Smederij Brink

rijksmonument
(Fotograaf: E. Wolbink, Hardenberg, anno 2007).

Aan een van de toegangswegen tot het historisch landschappelijk gebied de Oldenhof, gelegen nabij het stadje Gramsbergen, staat een tweetal karakteristieke panden. De voormalige woning annex smederij van Brink is de jongste van de twee en dateert uit 1873. In dat jaar lieten grofsmid Jacobus (Koos) Brink en zijn vrouw Aaltje Visscher de woning bouwen op een belangrijk punt. De openbare weg naar Hardenberg liep namelijk destijds nog over de Oldenhof. Het echtpaar was in 1848 getrouwd maar drie jaar eerder al woonde Koos in Gramsbergen. In dat jaar kwam bij de gemeente een verzoek binnen om door te geven of smidsknecht Jacobus Brink, die vroeger in Coevorden woonde, zich al dan niet ophield in Gramsbergen. De vraag werd bevestigend beantwoord. Het echtpaar Brink kreeg zeven kinderen, drie zoons en vier dochters. Een van de meisjes overleed al op drie-jarige leeftijd.

Portret van Gerhard Bernard Brink (1862-1945), bijgenaamd Koos-zien-Garard’

Zoon Gerhard Bernard trouwde op zijn dertigste met Hermina Stegeman uit Lutten. Hij stond echter in Gramsbergen bekend als Koos-zien-Garard. Hij volgde zijn vader op in het vak van grofsmid. Een groot deel van het smidswerk bestond uit het beslaan van paarden. Dat gebeurde vooral op zaterdag, omdat de paarden dan niet zoveel werden gebruikt. Naast dat alledaagse werk kon de grofsmid af en toe werken aan sierlijker smeedwerk, zoals kachels en fornuizen. Een door Gerhard eigenhandig gemaakt fornuis met koperen asladen en pootjes in de vorm van hondenkoppen – decennialang heeft het dienst gedaan zijn eigen huis – staat tegenwoordig onder een authentieke schouw in het museum aan het Meiboomsplein. De smederij met het smidsvuur stond rechts naast het huis. Tussen het huis en de smederij bevond zich een klein smal gangetje, waar men net tussendoor kon lopen. In 1891 kregen Gerhard en Hermina de woning en de smederij op hun naam. Uit hun huwelijk werden zes kinderen geboren: Albert, Johanna, Roelofje, Jacobus, Jantina Egberdina en Hendrik.

Het gezin Brink en en anderen poseren voor de woning.

De oudste dochter, Johanna, bleef thuis wonen en werd naaister. Ze was licht gehandicapt aan een van haar voeten waardoor ze niet zo gemakkelijk kon lopen. De zoons Jacobus en Hendrik waren nog boeren van de oude stempel. Het smidswerk deden zij er bij, totdat ze niet meer met hun tijd mee konden. Met het afgesleten gereedschap kon nauwelijks meer gewerkt worden en daarom hielden ze er aan het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw mee op. Op de deel bleven nog wel een paar pinken staan, maar verder was er toen al niet veel bedrijvigheid meer.

Het oude interieur, met smeedijzeren kachel en haard.
De kleine smidse bevond zich rechts naast de woning, anno 1974.

De gemeente Gramsbergen deed in februari 1975 het verzoek aan de rijksdienst voor de monumentenzorg om zowel de Oldenhof 4 als het naastgelegen pand op nummer 1 aan te wijzen als rijksmonument. Op maandag 23 juni 1975 stortte echter op onverklaarbare wijze plotseling het gestutte schuurgedeelte van Brinks woning in. Helaas gingen daarbij de nog bruikbare elementen van de kap en dakpannen grotendeels verloren. Ook het woongedeelte liep schade op. Het achterhuis, waar de beesten stonden, werd daarna herbouwd, hoewel de indeling enigszins werd gewijzigd. Daar waar vroeger twee bedsteden waren, werden slaapkamertjes gemaakt.

Toen de ongehuwde broers Koos en Hendrik Brink en hun zuster Johanna een dagje ouder werden, besloten ze gezinshulp te vragen. Die hulp verscheen in de persoon van Riek Heijink, de vrouw van Tinus Sibon. Riek zorgde ervoor dat ze in hun toch wel wat ouderwetse huisje konden blijven wonen. Het was zwaar werk en lang niet altijd even plezierig. Vooral wanneer de vloer net gedweild was en korte tijd later een nieuwe voorraad hout zonder omzien in de houtkorf werd gegooid en het stof alle kanten opvloog… Als Riek aan het boenen was, verbleven de gebroeders Brink meestal in de stal, op een melkkrukje tussen de koeien. Daar maakten ze dankbaar gebruik van de aangename warmte die de beesten uitstraalden. Ook hielden ze zichzelf warm door met een roskam de koeien veel te borstelen tot ze glommen. Na het overlijden van Johanna bleef Hendrik, de jongste zoon van de meestersmid, als enige achter in de voormalige smidswoning. Hij liet dan ook de notaris aan huis komen om alles door te spreken. Hij liet de notaris vastleggen dat het huis bij zijn overlijden zou vererven aan Riek en Tinus Sibon.

