het Holter of Hulter

In het vrijwillig rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg vinden we dit testament, gedateerd 24 oktober 1750:
Ick Alb. van Riemsdijk, in der tijd wegens hoog overigheid verwalter scholtus van den Hardenberg, Heemse en Gramsbergen, doe hier mede bij indispositie en absentie van de heer scholtus Arnold Voltelen te weten dat voor mij en kuernoten als waren Egbert Habers en Jan Quant (Kwant) in den gerigte erschenen sijn Jan Egbers op het Holter en Geertien Jansen, beijde echteluijden, welke laeste na dat sij van de momberschap van haer man in desen waer ontslagen, geadsisteert met Egbert Munnekemeijer als haar hier toe versogten en geatmiteerden momber. Sijnde hij Jan Egbers gesont van lighaem, gaende en staende, sijn verstand en oordeel vollenkomen hebbende te minsten in so verre men uitterlijk kon bemerken en desselfs vrouw Geertien Jansen na den lighaem aan de loop onpasselijk, dog haer verstand en oordeel vollenkomen hebbende, te minsten in so verre men uitterlijk kon bemerken. Verklarende sij comparanten uit overweginge van de sekerheid des doots en onsekere uire van dien insonderheid in dese tijds omstandigheden geresolveert te sijn (na dat sij comparanten hebben verklaert al haer voorheen gemaekte het sij huiwelijkse voorwaerde, testament of quodicille in so verre hier tegen strijdig te hebben vernietigd en van gener waerden te houden) om bij desen te willen maken en oprigten haer testamentaire dispositie, of eenige vrije, onbedwongene uiterste wille, over de goederen, haer na doode, van God Almagtig verleend, en wel om voor te komen, alle misverstand en dispuiten, die anders na dode van haer comparanten, hierover mogten komen te ontstaen, so treden sij dan tot haar dispositie, en verklaerde hij testateur Jan Egberts, bij vooroverlijden, te institueren sijn lieve huijsvrouwe Geertien Jansen, om alle sijne goederen, geene uitgesonderd, in vollen eijgendom te mogen gebruiken, en genieten, dog wel op expresse conditien dat als dan na dode van sijn lieve vrouw, de halve goederen, so als dan bevonden word, wil vererven op de kinder van sijn testateurs overledene drie susters, egael te verdelen. Edog het jongste kind van de suster Hendrikien Egbers, Geertien genaemt om sijn jonk en olderloosheijd voor uit te sullen genieten een somma van dertig carolygulden a 20 stuivers het stuk, en begeerd hij testateur verders bij vooroverlijden dat de kleren, so linnen als wollen, tot sijn lijf behorende, voort an sijne erfgenamen moge uitgereijkt worden. Vorders verklaard sij testatrise Geertien Jansen, bij vooroverlijden te institueren haer lieve man Jan Egberts, om alle hare goederen, geene uitgesonderd, in vollen eijgendom te mogen gebruiken en genieten. Edog op expresse conditie dat als dan na dode van haar lieve man, de halve goederen, so als dan bevonden word, sal vererven, voor eerst bij vooroverlijden van haar testatrise, op haer susters dogter (aleer getroud geweest aan Asse Arents), Hemme Assen genaemt, dewelke wegens haar gebrekkelijkheijd tot hier toe van ons uit mededogen is verheegt en verpleegd, in linnen en wollen, bij wijse van lijftugt, alle mijne goederen op haer voor de tijd hares levens sullen vererven, om de opkomsten daer van te kunnen genieten, en dan na dode van haar Hemme Assen, de goederen mij door God verleend, sullen vererven in vasten eijgendom, voor eerst twe sevende parten op de als dan na dode van de testatrisen, broer Jan Jansen, nog in ‘t leven sijnde kinders, edog geduirende de minderjarigheijd, sullen de opkomsten daer van door mijn broer als vader over sijn kinder genoten worden. Vorders institueerd sij testatrice, haer suster Janne Jansen als dan tot erfgenaam over twee sevende parten van hare nalatenschap en bij vooroverlijden derselver kinder. Alsmede een sevende part op haer testatricen half suster, Swane Jansen, weduwe van Derk Assenderp, en bij vooroverlijden op derselver kinders. Dan nog een sevende part op de kinders van haer testatrisen overleden halve suster Janna Jansen, getrouwt geweest an wijlen Hendrik Plaggemers, en dan nog een sevende part op de kinders van haar testatrisen overleden halve broeder Gerrit Jansen. Edog wil en begeerd sij testatrise dat haer halve broeder Berent Jansen, also deselve geen kinders is hebbende, na dode van haer testatrice uit haar goed voort sal hebben te genieten een somma van twaalf gulden tot een kleed na de staets gelegedheijd. Als mede is haer testatricen wil en begeerte dat bij vooroverlijden van haer eheman, haer linnen en wollen, so tot haer lijf behoord, voort sal uitgereijkt worden, voor eerst aan haer suster Swane Jansen, weduwe van Derk Assenderp, tien hemden en drie elle linnen tot een beddelaken. En voor het overige angaende alle haer linnen en wollen, voorts sal verervet en vervallen sijn, so tot haer lijf is behorende, op haer suster Janne, weduwe van Arent Assen. En vorders wil en begeerd sij testatricen alnog, dat haer bijbel met silver beslag sal na dode van haer vererven op haer broer Jans dogter, Annegien genaemt. Al het voorschreven, de voornoemde testateur en testatrice duijdelijk sijnde voorgelesen, en afgevraagd of dit sodanig niet was haer enige vrije en onbedwongene uiterste wille, so hebben sij beijde daerop geantwoord van Ja, begerende dat het selve in alle sijn delen effect moge sorteren, het sij als testament, codicil, gifte ter sake des doods, ofte onder de levende, so sulks best sal kunnen en mogen bestaen, ofschoon ook alle solemniteiten in regte nodig daer in niet mogten sijn geopserveerd, in waerheijds oirkonde, en sonder erg of list hebbe ik verwalter scholtus voornoemd, desen gezegeld, en neffens de testateur en testatrice en momber getekend, en omdat sij geen signet sijn hebbende, so hebben sij mij versogt neffens de momber, om desen uit haren naem mede te zegelen. Actum Ane, den 24 october 1750.

