdragen aan Hendrik Habers en huisvrouw Geesjen ter Haar, woonagtig op de Klokhenne, en aan Lambert Habers en huisvrouw Geesjen Hulsebos te Gramsbergen.

Uit het contentieus rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg blijkt opnieuw dat het veerhuis de Klokhenne in 1784 werd bewoond door Hendrik Jansz. Habers, de zoon van Jan en Hendrikje. Hij was in 1749 geboren in de Meene en in 1772 getrouwd met Geesjen ter Haar uit Sleen. Hendrik Habers werd in 1784 gepand door F. Ram als gewezen compagnon van dr. Hubert.

Uit een volgende akte, gedateerd 12 augustus 1788, blijkt dat Hendrik Haberts en Geesjen ter Haar nog altijd op de Klokhenne wonen. In die overdrachtsakte werd het erve Kuipers door hen overgedragen aan de nieuwe eigenaren. Verwalter schout G.J. Crull registreerde op 8 mei 1794 een hypotheekakte waarbij Hendrik Haberts en Geesjen ter Haar, woonachtig op de Klokhenne, verklaarden 1000 guldens schuldig te zijn aan Lambert Haberts en Geesjen Hulsebosch. Als onderpand stelden ze hun herberg de Klokhenne, de daarbij gelegen hof en gaarden, drie koeweiden, twee mudden zaailand genaamd den Bisschopsdijk, drie dagwerken hooiland daarbij gelegen en een dagwerk hooiland in de Hakenweide (toegang 55.2.1., inv.nr. 16, scan 8). Met de nieuwe hypotheek konden ze hun schulden van 600 gulden aan burgemeester Barend van Borne en 400 gulden aan Hendrik Geertman aflossen.

In 1809 woonde Hendrik er nog met zijn echtgenote, want toen werd hij opnieuw gepand. Op de 30ste april 1810 komt hij voor als boedelhouder na het overlijden van zijn vrouw. 

Op 21 augustus 1813 schreef de onderprefekt van Deventer aan de maire van Gramsbergen m.b.t. het veer over de Vecht bij de Klokhenne. Die werd beheerd door Hendrik Jan Kwant en was eigendom van baron Van Coeverden.

Hendrik Jan Kwant en Geesjen Stroeve verschenen op 24 juni 1830 voor notaris Swam in Gramsbergen. Ze verklaarden 1500 guldens schuldig te zijn aan Jan Hendrik Ringerbruggen, landbouwer te Emlichheim. Als onderpand stelden ze hun eigendommelijke huis en schuur, de Klokhenne genaamd, met de daarbij gelegen tuin staande onder numero 58 in de Meene onder Aane en o.a. een stuk zaailand genaamd den Bisschops-Dijk.

In 1832 was het huis en erf eigendom van landbouwer Hendrik Jan Kwant en echtgenote Gese Stroeve. Zij waren op 20 oktober 1816 getrouwd te Laar. Hendrik Jan was eerder, op 28 juli 1812, getrouwd met Hendrikjen Wesselink, maar zij was in 1815 gestorven. We vinden de Klokhenne anno 1832 in de zgn. ‘Geer en Meene Esch’ in sectie C no. 285 op legger nr. 258. Het erf is verdwenen (in 1965 afgebroken). Het lag pal aan de Vecht tussen twee afgesneden rivierarmen.

 

Fragment van oorspronkelijke kadastrale minuutkaart, anno 1832.

 

258/4: Sectie C-285. Huis en erf. In 1857 boedelscheiding. Over op:
1158/6: Eigendom van Gerrit Jan Kwant en mede-eigenaren. Gerrit Jan was op 8 juni 1849 te Gramsbergen getrouwd met Egberdina Roelophina Molkenboer van Langen. Zij stierf echter op 23 juli 1858, waarna Gerrit Jan op 17 maart 1859 te Gramsbergen hertrouwde met Willemina Hutten uit Baalder. Huisnr. B-92. Huis en erf met schuur. In 1877 boedelscheiding. Over op:
2178/6: Eigendom van Gerrit Jan Kwant (zie register van overschrijving hypotheken, deel 271, nr. 85). In 1881 verkoop. Over op:
1619/11: Eigendom van Hendrik Drenthen (zie register van overschrijving hypotheken, deel 310, nr. 35). In 1882 bijbouw. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1882.

 

In het archief van de voormalige gemeente Gramsbergen wordt nog een brief bewaard, gedateerd 15 juli 1882. Het betreft een dankbetuiging van Gerrit Willem Altena en Roelof Beenen in De Meene waarin ze kenbaar maken dat de overvaart over de rivier de Vecht bij de Klokhenne naar genoegen is geregeld. Zij hadden een verzoek ingediend om een vaartuig beschikbaar te stellen bij het oude veerhuis de Klokhenne, o.a. voor schoolgaande kinderen, kerkgangers en de brievenbesteller die anders een grote omweg moest maken over de Haandrik.

1619/21: Nieuwe sectie C-1155. Huis, schuur en erf. In 1883 bijbouw. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1883.

 

1619/24: Nieuwe sectie C-1159. Huis, schuur en erf. In 1917 successie. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1933.

 

3909/7: Eigendom van Zwaantien Bouwkamp (weduwe van Hendrik Drenthen) en van zoon Johannes Drenthen. In 1918 boedelscheiding. Over op:
3963/6: Eigendom van Johannes Drenthen (zie register van overschrijving hypotheken, deel 623, nr. 143). Hij trouwde op 18 november 1920 te Gramsbergen met Albertha Welleweert. In 1920 ruiling. Over op:
3973/22: Eigendom van Hendrik Drenthen (1/4de), Johanna Drenthen en Lammert Jan Roelof Altena (1/8ste), Henderikus Schippers (1/8ste), Jan Harm Drenthen (1/4de) en Johannes Drenthen (1/4de). In 1931 dading en boedelscheiding. Over op:
4606/4: Eigendom van Hendrik Drenthen, Johannes Drenthen en Jan Harm Drenthen. In 1931 verbouw. Over op:
4606/9: Huis en erf. In 1937 boedelscheiding. Over op:
4858/4: Eigendom van Johannes Drenthen (geb. 03-02-1888) en echtgenote Albertha Welleweert; Jan Harm Drenthen en echtgenote Dina Nijenbandring en consorten. In 1954 bijbouw. Over op:
4858/11: In 1959 stichting. Over op:
4858/12: Huis, schuren en erf. In 1963 in de ruilverkaveling. Over op:
4858/14: Nieuwe sectie H-137. Boerderij, bouw- en weiland. In 1965 sloping. Over op:
4858/15: Bouw- en weiland.