Philis of Pofferts

30 juni 1963: Echtpaar Hendrikus Woelders (1883-1972) en Geessien Welleweerd (1896-1965) te Heemserveen N-14 (de huidige Rheezerveenseweg 3). Bij oma staat kleinzoon Hendrikus Woelders (1961). Fotograaf: E.J. Loor te Heemse.

 

In het vrijwillig rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg wordt deze akte bewaard, gedateerd 28 september 1781:
Ik Jacob van Riemsdijk, van wegens hoger overigheid, verw. Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere hiermede, dat voor mij en keurnoten, die waren Hend. van Loo en B. Kamferbeek, in den gerigte gecompareerd en erschenen zijn de ondergeschrevene personen, dewelke verklaarden met weerzijds vrienden raad en consent een wettelijk huwelijk gededingd en gesloten te hebben, tusschen Hermen Teunissen, jongman als bruidegom ter eenre, en Gerridina Gerritsen, jongedogter als bruid ter andere zijde, zijnde zij bruid in dezen geadsisteerd met Hend. Coertsen als haren verzorgten en toegelaten momboir; en wel op navolgende voorwaarden.

Eerstelijk is geconditioneerd dat de bruidegom en bruid voort na de voltrekkinge hares huwelijks in eigendom zullen hebben en genieten de eene halfscheid van den gehelen boedel van de stiefvader van de bruidegom genaamd Berend Harmssen op ’t Pofferts en van de bruidegoms overleden moeder Derkien Koertsen, om dus dien boedel en goederen gedurende het leven van gem. stiefvader van de bruidegom tezamen in eene huishoudinge te administreren en te regeren; en dat voorts na ’t overlijden van voors. stiefvader van de bruidegom de andere halfscheid van den bovengemelden gehelen boedel en nalatenschap van de stiefvader en de moeder van de bruidegom mede in vollen eigendom aan de bruidegom enb ruid in dezen zal wezen vervallen, en door dezelve worden geprofiteerd ende genoten.

Waartegens zij bruidegom en bruid verpligt en gehouden zullen zijn en nemen dezelve bij dezen aan, te moeten uitkeren en betalen aan de zuster van de bruidegom, genaamd Hermina Teunissen, huisvrouw van Willem Boerrigter, in voldoeninge van derselver gehele erfportie der nalatenschap van haar overleden moeder Derkien Koertsn en van haar nog in leven zijnde stiefvader Berend Harmssen een somma van vijftig car. guldens. Wijders zal door bruidegom en bruid tot voortsettinge en onderstand dezes huwelijks moeten worden aan- en bijgebragt alle hare hebbende en krijgende goederen, geene uitgezonderd. Eindelijk is geconditioneerd, bij aldien het gebeurde dat eene van beiden, hetzij bruidegom of bruid, zonder kind of kinderen na te laten, mogte komen te overlijden, dat als dan de langstlevende van de eerststervende van haar beiden zal zijn en wezen de eenige en universele erfgename, en dus ook den bovengem. boedel en nalatenschap van de stiefvader en de moeder van de bruidegom, gelijk voorschreven, in eigendom blijven behouden. Al het voorschrevene verklaarden zij comparanten met malkanderen geconvenieerd en geaccordeerd te hebben, willende en begerende dat hetzelve stiptelijk zal worden nagekomen, ofschoon ook alle vereischte solemniteiten hierin niet mogten zijn geobserveerd. In kennisse der waarheid is dezen door mij verw. Scholtus met de comparanten bruidegom en bruid, de stiefvader van de bruidegom, de moeder en momboir van de bruid, en verdere aanwezende vrienden getekend, en door mij gezegeld, en omdat zij lieden geen zegels en hadden, zo hebbe op haar verzoek dezen voor haar allen met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Hardenbergh den 28 september 1700 een en tachentigh.

Uit het pachtboek van de havezate Heemse blijkt dat het Pofferts op het Heemserveen vanaf 29 december 1792 werd verhuurd aan Gerrit Jan Schrotenboer en zijn huisvrouw Evertjen Jansen Luggers. Zij waren datzelfde jaar getrouwd en op 29 september was door verwalter schout G.J. Crull hun akte van huwelijkse voorwaarden verleden.

Op 12 december 1820 hield notaris Antoni van Riemsdijk een boedelinventarisatie op den Huize Heemse, no. 56, te Heemse, op verzoek van de hoogwelgeboren heer jonkheer Jacob van Foreest van Heemse, weduwnaar en boedelhouder van wijlen de hoogwelgeboren vrouwe Maria Clara gravinne van Rechteren, lid van de Ridderschap dezer provincie en breedgeĆ«rfde, domiciliĆ«rende op den Huize Heemse, zo voor zichzelven uit hoofde der gemeenschap van goederen tusschen zijn hoogwelgeborene en deszelfs wijlen ehevrouwe bestaan hebbende en als derzelver mede-erfgenaam voor een-vierde gedeelte haarer nalatenschap en als vruchtgebruiker van een ander vierde gedeelte derzelve, krachtens haar testamentaire dispositie op den 2 februari 1813 gepasseerd, als in naam en kwaliteit van vader en wettigen voogd van Willem Jan Petrus van Foreest, student in de rechten aan de Hooge School te Utrecht, oud 20 jaaren, Nannette van Foreest, oud 15 jaaren, Christina Louisa van Foreest, oud 13 jaaren, Theodora Sophia van Foreest (oud 9 jaaren) en Christina Ebella Cornelia van Foreest (oud 7 jaaren), deszelfs minderjarige kinderen. Tot de vele onroerende goederen behoorde het erve het Filis, op het Heemserveen, ten oosten het erve het Geertmans gelegen en bestaande in deszelfs behuizinge en schapeschot, numero 65. Het erve werd bemeijerd (gepacht) door Gerrit Hamhuis (aktenr. 240, scan 16).