Hendrik overleed in april 1991. Het oude aan verval onderhevige pand was daarmee eigendom geworden van de fam. Sibon. Zij liet het pand volledig renoveren. De smidse werd afgebroken, omdat deze in een zeer bouwvallige staat verkeerde. Het gesmede gietijzeren fornuis lieten ze, zoals gezegd, overbrengen naar het plaatselijk museum, omdat het schoonmaken ervan – gedurende al die jaren – niet Rieks meest favoriete bezigheid was geweest. Aan de buitenkant herinnert niet veel meer aan de tijd dat hier noeste arbeid werd verricht. Slechts de in het bovenlicht van de voordeur geschilderde letters H.B. Brink, mr. smid, zijn een laatste aandenken aan de grofsmid.

© ‘Monumenten in de gemeente Hardenberg’, uitgegeven door de Stichting Historische Projecten, 2008.

Kadastrale geschiedenis
Legger 370/9: Sectie E-76. Bouwland. Eigendom van Geesjen Anholt, weduwe van landbouwer Jan Rigterink (of: Richterink). In 1838 over op:
Legger 388/9: Sectie E-496. Tuin op den Ooster Esch. Eigendom van Evert van der Scheer en linnenwever Teunis van der Veen. In 1844 over op:
Legger 719/2: Sectie E-496. Tuin op den Oosteresch. Eigendom van timmerman Hendrikus Beune en echtgenote Gesina Beverborg. Zij zijn op 7 september 1836 getrouwd te Enschede. In 1850 stichting en verkoop. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1850 (sectie E-529).

Legger 719/5: Nieuwe sectie E-529. Huis, erf en tuin op den Ooster Esch. In 1853 verkoop. Over op:
Legger 955/1: Sectie E-529. Huis, erf en tuin. Eigendom van smid Jacobus Brink en echtgenote Aaltjen Visscher. Zij zijn op 13 augustus 1848 getrouwd te Gramsbergen. In 1858 expiratie. Over op:
Legger 955/2: Sectie E-529. In 1866 stichting smederij en splitsing perceel. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1866 (sectie E-1457).

Legger 955/3: Nieuwe sectie E-1457. Huis en erf. Huisnr. A-96. In 1892 verkoop en boedelscheiding. Over op:
Legger 2842/2: Eigendom van smid Gerhard Bernard Brink. Vruchtgebruiker: smid Jacobus Brink. In 1898 bijbouw. Over op:
Legger 2842/3: Sectie E-1457. Huis en erf. In 1899 bijbouw en vereniging. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1899 (sectie E-2183).

Legger 2842/4: Nieuwe sectie E-2183. Huis, smederij en erf op den Ooster Esch. In 1899 successie. Over op:
Legger 2964/6: Sectie E-2183. Huis, smederij en erf. Eigendom van smid Gerhard Bernard Brink In 1915 stichting. Over op:
Legger 2964/11: Sectie E-2642. Huis, smederij, schuur en bouwland. In 1946 boedelscheiding. Over op:
Legger 5138/7: Sectie E-2642. Huis, smederij, schuur en bouwland. Eigendom van Jacobus, Hendrik en Johanna Brink (ieder voor een-derde gedeelte). In 1954 verkoop. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1954 (sectie E-3086).

Legger 5138/10: Nieuwe sectie E-3086. Huis, schuur, smederij en bouwland. In 1958 stichting. Over op:
Legger 5138/11: Sectie E-3086. Huis, schuren en bouwland op den Ooster Esch. In 1977 verkoop deel van perceel. Over op:
Legger 5138/15: Nieuwe sectie M-641. Huis, tuin, erf, schuren en bouwland aan de Anerdijk 4.
Legger 7542/4: Sectie M-641. Huis, tuin, erf, schuren en bouwland aan de Oldenhof 4. In 1981 verklaring van erfrecht. Over op:
Legger 8039/3: Eigendom van Hendrik Brink en Johanna Brink. In 1984 verkoop deel van perceel. Over op:
Legger 8039/5: Nieuwe sectie M-968. Boerderij, schuren en erf aan de Oldenhof 4.