Hannink

Op 29 april 1770 werd in de kerk te Hardenberg het huwelijk voltrokken tussen Egbert Hendriksen (Hannink) uit Brucht en Hendrikjen Lucassen (Bouwhuis) uit Den Velde. Zij bewoonden het erve Hannink in Brucht, zoals hierna zal blijken.

 

 

In het vrijwillig rechterlijk archief van ’t Schoutambt Hardenberg vinden we deze akte van overdracht, geregistreerd d.d. 17 april 1778:
Ik Jacob van Riemsdijk van wegens hoger overigheid verw. Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere hiermede dat voor mij en keurnoten, die waren Hendrik Ophof en Arend Ophof, persoonlijk in den Gerigte gecompareerd en erschenen is de heer oud-burgermr Derk Jan Rustenberg, in qualiteit als gevolmagtigde van de heer Willem Westhof en desselvs ehevrouw juffrouw Elisabeth Proper, luid procuratie voor de heer Jan Brouwer, scholtis des ampts Heerde en gerigtsluiden A. van Olst en J. Ankersmit, op den 10 deses maands gepasseerd en uitgegaan, alhier vertoond en gelesen; en verklaarde hij comparant uit kragte van voorseide volmagt, in name en van wegens sijne voorn. principalen, voor een welbetaalde en bij sijne gemelde principalen ten genoegen ontvangene somma van coopspenningen, bedragende tweeduisend en seshonderd guldens, bij desen in de bestendigste forma landregtens te transporteren en in vollen eigendom over te dragen aan Egbert Hannink en sijn huisvrouw Hendrikjen Lucas, woonagtig op ’t erve Hannink tot Brugt, zijnes voorn. principalen eigendommelijke halfscheid van het erve en goed Hannink genaamd, gelegen in de boerschap Brugt in dit Schoutampt, zoo en in diervoegen als dit halve erve en goed door sijne gem. principalen tot den 24 aug. 1777 wanneer hetselve aan gem. Egb. Hannink en sijn huisvrouw is verkogt, in eigendom heeft toebehoord, uitgesonderd dan nog haare halfscheid van een gaarden gelegen in de hof van juffrouw de wed. Marienberg, die de verkoperen aan haar behouden; en zijnde dus daaronder niet mede begrepen zodane landerijen als door de verkoperen voor de voors. tijd van dit gem. erve reeds aan anderen sijn verkogt. Wesende het gemelde erve allodiaal goed, dog merendeels thiendbaer, en jaarlijx bezwaard met een uitgang van vier mudden rogge en vier mudden garste aan het Landrentampt van Zalland; en met sijn verdere egt en geregtigheid, raad en onraad, lusten en lasten, so van heerenschattingen als anders daarop staande. Doende de comparant in voorn. qualiteit van het gem. halve erve en goed Hannink genaamd, invoegen voorschreven, bij desen afstand, oplatinge en vertichtenisse met hande en monde, zijn voorn. principalen daarvan also ontervende, en de voorseide copers en betalers Egbert Hannink met sijn huisvrouw en erfgenamen daar wederom aanervende. Belovende de comparant, in name van sijn gem. principalen, ook deze cessie en overdragt ten allen tijden te sullen staan, wagten en wharen voor alle evictie en opsprake, als na Landregte. In kennisse der waarheid, is desen door mij verw. Scholtus voorn. desen met den comparant qqa getekend en gezegeld. Actum Hardenbergh den 17 april 1700 agt en seventigh.

Op diezelfde dag werd deze hypotheekakte geregistreerd door de schout:
Ik Jacob van Riemsdijk van wegens hoger overigheid verw. Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere hiermede dat voor mij en keurnoten, die waren Hendrik Ophof en Arend Ophof, persoonlijk in den Gerigte gecompareerd sijn Egbert Hannink en sijn huisvrouw Hendrikjen Lucas, tutore marito, en verklaarden sij comparanten, wegens opgenomene en aan haar verstrekte penningen opregt en deugdelijk schuldig te wesen aan juffrouw Willemina Westhof, dochter van Willem Westhof, een capitale somma van eenduisend en achthonderd car. guldens ad twintig stuiv. het stuk, zegge 1800 guldens. Aannemende en belovende sij comparanten, deselve jaarlijks en alle jaaren tot de aflosse toe te zullen verrenten met drie en een halve gelijke guldens van ieder honderd gerekend, edog de interesse jaarlijx binnen drie maanden na den verschijndag voldoende, als dan tegens drie percento; zullende het eerste jaar interesse hiervan wesen vervallen op den 2. april 1700 negen en seventigh, en so vervolgens tot de aflosse continueren. Verklarende sij comparanten, onder renuntiatie van alle exceptiën die desen mogten contrariëren, daarvoor niet alleen tot een generaal verband te verbinden haare personen en goederen, geene uitgesonderd, maar ook bij desen tot een speciaal hijpotheecq en onderpand daarvoor te verbinden en te stellen haar comparanten eigendommelijke en door haar selvs bewoond en merendeels gebruikt wordende halfscheid van het erve en goed Hannink genaamd, gelegen in de boerschap Brugt in dit Schoutampt, zoo als deselve halfscheid van gem. erve door haar comparanten van de heer Willem Westhof aangekogt en op heden voor desen gerigte aan haar getransporteerd geworden is; ten einde, om ingeval van onverhoopte misbetalinge , so van capitaal als renten, alsdan het bovengemelde capitaal van agtienhonderd guldens met de onbetaalde interessen, daaraan ten allen tijden cost en schadeloos te kunnen en mogen verhalen. In kennisse der waarheid is desen door mij verw. Scholtus voorn. met de comparanten getekend en door mij gezegeld, en omdat sij comparanten geen zegels en hadden, zo hebbe op haar versoek desen voor haar met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Hardenbergh den 17 april 1700 agt en seventigh.

Op 30 april 1793 trouwde Hendrikjen Hannink met Gerrit Stoeten uit Rheeze. Het echtpaar vestigde zich op ’t Hannink in Brucht en Gerrit adopteerde de erfnaam van zijn vrouw.

 

 

In de oudste kadastrale leggers, anno 1832, komt het erve Hannink voor onder sectie F no. 81 op de zgn. Bruchter Esch op leggernummer 127. Het was toen eigendom van Hendrikjen Hannink, de weduwe van Gerrit Hannink (geboren Stoeten).  Gerrit Hannink was op 16 februari 1821 in Brucht gestorven.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.