de Witte Kuiper

 

Langs de landerijen van deze voormalige boerderij stroomt al eeuwenlang het water van de Overijsselse Vecht. De rivier heeft sinds mensenheugenis de watertoevoer en waterafvoer langs de oude hoeve bepaald. In de bochten sleet de stroom aan de buitenzijde de gronden van de oevers weg en aan de binnenzijde zette de rivier weer zand af. Daardoor werden de bochten steeds ruimer. Even ten oosten van de Witte Kuiper ontstond op die manier een rondlopende meander die bijna haar eigen beginpunt raakte. Nog altijd ligt deze, met in het midden als het ware een schiereiland, tussen het Spijk en de Holthemer Esch in, in de voormalige weilanden van de Witte Kuiper. De dode rivierarm met het stilstaande water en het ingesloten weiland vormen het natuurgebied De Kilse.

Dat het een oud plekje is, bewijst wel het archief van het Schoutambt Hardenberg. Daaruit blijkt duidelijk dat de boerderij al in 1727 werd bewoond door het echtpaar Willem Jansen Cuijper en Roeloffien Hendriksen. Zij verklaarden toen voor schout Arnold Voltelen dat ze 400 gulden hadden geleend en schuldig waren aan de weduwe van kapitein d’Amia. Tot onderpand stelden ze hun woonhuis en erf, het Wittenplaets genaamd. Zij hadden de boerderij destijds aangekocht op de veiling van landerijen en boerderijen die van oudsher tot de havezate Gramsbergen behoorden. Uit een volgende akte, opgemaakt in 1737, blijkt dat Roeloffien haar man Willem had verloren. Haar zoon Gerrit Willemsen Cuijper en schoondochter Aeltien Gerritsen Haandrikman waren het jaar ervoor getrouwd en gedrieën leenden ze extra geld van de weduwe d’Amia. De toename van schulden en het niet op tijd kunnen betalen van de rente zorgde ervoor dat de familie zich nog datzelfde jaar genoodzaakt zag om het bezit publiek te veilen. De schout schreef in de akte dat hun boedel op vijf augustus van dat jaar bij brandende kaersen was verkocht. De nieuwe eigenaren waren Hendrik Dodo van Waldrick, Annegien Cuiipers en Bernardus Crass, ieder voor eenderde deel. Met de opbrengst konden de voormalige eigenaren van het Wittenplaats de schuld volledig afbetalen. De familie Cuijper mocht nog een tijdje blijven wonen in de boerderij. Twee jaar later, toen de officiële overdracht plaats vond, werd het erf door de nieuw eigenaren verpacht en kwamen er tijdelijk nieuwe bewoners op het Witten.

Toch bleek de band van de familie Cuijper met het oude plekje sterk, want nog geen vijf jaren na de gedwongen verkoop lukte het hen om tweederde gedeelte ervan terug te krijgen. Bernardus Crass, die koster was in het Duitse plaatsje Laar, verkocht zijn aandeel. Datzelfde deed ook Annegien Cuijpers. Zo konden Willem Cuijper en zijn vrouw Aeltien Haandrikman vanaf 5 juli 1742 de oude hoeve weer betrekken, hoewel eenderde deel nog altijd niet van henzelf was. Dat laatste gedeelte kon het echtpaar pas vele jaren later, in 1757, van de erfgenamen van Hendrik Dodo van Waldrick terug kopen.

De grillen van de rivier de Vecht blijken overigens uit een in datzelfde archief bewaard gebleven document. In 1743 was het rivierwater door het land van Quantsplaets gebroken, namelijk door de zogenaamde Kelse. Daarmee was het schiereiland, behorend bij de boerderij van Kwant, als het ware afgesneden en aan de andere kant van de rivier komen te liggen. Om dat probleem voor boer Kwant op te lossen, werd een overeenkomst aangegaan met de familie Cuijpers op het Witten. Daarmee werd geregeld dat Kwant over het land de Wittenweide mocht gaan om zijn afgesneden stuk grond in de Kilse te kunnen bewerken. Tegen een eenmalige betaling van dertig gulden werd de zaak ‘voor eeuwig’ geregeld.

Het echtpaar Cuijper op het Witten kreeg vijf kinderen, maar de meeste van hen overleden op jonge leeftijd. De oudste zoon, Willem, trouwde in 1765 met Hendrikjen Bruinings uit de buurtschap Klooster bij Coevorden.

 

 

Zij zouden de erfopvolgers worden, maar Willem stierf nog geen twee jaren daarna. Zijn weduwe trouwde vervolgens met Gerrit Egberts Habers uit Ane en vanaf dat moment zou dat geslacht op deze plek in Holtheme wonen en werken. Gerrit en Hendrikjen overleden echter nog voor hun veertigste, zonder kinderen na te laten. Het oude echtpaar Cuijper vroeg vervolgens aan Gerrits broer Evert Habers om hen op de boerderij te komen helpen. Dat gebeurde en in 1773 werden hij en zijn bruid Merregien Habers door de baas en bazin aangewezen als de universele erfgenamen van alle onroerende goederen van het erfje Witten Cuijper, zoals het toen genoemd werd. In de huwelijksakte werd echter wel bepaald dat ze het oude echtpaar voor de rest van hun leven moesten onderhouden en verzorgen in kost, kleding en wat verder nodig was. Op deze manier verzekerde het echtpaar Cuijpers zich van een goede oude dag en was de opvolging toch nog geregeld.

