’t Ruitmink

Verwalter schout G.J. Crull verleed op 18 april 1794 een hypotheekakte op verzoek van Hendrik Ruitmink en diens zoon Roelof Ruitmink en echtgenote Jennegien Coenders. Zij verklaarden 700 gulden te hebben geleend van Egbert en Geesjen Roelofs te Radewijk. Als onderpand voor ’t geleend bedrag en de daarover verschuldigde rente stelden ze hun eigendommelijk woonhuis, grond en wheere, met een vierendeel whaare in de marke van Hardenberg en Baalder (toegang 055.2.1, inv.nr. 16, pag. 1). In de kantlijn van de akte staat geschreven dat de hypotheek op 5 juli 1800 weer werd doorgehaald, omdat het geleende bedrag was afgelost.

Notaris Antoni van Riemsdijk hield op 16 april 1828 een openbare verkoop van roerende goederen, op verzoek van Hendricus Creemer, administrerend diaken der hervormden te Hardenberg. De verkoop vond plaats in Baalder ten huize van wijlen Roelof Ruitmink, in leven landbouwer aldaar. Roelof was op 28 maart 1828 overleden in huisnr. 33 (aktenr. 704, scan 183).

Op 15 oktober 1828 hield notaris Antoni van Riemsdijk een openbare veiling ten huize van Berend Rustenberg, logementhouder te stad Hardenberg. Hij deed dat op verzoek van de eerwaarde kerkenraad der hervormden, gepresenteerd wordende door predikant Lubbertus Bosch, ouderlingen Roelof Vasse, Willem Jansen, Derk Jan Jentink en Gerrit Lamberts en diakenen Hendrikus Creemer, Christiaan Lampe, Gerrit Jan Hesselink en Gerrit Jan Meilink. Het betrof de publieke verkoop van percelen vaste goederen, uitmakende de katerstede het Ruitmink te Baalder. Het eerste perceel betrof het woonhuis numero 33 op de katerstede, met deszelfs grond en wheere, de daartoe gehorende begraafplaats op het kerkhof te Hardenberg en de daarom een aangelegen gaarden, groot ruim vijf vierkante roeden, hebbende ten zuidwesten het erfjen het Sypelenkamps. De inzet werd gedaan door naaste buurman Jannes Waterink (eigenaar en bewoner van ’t even zuidelijker gelegen erfje ’t Sypelenkamps) voor 251 gulden. Veertien dagen later, bij de definitieve veiling, mijnde Jannes de katerstede voor 306 gulden. Daarbij kocht hij ook de overige percelen (een stuk zaailand, genaamd de Knypenkamp, en twee 1/8ste waardelen in de gecombineerde marke van Hardenberg en Baalder) voor totaal 1.051 gulden (aktenr. 744, scan 50).

Op de oudste kadastrale kaart van 1832 staat het erve nog wel met naam vermeld, maar zonder ingetekend woonhuis. Dat was samengevoegd met het Sypelenkamps.

 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.