Timmer

Bij de aanvang van het kadaster in 1832 werd het perceel waarop enkele jaren later het woonhuis zou worden gebouwd – geregistreerd onder sectie B no. 359a op legger 101 ten name van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse. Het lag tussen de katerstede Marschzigt (aan de westzijde) en de katerstede bewoond door Pullen (aan de oostzijde).

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

In de zomer van 1842 werden vele bezittingen van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse onder de veilinghamer gebracht. Het 35e perceel betrof een katerstede aan de Dijk, bemeijerd door Jan Timmer, bestaande uit een woonhuis met ongeveer 80 roeden zaailand, voorkomende onder sectie B-1371. Landbouwer Hendrik Habers uit Anerveen bood bij inzate 200 gulden. Bij de definitieve veiling verbleef het kavel voor 225 gulden aan Hendrik Batterink. Uiteindelijk besloot jonkheer Jacob van Foreest van Heemse dat het geboden bedrag te laag was en daarom werd de verkoop niet gegund.