Sectie A-86a (Oosteinde 30)

Bij de aanvang van het kadaster (anno 1832) werd dit perceel nabij de Oosterpoort geregistreerd op legger 49b als sectie A-86a (huis en erf), eigendom van de gemeente Stad Hardenberg.

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832 (Sectie A-86a). Op deze tekening is geheel rechts nog de Oosterpoort te zien.

Legger 49b/1: Sectie A-86a. Huis en erf. Eigendom van de gemeente Stad Hardenberg. Het recht van opstal hadden kleermaker Hendrik Jan Kampherbeek en echtgenote Berendina Veurink. Zij zijn op 7 mei 1823 getrouwd te Stad Hardenberg. Na het overlijden van Hendrik Jan, op 29 november 1836 aan ’t Oosteinde no. 50, verviel het recht van opstal eerst aan zijn weduwe en vervolgens aan zijn dochter Jennegien Kampherbeek. Zij trouwde op 14 maart 1851 te Stad Hardenberg met grofsmid Gerrit Jan ten Brinke. Na diens overlijden op 18 mei 1857, hertrouwde Jennegien op 9 maart 1860 te Stad Hardenberg met molenaar Jan Spiekman. In 1866 bijbouw en stichting. Over op legger 49b/2 en 49b/3.

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1866 (sectie A-1292 en A-1293).

Legger 49b/2: Nieuwe sectie A-1292. Huis en erf. In 1875 verkoop. Over op legger 975/1.
Legger 49b/3: Nieuwe sectie A-1293. Huis en erf. In 1875 verkoop. Over op legger 975/2.
Legger 975/1: Sectie A-1292. Huis en erf. Eigendom van de gemeente Stad Hardenberg. Het recht van opstal hadden bakker Willem Dorgelo en echtgenote Maria Lippinkhof. Zij zijn op 23 juli 1874 getrouwd te Stad Hardenberg. Huisnr. A-73. In 1886 verkoop. Over op legger 1263/1.
Legger 975/2: Sectie A-1293. Huis en erf. Eigendom en recht van opstal idem. Huisnr. A-74. In 1886 verkoop. Over op legger 1263/2.

Fragment van aanvullende minuutkaart, anno 1881 (sectie A-1292 en A-1293).

Legger 975/1: Sectie A-1292. Huis en erf. Eigendom van de gemeente Stad Hardenberg. Het recht van opstal hadden bakker Willem Dorgelo en echtgenote Maria Lippinkhof. Zij zijn op 23 juli 1874 getrouwd te Stad Hardenberg. Huisnr. A-73. In 1886 verkoop. Over op legger 1263/1.
Legger 975/2: Sectie A-1293. Huis en erf. Eigendom en recht van opstal idem. Huisnr. A-74. In 1886 verkoop. Over op legger 1263/2.

Legger 1263/1: Sectie A-1292. Huis en erf. Eigendom van de gemeente Stad Hardenberg. Het recht van opstal hadden bakker Jan Willem Boerrigter en echtgenote Willemina Cornelia Johanna Nieuhoff. Zij zijn op 14 mei 1886 getrouwd te Gramsbergen. In 1886 verkoop. Over op legger 1268/1.
Legger 1263/2: Sectie A-1293. Eigendom en recht van opstal idem. In 1886 verkoop. Over op legger 1268/2.

Legger 1268/1: Sectie A-1292. Huis en erf. Eigendom van bakker Jan Willem Boerrigter en echtgenote Willemina Cornelia Johanna Nieuhoff. In 1886 herbouw. Over op legger 1268/3.
Legger 1268/2: Sectie A-1293. Eigendom van idem. In 1886 herbouw. Over op legger 1268/4.
Legger 1268/3: In 1887 herbouw en vereniging. Over op legger 1268/5.
Legger 1268/4: In 1887 herbouw en vereniging. Over op legger 1268/5.
Legger 1268/5: Nieuwe sectie A-1521. Huis en erf. In 1903 verbouw. Over op:
Legger 1268/9: In 1905 sloop.

In 1905 kreeg Jean Nelissen (geboren te Echt) toestemming om in het huis van de heer Boerrigter, dat hij vanaf april zou gaan bewonen, logement te houden en bier en alcoholvrije dranken te verkopen in de voorkamer beneden. Nelissens echtgenote Aleida Brand zal ongetwijfeld achter de tap hebben gestaan, want Jean was vanaf 1903 in vaste dienst als chef van de vleesverwerkende industrie de exportslachterij van de firma J. Nijman & Co. Daarnaast zette hij zich vele jaren met hart en ziel in voor verschillende culturele verenigingen in Hardenberg en omgeving.



Prentbriefkaart van het Oosteinde, circa 1910. Het opvallend hoge pand rechts was eigendom van bakker en winkelier Jan Willem Boerrigter.

