Plas

In het vrijwillig rechterlijk archief van ’t Schoutambt Hardenberg vinden we deze akte, gedateerd 29 augustus 1777:
Ik Jacob van Riemsdijk, van wegens hoger overigheid verw. Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere hiermede dat voor mij en keurnoten, die waren Jan Kosters en Jan Vorster, persoonlijk in den gerigte gecompareerd en erschenen sijn Hendrik Amsink en desselfs huisvrouw Berentien Bruinink, woonagtig op ’t Plasmans tot Holtheme, sijnde hij Hendrik Amsink wel ziek na den lighame en sij Berentien Bruinink gesond van lighaam, dog beide haar verstand en oordeel vollenkomen hebbende, ten minsten voor so veel aan ons uitterlijk gebleek; en wesende sij Berentien Bruinink, na dat sij van de momboirschap haares ehemans in dese was ontslagen, tot het doen deser zaake geadsisteerd met Hend. Bruggeman als haren verkoren en toegelaten momboir. En verklaarden sij comparanten, uit overweginge van de zekerheid des doods en de onsekerheid der uure van dien, geresolveerd te wesen om bij desen te willen maken en op te rigten  haar beider testament en enige vrije onbedwongene uitterste wille over alle haare goederen so bij haar overlijden sullen komen na te laten; en daartoe dan tredende. Zoo verklaarde hij testator Hendrik Amsink en sij testatrice Berentien Bruinink voornoemd, malkanderen de eerststervende aan de langstlevende van haar beiden reciprocque bij desen op de allerplegtigste maniere te legateren de lijftucht of het vrugtgebruik van alle eerststervendens na te latene goederen, om door de langstlevende van haar beiden voor de tijd sijnes of haares levens na lijftugten regten te mogen worden gebruikt ende genoten. Verders verklaarden hij testator Hendrik Amsink en sij testatrice Berentien Bruinink voornoemd, bij desen te praelegateren aan haar oudste zoon genaamd Hendrik Jan Amsink, tesamen een somma van vijfhonderd guldens, mits deselve haar zoon, bij haar testateuren tot de dood van de langstlevende van haar beiden toe sal blijven wonen. Wijders verklaarden hij testator Hendrik Amsink en sij testatrice Berentien Bruinink voornoemd, bij desen te institueren en te nomineren tot haare universele erfgenamen hare gesamentlijke ses kinderen, genaamd Hendrik Jan Amsink, Grietien Amsink, Hillegien Amsink, Janna Amsink, Jan Amsink en Hendrik Amsink, om na het overlijden van haar testateuren alle haare overige na te latene goederen (buiten het hierboven gelegateerde) te erven en te profiteren. Al het voorschreven de testator en testatrice voornoemd duidelijk sijnde voorgelesen en haar afgevraagd of dit sodanig niet was haar enige vrije en onbedwongene uitterste wille, so hebben sij beide daarop geantwoord Jae. Willende en begerende dat hetselve na haar overlijden effect moge sorteren, het sij als testament, codicil, gifte ter zaake des doods ofte onder de lvende, so als best na de regten deser landen sal kunnen of mogen bestaan, ofschoon ook alle vereischte solemniteiten hierin niet mogten sijn geobserveerd. In kennisse der waarheid is desen door mij verw. Scholtus voornoemd, met de testator en testatrice benevens de momboir van de testatrice eigenhandig getekend, en door mij gezegeld, en omdat de testator en testatrice benevens de gem. momboir van de testatrice geen zegels en hadden, so hebbe op haar versoek desen voor haar met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Holtheme in ’t Schoutampt van den Hardenbergh den 29 augusti 1700 seven en seventigh.

Hendrik Jansz. Amsink was eerder, in 1736, getrouwd met Hillegien Alberts Bekman. Na haar overlijden was hij in 1752 hertrouwd met Berentien Bruinink, afkomstig van ’t Klooster bij Coevorden. Zij werden op ’t Plas of Plasmans opgevolgd door zoon Jan.

De volgende akte in het rechterlijk archief is gedateerd 15 mei 1779. Het betreft een hypotheekakte waarbij Roelof van der Scheer en diens echtgenote Zwaantjen Merjenberg te Gramsbergen geld hadden geleend van Reinhard Burchard Rutger graaf van Rechteren, de heer van Gramsbergen. Het ging om 600 gulden tegen een rente van 3,5 procent. Als onderpand stelde het echtpaar Van der Scheer de eigendommelijke halfscheid van het erve Plasmans tot Holtheme, en van het veeneplaatse genaamd Gieljans op het Aanerveen, beide onder dit Schoutampt gelegen. Twee jaar later, op 28 mei 1781 werd de hypotheekakte alweer geroyeerd, nadat het bedrag volledig was terugbetaald.