Bij de aanvang van het kadaster in 1832 werd het Philis op het Heemserveen geregistreerd onder sectie B no. 78 op legger 101 ten name van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse.

 

 

Legger 101/42: Sectie B-78. Huis en erf. Verkoop. Over op:

 

Overijsselsche Courant, 18 september 1838.

 

Notaris Antoni van Riemsdijk begon op 22 september 1838 met de ‘inzate’ (eerste veiling) van een aantal onroerende goederen. Hij deed dat op verzoek van Gerrit Jan Schrotenboer te Heemserveen, als gevolmachtigde van Juliana Louisa van Foreest van Heemse, weduwe van Jacob van Nahuijs en echtgenote van Johannes van Driel. Het eerste perceel (de eerste kavel) van de veiling bestond uit het bouwmanserve het Filis of Poffert te Heemserveen, bestaande uit deszelfs behuizinge en schapeschot, gecoteerd numero 65 met gronden en wheeren (huis en erf) en de daartoe gehorende begraafplaats op het kerkhof of de grafplaats te Heemse en een-vierde whaarrechts aandeel uit de zogenaamde Vinken- of Reinink whaar in de nog onverdeelde velden, veenen en verdere gronden van de gecombineerde marke van Heemse en Collendoorn…. alles op de kadastrale plans der gemeente het Ambt Hardenbergh sectie B voorkomende ten naam van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse onder numero’s 78 etc. Gerrit Jan Lamberink, landbouwer te Heemserveen, bood 1225 gulden. Tijdens de tweede veiling, op 6 oktober, werd het erve gemijnd door Hendrik Bouwhuis voor 1303 gulden. Op 3 november werd dit bod geaccepteerd en de koop gegund (aktenr. 1313, scan 38).

Op 4 januari 1839 werd een openbare veiling gehouden vanaf ’t erve Philis of Pofferts te Heemserveen. Notaris Van Riemsdijk verkocht die dag op verzoek van Gerrit Jan Schrotenboer een groot aantal op ’t erve op stam staande eikenboomen (aktenr. 1330, scan 111).

Legger 512/2: Eigendom van Hendrik Bouwhuis. In 1849 verkoop. Over op:
Legger 927/1: Eigendom van de ongehuwde Willem Bekman. Later van Gerrit Bril en echtgenote Geertjen Schrotenboer (en verdere erfgenamen van Willem Bekman). Over op:

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1850.

 

Legger 927/9: Nieuwe sectie B-2038. Huis en erf. In 1863 hermeting. Over op:
Legger 927/33: Nieuwe sectie N-523. Huis, schuur en erf. In 1864 afgebrand.

In de Rotterdamsche Courant van 22 april 1864 werd geschreven over de brand:
Ll. zaterdag ontstond er bij den landbouwer G. Bril te Heemserveen een hevige brand waarvan de vlammen zich weldra aan het op eenigen afstand onder winds staande woonhuis van den landbouwer H. Lenters Jzn. mededeelden, zoodat binnen een uur tijds beide huizen en eene schuur van laatstgenoemden, benevens het grootste gedeelte van den inboedel, een paard, vier koeijen, twee kalveren en een varken de prooi der vlammen werden. Over op:

Legger 2501/10: Eigendom van Gerrit Jan Berends, landbouwer te Coevorden. In 1865 sloping en herbouw. Over op:
Legger 2501/22: In 1866 verkoop. Over op:
Legger 2651/13: Eigendom van Gerrit Jan Berends, landbouwer te Wijerswold. In 1873 verkoop. Over op:
Legger 3201/21: Eigendom van Evert Beltman, landbouwer te Heemserveen. Huisnr. N-18. Huis en erf. In 1882 verkoop. Over op:
Legger 3251/24: Eigendom van Jan Hendriksz. Bouwhuis en echtgenote Johanna Veurink, landbouwers te Heemse. Zij waren op 19 mei 1876 getrouwd te Heemse. In 1884 vereniging van percelen. Over op:

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1884.

 

Legger 3251/30: Nieuwe sectie N-1031. Huis, schuur en erf. In 1912 bijbouw. Over op:
Legger 3151/32: In 1922 verkoop. Over op:
Legger 8620/22: Eigendom van Gerrit Hendrik Bouwhuis en echtgenote Hermanna Oldemeijer. Zij zijn op 15 mei 1914 te Heemse getrouwd. In 1929 vereniging van percelen. Over op:

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1929.

 

Legger 8620/30: Nieuwe sectie N-1630. Huis, schuur, bouw- en weiland. In 1932/1933 sloop en herbouw. Huisnr. N12. Over op:
Legger 8620/31: In 1936 successie. Over op:
Legger 9962/15: Eigendom van Gerrit Hendrik Bouwhuis (geb. 18-07-1888). In 1961 ruiling. Over op:
Legger 428/1183: Eigendom van de gemeente Hardenberg. In 1962 ruiling. Over op:
Legger 13776/11: Eigendom van Hendrikus Woelders (geb. 20-10-1883) en echtgenote Geessien Welleweerd. Zij zijn op 8 december 1922 getrouwd te Heemse. Zij waren door de gemeente ‘weggekocht’ i.v.m. het uitbreidingsplan Heemse. De oude boerderij van Woelders stond aan de Esweg in Heemse. In 1962 opgenomen in de ruilverkaveling. Nu Rheezerveenseweg 3.