In datzelfde archief bevind zich ook deze overdrachtsakte, gedateerd 1 mei 1751:
Ik Alb. van Riemsdijk, wegens hoger overigheit in der tijd verwalter scholtus van den Hardenberg etc., doe mede cond en certificere dat voor mij en keurnoten, als waren Johannes Boerink en Jacob van Riemsdijk, in den gerigte erschenen is Jan Egberts op het Holter te Ane, seggende op den 6 januarij 1751 door sijn neve Egbert Reinders te sijn aengekogt, het huis van wijlen sijn vader Reinder Jansen, staende alhier tot Gramsbergen aen de zuidsijd van Hendrik Berents en aen de noordsijd van Evert Jansen, sijnde op den voornoemde datum door het gerigte ten profijte van de begregtigde creditoren als geabandonneerd en desolaet verkogt voor een somma van tweehonderd guldens, welke penningen hij comparant ten vollen in den gerigte heeft voldaen en betaeld, en alreeds weer door desen gerigte aen de begregtigde overhandigd, so dat den boedel vereffend is, met goedvinden van de creditoren. Versoekende derhalven van dit edele gerigte ex officio, van het voorschreven gekogte huis, en daer op gedane betalinge, der volle kooppenningen, overdragt, welke versoek niet hebben mogen nog kunnen verweigeren, dienvolgens ex officio van desen edele gerigte als na landregte aen hem koper voornoemd het voorschreven huis, alhier tot Gramsbergen onder desen gerigte gehorende, met al sijn regt en geregtigheid, raed en onraed, lusten en lasten, so daer toe sijn en aen gehorende, bij desen also word gecedeerd en getransporteerd, gelijk gecedeerd en getransporteerd wordt mits desen, in waerheids oirconde en sonder erg of list hebbe ik verwalter scholtus voornoemd desen also getekend en gezegeld. Actum Gramsbergen, den 1 maij 1751.