Het aan Nelissen verhuurde pand heeft de horecabestemming niet lang gehad. In 1912 kwam bij de gemeente namelijk een verzoek binnen van Willem Borneman om er een grofsmederij te mogen beginnen. Zijn smederij aan de Stationsstraat had hij kort ervoor publiekelijk laten verkopen. Het college van burgemeester en wethouders verleende hem vergunning om in dit pand aan het Oosteinde een grofsmederij te beginnen, maar wel onder een aantal voorwaarden. De smederij diende voor of op 1 december 1912 in gebruik te zijn genomen, er mochten zich geen wagens, hoepels, wielen of andere in reparatie of bewerking gegeven voorwerpen worden geplaatst voor of naast het huis, er mocht geen noodstal worden opgericht en tenslotte mochten er geen paarden beslagen worden op deze locatie.

De daadwerkelijke smederij met een grote haardstede werd gerealiseerd op de begane grond van het rechterdeel van het hoge voorhuis, terwijl het achterste gedeelte van de aanbouw dienst deed als schuur. De grote baanderdeuren vormden hiertoe de ingang. De rest van het pand werd gebruikt als woning. Drie jaren later verkocht Jan Willem Boerrigter het pand aan Borneman. Weer een jaar of drie later onderging het voorhuis een opmerkelijke metamorfose. Daar waar de meeste verbouwingen gericht zijn op het verkrijgen van meer ruimte, wenste Borneman een kleiner pand. Op 15 maart 1918 besloot het college van burgemeester en wethouders om aan smid Willem Borneman vergunning te verlenen tot het afbreken van de bovenverdieping zijner woning tot op een hoogte van 5,80 meter uit den bovenkant van den dorpel. Hij kreeg daarbij ontheffing van de plicht de kap te beschieten als hij de bestaande kap zou hergebruiken. Mogelijk kon Borneman de bovenruimte missen en was voor het haardvuur van de smidse een korter rookkanaal wenselijk. Hoe dan ook, het statige voorhuis werd inderdaad een verdieping afgetopt.

Voordat Borneman met de verbouw kon beginnen, werd er eerst flink opgeruimd. Het Sallands Volksblad meldde op 12 april 1918:
Notaris Zwamborn te Heemse is voornemens maandag 15 april om half twee voor den heer W. Borneman bij zijn huis te Hardenberg te verkoopen: een partij eiken planken, twee eenspersoons ijzeren ledikanten, een springveeren matras, een beste hakselmachine, 6 kamerstoelen, een nieuwe kruiwagen, een Utrechtsch wagentje.

Prentbriefkaart (echte foto) van het Oosteinde met café De Jaarbeurs. Het pand erna was van Borneman. Het toont hoe de smederij eruit zag nadat de bovenverdieping was ‘afgetopt’. Het gaf het pand in ieder geval een geheel ander aanzien, waarbij de verhouding ook niet geheel juist lijkt…

Legger 1268/10: Huis, schuur en erf. In 1915 verkoop. Over op:
Legger 2059/1: Sectie A-1521. Huis, schuur en erf. Eigendom van smid Willem Borneman en echtgenote Geertruid Hans. Zij zijn op 28 mei 1909 getrouwd te Stad Hardenberg. In 1918 gedeeltelijke sloop. Over op:

Fragment van kadastrale minuutkaart, anno 1932 (sectie A-1521).

Legger 2059/2: In 1939 sloop en herbouw. Over op:
Legger 2059/6: Sectie A-1521. Huis, schuur en erf. In 1950 boedelscheiding. Over op:
Legger 3147/4: Sectie A-1521. Eigendom van smid Jan Hendrik Borneman Wzn. (geb. 30-06-1913) en echtgenote Jennigje Gerrits. Zij zijn op 9 mei 1941 getrouwd te Hardenberg. In 1950 sloping en stichting. Over op:
Legger 3147/6: In 1959 stichting, sloping en redres. Over op:
Legger 3147/8: Sectie A-1521. Huis, schuur, winkel en erf. De nieuwe winkel werd ingericht met kachels en artikelen voor huis en tuin. In 1961 gedeeltelijk vernieuwd. Over op:
Legger 3147/9: In 1974 ruiling van klein perceel grond. Over op:
Legger 3147/11: Nieuwe sectie A-4542. Huis, winkel, schuur en erf aan ’t Oosteinde 30.

Het pand heeft als smederij in de loop van de twintigste eeuw dus drie generaties Borneman gehuisvest. De werkplaats aan de overzijde werd in de jaren ’70 afgebroken in verband met de aanleg van het Israël Emanuëlplein.

Op 19 december 1971 is A.J. Noppert uit Westerhaar in het pand begonnen met De Lelie. Vanaf 1983 was ter plekke Bloemenhuis De Lelie gevestigd, terwijl vanaf 1994 de groentezaak van Groot Karsijn, later Erwin Bosch tot 2008, in een deel van het pand was gehuisvest onder nummer 30a.