de Nieuwe op het Zwarte Water of ’t Hubert

Op 5 mei 1819 verleed notaris Antoni van Riemsdijk de overdrachtsakte waarbij de katerstede genaamd de Nieuwe op het Zwarte Water door Jan Hendrik Thielen en echtgenote Grietjen Kleijans voor 700 gulden werd overgedragen aan Klaas Hubers, kleermaker te Gramsbergen, en echtgenote Hendrika van der Linde. De katerstede was in die tijd bekend onder huisnr. 74 in Ane (aktenr. 50, scan 61). Een maand later, op 22 juni, sloten Jan Hendrik en Grietjen een hypotheek af. Ze hadden 700 gulden geleend van hun zwager Philip Roos, gegageerd soldaat te Coevorden. Als onderpand stelden ze hun recent verworven katerstede (aktenr. 64, scan 86).

Notaris Antoni van Riemsdijk registreerde op 29 april 1828 een hypotheekakte op verzoek van kleermaker Klaas Hubers en echtgenote Hendrika van der Linde te Ane. Zij hadden 500 gulden geleend van Hendrik Albert Molckenbour van Langen, grondeigenaar te Ane. Tot zekerheid en tot waarborg voor het geleende geld en de daarover verschuldigde rente stelden ze hun onroerende eigendommen als onderpand. Dat betrof hun katerstede, gelegen in de buurtschap Ane, welke door hen werd bewoond en gebruikt, genaamdde Nieuwe op het Zwarte Water; bestaande uit derzelver behuizinge, oud nr. 7 nieuw nr. 11, mitsgaders een kampjen zaaijland, waarop en waarin dezelve behuizinge is staande (aktenr. 707, scan 178).

Op 29 mei 1828 werd op ’t erve en goed Veltinkveld te Ane een akte gepasseerd door notaris Antoni van Riemsdijk. Het betrof een tweede hypotheek. Klaas Hubers en Hendrika van der Linde verklaarden daarin 200 gulden te hebben geleend van hun zwager Philip Roos, gegageerd soldaat te Coevorden. Als onderpand voor ’t geleende bedrag stelden ze het door hun bewoond en gebruikt wordende katerstede, gelegen in de buurtschap Ane, genaamd de Nieuwe op het Zwarte Water, bestaande uit derzelver behuizinge, oud nr. 74, nieuw nr. 11, mitsgaders een kampjen gaarden- en zaaijland, waarop en waarin dezelve behuizinge is staande, liggende in haar eigen afvredinge naast elkanderen aan en ten oosten het zogenaamde Zwartewater, ten zuiden het erfjen van Jan Timmer, landbouwer aldaar (vroeger van Aaltjen Hannes, huisvrouwe van Herm Hendrik Goorhuis, in leven landbouwer te Baalder) en hebbende ten oosten en zuiden den Aner-Esch, met een-achtste distelwhare in de marke van Ane en een-vierde plaggenwhare aldaar (aktenr. 716, scan 149).

In 1832 was het huis en erf eigendom van kleermaker Klaas Hubert. Het erf was geregistreerd in sectie F no. 186 op legger nr. 193. Het erf is verdwenen, maar was te vinden achter de opstallen van het huidige Tilster 2.

 

Fragment van kadastrale kaart, anno 1832.

 

In 1843 ging het perceel over op legger 685 regel 1, op naam van Marten Jannessen. Deze verkocht het Hubers in 1852 (St. 73/6). Over op 584/10.

584/10 eigendom van Berend Jan Wilpshaar en Willemina Willems, later opgevolgd door hun zoon Albert Wilpshaar en verdere erven.
In 1856 volgde een boedelscheiding. Over op 584/15
584/15, sectie F no. 1771. 

 

Fragment van veldkaart, anno 1856.

 

In 1858 volgde een verkoop. Over op 1204/3.
1204/3 eigendom van Gerrit Jan Timmermans. Deze liet het pand in 1859 afbreken, waarna het perceel veranderde in bouwland.