Alsook deze hypotheekakte van 14 mei 1751:
Ik Alb. van Riemsdijk, wegens hoger overigheit in der tijd verwalter scholtus van den Hardenberg etc., doe mede cond en certificere dat voor mij en keurnoten, als waren Johannes Boerink en Egbert Mante, personelijk in den gerigte erschenen sijn Egbert Hermsen en sijn huisvrouwe Egbertien Derksen, tutore marito, welke bekenden wegens voor enigen tijd opgenomene en welontfangene penningen opregt en deugdelijk schuldig te wesen aen Jan Egberts op het Holter te Ane en sijn huisvrouwe Geertien Jansen, een capitale somme van ad duisend carolygulden, die sij comparanten beloven en bij desen aennemen jaerlijks en alle jaren tot de aflosse toe te sullen verinteressen tegens drie van jeder honderd gerekend, sullende de verschijndag daer van komen jaerlijks te vervallen op den 1 maij tot de aflosse toe, welke aflosse en weeropbrenginge van gemelte capitael ad 1000 gulden sal kunnen en moeten geschieden nadat de opsage hiervan door de ene of andre kante sal sijn geschied, een vierendeel jaers voor den verschijndag tot securiteit en nakominge deses, so verbinden en stellen sij comparanten so voor het voorschreven capitael ad 1000 guldens als daer van te verschijnende interessen, tot een generael hypotheecq en onderpand, hare parsonen en goederen, en wel tot een speciaal hypotheecq en onderpand hare tegenswoordige woonhuis en haer veneslag op plaetse waer op het selve is staende, so door haer comparanten als eigenaers daervan tegenswoordig word gebruikt, gelegen op ‘t Anervene tusschen Holterslag ten westen en Derk Hermsen ten oosten, alles met sijn regt en geregtigheid, om als bij misbetalinge so van capitaal als renten daer dan aen kost en schadeloos te kunnen en mogen verhalen de resterende of gehele somma van dien, in waerheids oirconde is dese van mij verwalter scholtus voornoemd, neffens de comparanten getekend en vorder voor mij, en ook op haer versoek, omdat sij comparant geen signet sijn gebruikende, mede voor haar gezegeld. Actum Gramsbergen, den 14 maij 1751.

Schout J.G. Pruim verleed op 14 mei 1797 een overdrachtsakte op verzoek van de hoogwelgeboren heer W.C. baron van Coeverden tot Gramsbergen en diens echtgenote J.G. le Chastelain. Zij verklaarden voor eene summa van kooppenningen, die aan hun den eersten met den laatsten van dien ten genoegen zijn betaald en voldaan, bij dezen in de meest bundigste forma landrechtens te transporteren en in vollen eigendom over te dragen aan Derk Odink en deszelvs huisvrouw Berendina Rustenberg, woonachtig te Heemse, hun comparanten eigendommelijke erve Holter te Aane, zoo en in diervoegen als hetzelve door den tegenwoordigen meijer Jan Holter bemeijerd en gebruikt wordt, exempt het groenland den Bremmert, en wel speciaal het turfveen voor niet verder dan dat den bewooner van het erve Holter zal hebben het recht van turfsteken voor eigen provisie in het turfveen de Roode Schans aan den huize Gramsbergen toebehorende, waarvan den eigenaar of gebruiker ’s jaarlijks de plaats zal worden toegewezen; voorts ook het erfmarkenrichterschap van Aane en Ennevelde, met zoodanig recht als hetzelve aan verkooperen behoord heeft; en dan nog het huis en daarbij behorende vier opgaande zaaijveene-akkeren (exempt het veen leggende tusschen den Stuwdijk en den Aanerweg), bewoond en gebruikt wordende en tans in huure of pacht zijnde bij Gerrit Takman op het Aanerveen kennelijk staande en gelegen, met de daarop staande eikenboomen, alles volgens koopcontract van 7 januari 1797.

 

Figuratieve schets van de geplande doortrekking van de Dedemsvaart tot in de Vecht, met vermelding van ’t erve Hülter in Ane, 9 mei 1829.