Op 20 mei 1773 werd door de schout een schuldbekentenis met hypotheekstelling geregistreerd ten nadele van Evert Haberts en zijn huisvrouw Merregien Holsebos, woonachtig op ‘t Witte Kuipers te Holtheme, ten gunste van Engbert Meijlink te Holtheme, voor een somma van 1500 Car. guldens. Als onderpand dienden het eigendommelijke woonhuis met daarachter gelegen gooren en de daarvoor gelegen koeweide, alsmede nog vier stukken land, alles gelegen te Holtheme.

Het erfje de Witten Cuijper werd vervolgens meer dan twee eeuwen lang bewoond en bewerkt door de familie Habers. In 1832, bij de invoering van het kadaster, werd Holtheme ook in kaart gebracht en werd de Witte Kuiper ingetekend. Het was in die dagen bezit van Geesjen Habers-Broekgeerts. Zij was afkomstig van het aloude erve Broekgeerts in Radewijk en was in 1814 in Gramsbergen getrouwd met Gerrit Habers, de een na oudste zoon van Evert en Merregien. We vinden ‘de Witte Kuiper’ in 1832 gesitueerd op de Holthemer Esch in sectie D no. 850 op legger nr. 160. 

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

Notaris Willem Swam registreerde op 12 november 1839 een royementsakte (aktenr. 851, scan 19) op verzoek van Jan Roelofs en Gezina Albartha Meylink te Holtheme, Berend Harm Roelofs (schoolonderwijzer te Holtheme), Fennigjen Roelofs (zonder beroep te Oosterhesselen, echtgenote van Hendrik Rigterink) en Zwaantjen Roelofs te Holtheme (echtgenote van Berend Arink, opzichter op de Groote Scheer). Zij verklaarden in te stemmen met het vernietigen van een hypotheek die op 7 juni 1822 was ingeschreven in de registers van hypotheken op een woonhuis met den daaragter gelegen gooren ende daarvoor gelegen geheele koeweide, alsmede het campjen aan de Stege, het Hofstukke en een stuk lands bij de schole te Holtheme, ten laste van Evert Habers en Marregien Holsebos vanwege een schuld ad 1500 guldens (krachtens akte van obligatie van de 20e mei 1773 voor het toenmalige Schoutgericht van Hardenberg, Heemse en Gramsbergen en destijds daarbij schuldig erkend aan Engbert Meijlink te Holtheme).

160/6: Sectie D-850. Huis en erf. In 1867 vereniging van artikelen. Over op:
1596/6: Eigendom van Evert Habers en echtgenote Geertruida Iemhoff. Zij waren op 31 maart 1858 getrouwd te Gramsbergen. Later eigendom van zoon Gerrit Habers en echtgenote Hermina Roelofs. Zij waren op 23 april 1885 getrouwd te Gramsbergen. Mede-eigenaar was Jan Kuipers in de Achterhorn bij Emlichheim. Huisnr. E-8 in Holtheme. Huis, erf met schuurtje. In 1896 bijbouw en stichting. Over op:
1596/35: Huis, schuur en erf. In 1897 boedelscheiding. Over op: 

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1896.

 

2914/11: Eigendom van Gerrit Habers en Hermina Roelofs. In 1900 herbouw. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1901.

 

De boerderij van De Witte Kuiper, gezien vanuit het zuidwesten. Jaarankers op de voorgevel herinneren aan de verbouw van het voorhuis, anno 1900.

 

2914/50: In 1901 herbouw. Over op:
2914/51: In 1903 verbouw. Over op:
2914/53: In 1926 bijbouw. Over op:
2914/65: In 1931 boedelscheiding. Over op:
4623/1: Eigendom van Hendrik Jan Habers (zie register van overschrijving, deel 768, nr. 80). Vruchtgebruiker: Gerrit Habers, weduwnaar van Hermina Roelofs. In 1934 vereniging van percelen. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1934.

 

Groepsfoto van de familie Habers op de Witte Kuiper. V.l.n.r. bovenaan: Gerrit Jan Habers (1895) en Hendrik Jan Habers (1891). Onder: Gerrit Habers (1928), Gerrit Habers (1858), Hermina Jantina Habers (1931), Gesiena Habers-Booiman (1900) en Jan Habers (1933), ca. 1935.

 

4623/2: Nieuwe sectie D-3216. Huis, schuur en weiland. In 1954 overdracht. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1954.

 

4623/3: Nieuwe sectie D-3563. Huis, schuur en weiland. In 1960 vereniging van artikelen. Over op:
5831/27: Eigendom van Hendrik Jan Habers (geb. 31-05-1891) en echtgenote Geziena Booiman. In 1969 verkoop. Over op:
5831/42: Nieuwe sectie D-4029. Huis, schuur en grasland. In 1973 boedelscheiding. Over op:
6563/11: Eigendom van Gerrit Habers (geb. 25 april 1928), met levenslang vruchtgebruik voor Geziena Booiman, weduwe van Hendrik Jan Habers.

 

 

Het erf is nu geadresseerd aan de Kilseweg 7 en is een gemeentelijk monument. Voor de verdere geschiedenis van dit monumentale plekje, zie pagina 370 en 371 in ons boek ‘Monumenten in de gemeente Hardenberg’.