de Wever, alias het Wijgmink of Boekriempje

Op 11 mei 1773 vond voor het schoutengericht van Hardenberg de overdracht plaats van het eigendommelijke aandeel in het plaatsjen Wijgmink of Boekriempje genaamd, alsmede de Demesgaarden, groot drie à vier dagwerken hooi- of groenland, beide gelegen te Holtheme, door burgemeester Hendrik Molckenbour, in kwaliteit als gevolmachtigde van Christiaan Warner Jacob baron van Coeverden en zijn echtgenote Hendrina Jacoba baronnesse van Coevorden geboren baronnesse van Raesfelt, heer en vrouw van Den Doorn, etc., etc., luid procuratie voor burgemeesteren, schepenen en raden van de Stad Hasselt op 9 februari 1773, aan Hendrik Bruggemans. Deze goederen waren op 24 november 1772 bij publieke verkoping door Hendrik Bruggemans aangekocht.

Op dezelfde dag werd een schuldbekentenis met hypotheekstelling geregistreerd ten laste van Gerrit Wijgmink en zijn schoonzoon Hendrik Bruggemans voor zichzelf en als vader en voogd van zijn minderjarige zoon Gerrit Jan Bruggemans, woonachtig te Holtheme, ten gunste van Jan Willem Boerrigter en zijn huisvrouw Wibbegien Kleven, woonachtig in ‘t Laar, voor een somma van 1300 Carolyguldens. Als onderpand dienden het eigendommelijke aandeel in het plaatsjen Wijgmink of Boekriempje genaamd, alsmede de Demesgaarden, groot drie à vier dagwerken hooi- of groenland, beide gelegen te Holtheme.

Genoemde Hendrik Bruggeman was in 1775 te Laar getrouwd met Engeltjen Santman afkomstig uit ’t Vorwald bij Emlichheim. Hendrik werd op 3 april 1811 begraven op ’t kerkhof in Gramsbergen. Zijn vrouw was al op 28 maart 1805 begraven. Hun bezittingen vererfden op de oudste dochter.

In 1832 was het huis en erf eigendom van Geertruid Bruggeman, de weduwe van Willem Bruggeman (geboren Emmes) die op 7 januari 1829 overleden was. Zij waren in mei 1803 te Laar getrouwd. Geertruid overleed op 22 april 1842. Hun huwelijk was kinderloos gebleven.

We vinden het erfje in 1832 gesitueerd in de zgn. ‘Hollars’ aan ’t einde van de Holthemer Steege, in sectie D no. 136 op legger nr. 68. Het erf is inmiddels verdwenen, maar heeft gelegen aan de oostzijde van de rivier de Vecht, schuin tegenover het erve Leemgraven.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

Op 10 juli 1840 (akte 908, scan 149) verleed notaris Willem Swam te Gramsbergen de testamentaire dispositie van weduwe Geertruid Bruggeman. Zij benoemde haar zwager en zuster Jan Hendrik Timmer en Fennegien Bruggeman, landbouwers, wonend in ’t Laar, tot haar erfgenamen. Geertruid overleed anderhalf jaar later, op 22 april 1842.

68/3: Huis en erf. Sectie D-136. In 1848 over op:
772/3: Eigendom van Jan Hindrik Timmer en echtgenote Fennigje Bruggeman. Zij waren op 7 mei 1818 getrouwd te Gramsbergen. Fennigje was een zus van Geertruid Bruggeman. In 1851 boedelscheiding. Over op:
897/1: Eigendom van zoon Hendrik Jan Timmer. Hij zou op 2 september 1853 te Gramsbergen trouwen met Annegien Truin uit Laar. Huisnr. E-19. Huis, schuur en erf. In 1877 herbouw. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1877.

 

897/24: Nieuwe sectie D-1952. In 1886 boedelscheiding. Over op:
2666/11: Eigendom van zoon Willem Timmer. Hij trouwde op 30 april 1886 te Laar met Oeltien Cleve. In 1923 stichting. Over op:
2666/37: In 1926 stichting en herbouw. Over op:
2666/38: In 1934 successie. Over op:
4114/17: Eigendom van Gerrit Willem Timmer Kelder en consorten. Later eigendom van zoons Willem Timmer Kelder en Hendrik Jan Timmer Kelder. In 1969 sloping. Over op:
4114/37: Sectie D-1952. Weiland.