Reinhold van Coeverden

Vrijwillig rechterlijk archief Schoutambt Hardenberg, d.d. 24 november 1789:
Ik G.J. Crull, van wegens hooger overheid verw. Scholtus van den Hardenberg, Heemse en Gramsbergen, doe kond en certificere: dat voor mij en keurnoten, die waren Derk Odink en Jan Odink, persoonlijk in dezen ed. Gerigte gecompareerd en erscheenen zijn, Albert Odink en Grietjen Odink, eheluiden, tutore marito, welke bekennen aan Harmen Hoiting, schoolmeester te Coevorden, wegens aan comparants verstrekte penningen opgenomen te hebben een summa van eenduizend guldens ad twintig stuiver ’t stuk, waarvan zij comparanten aannemen ’s jaarlijks en alle jaar aan intresse te betalen tegen drie gelijke guldens van het honderd, tot de aflosse toe, van welke duizend gulden, ’t eerste jaar intresse zal verschijnen op Sint Jacobi, zijnde den 25 julij 1790, welke aflosse en weeropbrenginge van dit capitaal weer zal kunnen en moeten geschieden, nadat van de eene of andere kante een vierendeel jaars voor de verschijndag behoorlijke opzage geschiede, stellende en verbinden zij comparanten, zoo voor het genoemde capitaal en verschenen intresse, hare persoonen en goederen, zo onder dezen gerigte gehoorende, en wel tot een speciaal hypotheecq en onderpand hare comparanten ongeveer vijff koeweijden leggende voor comparants huis in Den Velde, nog een katerstede genaamd Rijnhold van Coeverden, in de boerschap Holthemen gelegen, zijnde tezamen ongeveer vier mudde zaaijland, en ook ongeveer vier dagwerk hooijland groot, om in cas van misbetaling van dit bovengenoemde capitaal ad eenduizend gulden met de verschenen interesse, daaraan kost- en schadeloos te kunnen en mogen erhaald. In waarheids oirkonde heb ik verw. Scholtus voornoemd, deze beneffens de comparanten getekent en gezegelt, en alzo zij comparanten geen zegel hebbende, zo hebbe deze op haar verzoek met mijn kleine zegel gezegelt. Actum Heemse, den 24 november 1700 negenentachtig.