de Anermolen

Hoewel deze windmolen veel gelijkenis heeft met een beltmolen, behoort hij toch tot het stellingtype. De aarden ophoging van drie en halve meter, rondom de benedenverdieping, dient hier ter vervanging van de zogenaamde zwikstelling. Daar konden de boeren met hun karren makkelijk onder rijden om het koren te lossen en het maalsel vervolgens te laden.

De molen is door Gerrit Jan Reinink gesticht als vervanger van een molen die op nieuwjaarsdag 1864 geheel afbrandde. Die molen was nog maar zes jaar oud… In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant werd daar melding van gemaakt.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 4 januari 1864.
(Fotograaf: M. Mijwaart, Almere)

De verzekering stelde molenaar Reinink in staat om op nagenoeg dezelfde plek een nieuwe molen te bouwen. De molen werd op 8 oktober 1867 door Gerrit Jan verkocht aan zijn broer Hendrik Reinink, omdat hij zelf inmiddels winkelier in Lutten was geworden. Opvolgende eigenaren waren: Albertus Bos (1881-1893), Hendrik Lenters (1893-1939) en zijn zoon Willem Lenters (1939-1978). Na verloop van tijd kwam er een gebouwtje met een dieselmotor bij te staan, zodat ook bij windstilte gemalen kon worden. In 1930 ging de familie Lenters volledig over op elektrische aandrijving. Toch heeft de molen daarnaast ook nog vijf jaar lang op windkracht gemalen. Kort nadat door een stormvlaag een van de twee vlochten (twee wieken vormen samen een vlocht) was gebroken, werd in 1936 ook de andere uit de molenas verwijderd. De molen stond stil en verviel tot een ruïne.

Fotokaart van de Anermolen.

De molen heeft tot op de dag van vandaag een sfeervol interieur. De zware balken hebben ondanks talrijke inkervingen nog niets aan kracht ingeboet. Bijna elke klant van de molen moest er op rekenen dat hij geruime tijd moest wachten, voordat hij het meel weer zou kunnen meenemen. Ook voor de molenaar lag de achturige arbeidsdag toen nog ver in het verschiet. In tijden van langdurige windstilte kwamen de boeren, als er een flinke bries was opgestoken, ook wel eens ’s nachts met hun graan naar de molen. Het was dan een aantrekkelijk tijdverdrijf om, bij het licht van een flakkerende olielamp, de zware houtconstructie van de molenromp met naaminitialen te versieren. Ook werden zinvolle spreuken en rijmpjes aangebracht in het moleninterieur: Al had ik Salomo’s wijsheid en Gideons gewin, zo kon ik nog niet malen naar ieder zijn zijn.

De gemeente Gramsbergen kocht de molen in 1978 van Willem Lenters. In de raad van 15 oktober 1980 stelde men een bedrag van 450.000 gulden beschikbaar om de korenmolen te restaureren. Hij werd het jaar daarop onder toezicht van monumentenzorg grootschalig gerestaureerd door aannemer Wintels uit Denekamp. Op 27 november 1981 werd de molen weer in gebruik genomen. Op gezette tijden kwam Jan Gerhard ter Voorde, molenaar van de molen Windlust in Radewijk, hier malen en enkele vrijwillige molenaars hielpen hem de molen draaiend te houden. Het beheer van de molen werd overgenomen door de stichting De Aner Molen. Deze verzorgt tot op de dag van vandaag de exploitatie en het beheer. De volgende molenaar werd Hans Petit en in 1994 werd hij opgevolgd door de vrijwillige molenaars Ubel Ottes en Wouter Lohuis. De molen is uitstekend onderhouden. Het hout- en schilderwerk ziet er goed uit en dat terwijl de molen nog steeds – op vrijwillige basis – in bedrijf wordt gehouden.

Detail van het binnenwerk van de Anermolen. Het originele drijfwerk is nog intact (Fotograaf: E. Wolbink, Hardenberg).

De molen kreeg in mei 2003 nieuwe molenstenen toen het maalkoppel werd vervangen. Drie jaren later was het kruiwerk aan de beurt. De molen kreeg een nieuw voeghouten kruiwerk, zoals het in vaktaal heet.

Kadastrale geschiedenis

Legger 1205/2: Sectie F-1862. Heide. Eigendom van Gerrit Jan Reinink. In 1858 stichting korenmolen. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1859. De heide is ontgonnen en de windkorenmolen is verrezen op het nieuwe perceel sectie F-1862.

Legger 1205/3: Nieuwe sectie F-1862. Windkorenmolen en erf. In 1877 afbraak.
Legger 1205/4: Sectie F-1863. Heide. In 1865 stichting.

Deze kadastrale hulpkaart, anno 1865, toont hoe de nieuwe (huidige) molen is gebouwd iets ten noorden van de voorganger.

Legger 1205/5: Nieuwe sectie F-1941. Windkorenmolen en erf. In 1867 verkoop. Over op:
Legger 1598/1: Gezamenlijk eigendom van landbouwer Hendrik Reinink en molenaar Jan Reinink. In 1878 verkoop. Over op:
Legger 2237/2: Eigendom van molenaar Jan Reinink. In 1881 verkoop. Over op:
Legger 2480/1: Eigendom van molenaar Albertus Bos. In 1884 verval vrijdom.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 19 april 1886.

Legger 2480/8: In 1893 verkoop. Over op:
Legger 2910/1: Sectie F-1941. Windkorenmolen en erf. Eigendom van molenaar Hendrik Lenters en echtgenote Hendrikje Plasman. Zij zijn op 9 juni 1893 getrouwd in Gramsbergen. In 1904 verval vrijdom. Over op:
Legger 2910/10: In 1913 redreskaart. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1913.

Legger 2910/39: Nieuwe sectie F-2870. Korenmolen en erf. In 1939 boedelscheiding. Over op:
Legger 4904/11: Eigendom van molenaar en landbouwer Willem Lenters. In 1941 vereniging van percelen. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1941.

Legger 4904/17: Nieuwe sectie F-3184. Huis, malerij, korenmolen, loods, gras- en bouwland. In 1948 successie. Over op:
Legger 4987/12: Eigendom van koopman en molenaar Willem Lenters en echtgenote Lammegien Knegtering. In 1960 opgenomen in de ruilverkaveling. Over op:
Legger 4987/21: Nieuwe sectie G-223. Twee huizen, schuren, molen, erf, loodsen, malerij, bouwland en weiland.

© ‘Monumenten in de gemeente Hardenberg’, uitgegeven door de Stichting Historische Projecten, 2008.