de Wasse

Nabij de grens, in een zeer fraaie omgeving, ligt een prachtige oude boerderij onder rieten zadeldak. Komend vanuit het Duitse Laar, over de slingerende oude Holhemersteeg langs de Vecht, springen de muurankers op de voorgevel van het pand meteen in het oog. Uit dit muurankers blijkt dat de boerderij is gebouwd in 1826. Dat jaar is correct, want in het archief van de voormalige gemeente Gramsbergen zijn enkele documenten bewaard gebleven die dat op een bijzondere manier illustreren.

 

 

Bij het bouwen van de boerderij van Warsse Leemgraven in Holtheme, ook wel de Wasse genaamd, ontstond in mei 1826 een fikse ruzie. De strijd op bijna leven en dood werd geleverd tussen dagloner Stoffer Klaasen en meestermetselaar Roelof Weertman uit Coevorden. Klaasen was door Weertman als opperman aangenomen voor het metselwerk van de nieuwe boerderij. De oorzaak van de onenigheid is niet volkomen duidelijk, maar had te maken met de aankoop van jenever. Van beiden was bekend dat ze graag sterke drank nuttigden. Hoe het ook zij, burgemeester Willem Swam kreeg op de 26e mei  een zwaar verwonde Klaassen in zijn ambtswoning. De man gaf klaaglijk te kennen dat hij door zijn baas vreselijk was mishandeld. Weertman had hem op de bouw met een troffel vele verwondingen toegebracht. Hij was geslagen op het voorhoofd, boven de neus, op de neus, boven het rechter oog en op de rechter schouder. De verwonding aan het hoofd was hem met zoveel geweld toegebracht, dat wanneer hij zijn petjen niet had opgehad, hij hem mogelijk door de harssenpan zoude gehakt hebben…

Gelukkig voor Klaasen droeg hij dus een petje. De leren klep daarvan had erger voorkomen. De achtergebleven kalk op het hoofddeksel diende als bewijs voor het slaan met de troffel. Hevig bloedend was Klaasen naar het huis van Jan Hendrik Leemgraven in Holtheme gegaan, waar de vrouw van Warsse hem had verpleegd. Zijn wonden waren met pleisters bedekt en zijn hoofd was grotendeels ingezwachteld. Metselaar Weertman was ook naar het huis gekomen, maar was achter de heg gaan liggen om Klaasen op te wachten. Jan Hendrik Leemgraven en zwager Pieter Deurink uit Coevorden waren naar buiten gegaan en hadden Weertman daar met de troffel in de hand aangetroffen. Ze hadden de beschonken man daarop naar zijn woning in Coevorden gebracht om verdere escalatie te voorkomen. Uit een getuigenverklaring blijkt dat de meestermetselaar ’s avonds tevoren had verklaard dat, wanneer Klaasen nog meer praatjes maakte, hij hem zou doodsteken… Verder had hij gezegd dat, wanneer het huis klaar was, hij het in brand zou steken. Dit bleek gelukkig een loos dreigement, want bijna twee eeuwen na dato ligt de boerderij nog statig in het Holthemer landschap, in een gebied dat ook wel de Hoge en Lage Wekenkarst werd genoemd.

 

Fragment van kadastrale minuutkaart, anno 1832.

 

 

 

De opdrachtgever van de gebouwde boerderij was, zoals gezegd, Warsse Leemgraven. Deze in 1795 geboren zoon van Jan Hendrik Egberink en Berendina Leemgraven was getrouwd met Wilmina Nijzink uit Brucht. Warsse en Wilmina kregen zeven kinderen. Oudste zoon Jan Hendrik volgde zijn ouders op als eigenaar van de boerderij. In 1873 lieten hij en zijn echtgenote Dine Ekenhorst de boerderij verbouwen. Dat blijkt uit een in de achtergevel bewaard gebleven gevelsteen. Op hun beurt droegen zij de onroerende goederen weer over aan de derde generatie: Warsse Leemgraven en echtgenote Jennigje Eshuis. De volgende eigenaren werden zoon Jan Hendrik en zijn vrouw Gerritdina Schottert. Het echtpaar was in 1920 in het gemeentehuis van Gramsbergen getrouwd en kreeg drie kinderen. Hun enige zoon Hendrik Jan Willem, de vijfde generatie, werd de laatste Leemgraven die de boerderij zou bewonen. Hij overleed er in 1989. Twee jaren later verhuisde zijn weduwe Henderika Wesselink naar de Goudenregenstraat in Gramsbergen.

De boerderij werd in 1993 verbouwd in opdracht van Jan Harm Vasse die twee jaar daarvoor eigenaar was geworden. De rechter zijgevel onderging een behoorlijke wijziging om het pand geschikt te maken als woonhuis. De overige gevels bleven onaangetast. Rond die tijd werd ook het rieten dak van de boerderij grotendeels vernieuwd.

 

 

(Bron: Monumenten in de gemeente Hardenberg; Stichting Historische Projecten Hardenberg; anno 2008).