 

In 1832 was het huis en erf eigendom van landbouwer Gerrit Jan Hulter. Het erf was geregistreerd in sectie F no. 102 op legger nr. 201. Het is nu geadresseerd aan De Steeghe 1.
Genoemde Gerrit Jan Hulter was geboren Kamphuis, maar hij trouwde in 1806 met Jannigjen Holter en vestigde zich op ’t Holter. Gerrit Jan Kamphuis (later Hulter) was vanaf 1800 schoolmeester in Ane. Daarvoor had hij nog drie jaren les gegeven aan de kindertjes in Lutten. In 1807 was hun zoon Jan geboren. Hij zou in 1831 te Gramsbergen trouwen met Hendrica Lamberts, maar zij overleed al op 18 november 1832 in ’t kraambed van een zoontje dat een week later ook overleed. Jan Hulter hertrouwde op 14 juni 1833 te Gramsbergen met Jennegien Hurink.

 

Fragment van eerste kadastrale minuutkaart, anno 1832.

 

Legger 201/24: Sectie F-102. Huis en erf. Huisnr. B-44. In 1877 bijbouw. Over op:

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1877.

 

Legger 201/45: Nieuwe sectie F-2226. Huis, schuur en erf. In 1888 bijbouw en vereniging. Over op:

 

 

Legger 201/54: Nieuwe sectie F-2536. In 1901 boedelscheiding. Over op:
Legger 3244/57: Eigendom van Gerrit Jan Hulter (zoon van Jan Hulter en Jennegien Hurink) en Annigje Otten (en consorten). Zij zijn op 24 mei 1895 getrouwd in Heemse. In 1907 vereniging. Over op:
Legger 3244/68: Huis, kookhuis, schuur en erf. In 1909 vereniging. Over op:

 

 

Legger 3244/69: Nieuwe sectie F-2782. Huis, schuren en bouwland. In 1914 verkoop en redreskaart. Over op:

 

 

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1913.

 

Legger 3244/71: Nieuwe sectie F-2838. Huis, schuren en bouwland. In 1920 stichting. Over op:
Legger 3244/76: In 1923 sloping en gedeeltelijke vernieuwing. Over op:
Legger 3244/78: In 1930 boedelscheiding. Over op:
Legger 4556/42: Eigendom van Annigje Otten, weduwe van Gerrit Jan Hulter (en consorten). In 1946 opgenomen in ruilverkaveling. Over op:
Legger 4556/47: Nieuwe sectie F-3433. Boerderij, bouw- en weiland aan de Schuldinksteeg. In 1947 boedelscheiding. Over op:
Legger 5181/14: Eigendom van Jan Willem Hulter (geb. 16-08-1902) en echtgenote Aleida Zwaantina Tabbert. Zij zijn op 17 mei 1929 getrouwd in Gramsbergen. Huisnr. B-60 te Ane. In 1949 gedeeltelijke vernieuwing en sloop. Over op:
Legger 5181/16: In 1950 gedeeltelijke vernieuwing. Over op:
Legger 5181/17: In 1954 gedeeltelijke vernieuwing. Over op:
Legger 5181/19: In 1955 stichting. Over op:

 

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1956.

 

Legger 5181/21: In 1965 vereniging. Over op:
Legger 5632/15: Eigendom van Jan Willem Hulter en zoon Harmanus Hulter (geb. 19-06-1934) (ieder de helft). Harmanus is op 21 maart 1963 te Gramsbergen getrouwd met Gerritdina van der Veen. In 1965 splitsing. Over op:
Legger 5632/17: In 1966 stichting. Over op:
Legger 5632/18: In 1967 verkoop enz. Over op:

 

Kadastrale hulpkaart, anno 1967.

 

Legger 5632/19: Nieuwe sectie F-3657. Huis en bouwland. In 1970 splitsing in twee woongedeelten. Over op:
Legger 5632/22: In 1972 verkoop. Over op:

 

 

Legger 5632/23: Nieuwe sectie F-3680 en F-3681. Ane B-60. Over op:
Legger 7223/1: Eigendom van A.Z. Hulter-Tabbert (de helft) en Harmanus Hulter (de andere helft).