Jan Plas trouwde in 1799 te Laar met Berendje Wiggerink uit Bathorn bij Emlichheim. Berendje stierf enkele jaren later, waarna Jan in 1805 te Laar hertrouwde met Janna Hanekamp, afkomstig van ’t erve Hanekamp in Radewijk.

Notaris Antoni van Riemsdijk registreerde op 18 mei 1820 een hypotheekakte op verzoek van Janna Hanekamp, weduwe van Jan Plas. Zij verklaarde 1000 guldens schuldig te zijn aan Geesjen Habers, de weduwe van Albert Waterink te Anevelde. Als onderpand stelde ze een-vierde gedeelte van het gehele erve Plas, gelegen te Holtheme, over of op en aan den rechter oever der rivier de Vecht en bestaande uit deszelfs behuizinge no. 13, schuur en varkenschot met gronden en wheeren c.s. (aktenr. 169, scan 134).

Op 19 augustus 1824 verleed notaris Willem Swam te Gramsbergen een hypothecaire akte (aktenr. 83, scan 28) op verzoek van Janna Plas-Hanekamp en haar stiefzoon Hendrik Gerhardus Plas. Zij bekenden 400 guldens schuldig te zijn aan Geertruid Augers, weduwe van Jan Hendrik Ringerbruggen te Emlichheim. Gerrit Haandrikman te Holtheme liet zich in als borg. Daarnaast werd drie-vijfde gedeelte van derzelver behuizinge, schuur en varkensschot met gronden en wheeren, staande onder numero 13 in de buurtschap Holtheeme tot onderpand gesteld, naast enkele andere onroerende goederen.

In 1832 was het huis en erf eigendom van Janna Hanekamp, de weduwe van Jan Plas. Hij was op 15 april 1819 overleden. We vinden het dan gesitueerd in de zgn. ‘Hooge en Lage Wekenkars’ in sectie D no. 117 op legger nr. 342. Nu wordt het geadresseerd aan de Vilsterborg 1.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

Notaris Willem Swam registreerde op 19 mei 1838 een hypotheekakte op verzoek van Janna Hanekamp, weduwe van Jan Plas, en namens haar stiefzoon Hendrikus Gerhardus Plas en zoon Berend Harmen Plas, alle drie landbouwers te Holtheme. Zij verklaarden zo tezamen als ieder afzonderlijk opregt en deugdelijk schuldig te zijn aan Berend Jan Boerrigter, winkelier en landbouwer in ’t Laar, eene kapitale somma van elfhonderd guldens. Ze stelden hun comparanten aandeel in de vaste goederen, behorende tot het erve Plas te Holtheme, als onderpand (aktenr. 788, scan 57).

342/7: Huis en erf. Sectie D-117. In 1861 herbouw. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1861.

 

342/31: Nieuwe sectie D-1503. Huis en erf. In 1868 boedelscheiding. Over op:
1608/28: Eigendom van Hendrik Gerardus Plas en mede-eigenaren. Hij was de oudste zoon uit het huwelijk van Jan Plas met Berendje Wiggerink. Hij bleef echter ongetrouwd en overleed op 21 januari 1876 te Holtheme. Huisnr. E-14. Mede-eigenaren waren zijn broers Berend Harm en Jan Plas. Huis en erf met schuur. In 1882 bijbouw. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1882.

 

1608/37: In 1891 successie. Over op:
2045/19: Eigendom van Jan Plas en echtgenote Mina Koenders. Zij waren op 22 april 1856 getrouwd te Gramsbergen. In 1910 successie. Over op:
3690/14: Eigendom van Jan Plas junior en echtgenote Hendrika Stroeve (voor 3/16de deel). Zij waren op 3 oktober 1898 getrouwd te Gramsbergen. Zij bezaten ’t Plas gezamenlijk met Jans twee oudere zussen, twee jongere broers en zusje. In 1911 boedelscheiding. Over op:
3715/10: Eigendom van o.a. de ongehuwde broers Derk Jan en Gerrit Jan Plas, Jan Plas en Hendrika Stroeve en mede-eigenaren. In 1911 redres en vereniging van percelen. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1911.

 

3715/16: Nieuwe sectie D-2908. Huis en erf. Eigendom van Jan Plas en Hendrik Jan Plas (beide voor 4/9de deel) en mede-eigenaren. In 1980 opgenomen in de ruilverkaveling.

 

 

De boerderij was tot het eind van de jaren ’80 van de twintigste eeuw bewoond. De woonbestemming is er vervolgens afgehaald, omdat het pand als stal werd gebruikt. Het zwaar vervallen gebouw is in het begin van de 21ste eeuw gekocht door een familie uit Coevorden. Zij willen de oude boerderij in ere herstellen.