Keuterjans

Bij de aanvang van het kadaster in 1832 werd ’t Keuterjans in Collendoorn geregistreerd onder sectie B no. 350 op legger 101 ten name van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

 

Legger 101/167: Sectie B-350. Huis en erf. 

Notaris Antoni van Riemsdijk begon op 25 juni 1836 met de eerste veiling (de inzate) van een groot aantal onroerende zaken op verzoek van vrouwe Juliana Louisa van Foreest, weduwe van Jacob van Nahuijs en echtgenote van Johannes van Driel te Deventer. Als zestiende perceel werd in veiling gebracht: de katerstede de Ballast (ook wel Keuterjans genaamd), liggende ter buurtschap Collendoorn westwaards van en aan het erve het Doezemans aldaar, hebbende ten zuiden eene andere katerstede de Ballast, aankomende Herm Welleweerd te Rheeze, ten westen en noorden het gemeene velden wordende actueel bemeijerd bij Gerrit Jan Ballast, zijnde tiendvrij en voorts bestaande uit derzelver behuizinge, getekend numero zeven, met grond en wheere (huis en erf op de kadastrale plans der gemeente, sectie B, ten naame van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse te Heemse voorkomende onder numero 350). Gerrit Warnderink, landbouwer te Heemse, bood 571 gulden. Veertien dagen later werd de kavel gemijnd door Jan Hendrik Slotman voor 600 gulden. Op 30 juli werd hem de koop gegund (aktenr. 1214, scans 63 e.v.).

Ten tijde van de veiling werd de katerstede, zoals in de verkoopakte staat, bemeijerd (gepacht) door Gerrit Jan Ballast. Hij was op 26 mei 1814 te Hardenberg getrouwd met Aaltjen Toeslag. Tussen 1816 en 1818 waren ze op ’t Keuterjans gaan wonen.

Legger 644/5: Eigendom van Jan Hendrik Slotman en Mina Otten. Zij zijn op 30 mei 1835 te Heemse getrouwd.

Op 18 november 1837 verschenen Jan Hendrik Slotman en Mina Otten voor notaris Antoni van Riemsdijk. Ze verklaarden 500 guldens te hebben geleend van Hermann Heinrich Weitkamp, koopman te stad Hardenberg, en van diens echtgenote Johanna Veenebrugge. Als onderpand stelden ze hun katerstede de Ballast (ook wel het Keuterjans genaamd), liggende te Collendoorn, westwaards van en aan het erve het Doezemans, hebbende ten zuiden eene andere katerstede de Ballast, aankomende Herm Welleweerd, landbouwer te Rheeze, ten westen en noorden het gemeene veld en wordende door hun comparanten zelven bewoond, bestaande uit derzelver behuizinge, getekend numero zeven, met grond en wheere (huis en erf) op de kadastrale plans, sectie B voorkomende onder numero 350 c.s. (aktenr. 1277, scan 5).

Anderhalve maand later, op 5 januari 1838, werd notaris Van Riemsdijk andermaal geroepen om naar ’t Keuterjans in Collendoorn af te reizen. Daar vond hij Mina Otten in de keuken, uitziende met een vengsterraam op den gaarden voor het huis van de woonstede numero zeven op de katerstede den Ballast of het Keuterjans, zijnde wel ziek van ligchaam en zodanig ter nederliggende in een bedstede ter rechterzijde na het voorzeide vengsterraam in de voorzijde keuken, doch wezende gezond van ziel, haar verstand, geheugen en oordeel volkomen hebbende. Mina liet die dag haar testament vastleggen. Ze legateerde haar volledige nalatenschap aan haar echtgenoot Jan Hendrik Slotman (aktenr. 1282, scan 132).

Mina overleed twee maanden later, op 10 maart 1838, te Collendoorn in huisnr. 7. Drie maanden later, op 25 juni, registreerde notaris Van Riemsdijk de volgende akte, op verzoek van Jan Hendrik Slotman, weduwnaar van Mina Otten. Hij deed dat op de katerstede den Ballast, ook wel het Keuterjans genaamd. Er werd die dag een boedelinventaris opgemaakt. Tot de onroerende goederen behoorde de katerstede (aktenr. 1296, scan 92).

Jan Hendrik hertrouwde op 13 mei 1843 te Heemse met Hendrika de Graaf, maar ook zij stierf op jonge leeftijd. Ze overleed op 11 maart 1844 waarna Jan Hendrik ten derde male trouwde en wel op 15 mei 1844 (slechts 2 maanden later!) met Geesjen Schutte. Het Keuterjans vererfde op zoon Roelof Slotman, geboren uit het derde huwelijk. Roelof trouwde op 9 december 1876 te Heemse met Hilligje Brouwer. Huisnr. L-23. In 1883 herbouw na brand.

 

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 1 mei 1883.

 

Op 28 april 1883 brandde het boerderijtje van Roelof Slotman en Hilligje Brouwer tot de grond toe af. Op zich is zo’n woningbrand van alle tijden, alleen was deze bijzonder. De brand was namelijk opzettelijk veroorzaakt door de vrouw des huizes… Op onze site kunt u deze interessante geschiedenis lezen, want er werd enkele maanden later uitvoerig verslag van gedaan door de Provinciale en Overijsselsche Courant toen de zaak werd behandeld voor het Gerechtshof in Arnhem. Op 11 oktober deed het Gerechtshof uitspraak: Hilligje Slotman-Brouwer werd veroordeeld tot een cellulaire gevangenisstraf van twee jaar!

Legger 644/8: In 1884 sloping. Over op:

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1884.

 

Legger 644/9: Nieuwe sectie B-5619. Erf. In 1886 verkoop. Over op:
Legger 4593/6: Eigendom van Hendrikus Ribberink. In 1887 stichting op ’t naastgelegen perceel sectie B-348.