Stad Hardenberg

Geschiedenis van de openbare lagere scholen in Stad Hardenberg

Voor het eerst lezen we iets over de school in Hardenberg in het jaar 1653. Toen werd van de stenen van de oude kapel op kerkhof Nijenstede een schooltje gebouwd in Hardenberg. Het bouwwerk stond waar nu het ds Boumanplein te vinden is (de vroegere eiermarkt). Het schoolgebouw degradeerde uiteindelijk tot arrestantenlokaal en bergplaats voor de brandspuit. Bij de Hardenbergers was het lang bekend als het ‘brandspuitenhuisje’. Hoogstwaarschijnlijk was het in 1708, toen de noodlottige brand heel Hardenberg in as legde, nog gewoon in gebruik als schoolgebouw, want bekend is dat niet alleen de kerk maar ook de school gespaard bleef. In 1810 werd geschreven dat de oude school ’24 en 18 voeten ruimte’ telde en te klein was om verbouwd te worden tot ‘caserne’.

Kadastraal minuutplan anno 1832, met vermelding van de oude school en de nieuwe school in Hardenberg.

 

Zoals op bovenstaande kaart te zien valt, was de school in Hardenberg – bij de invoering van het kadaster in 1832 – ingetekend ten zuiden van de hervormde kerk. In de stadsrekeningen vonden we dat in 1803 aan Derk Odink betaald werd de som van 1 gulden en 10 stuivers voor ‘1500 dokken op de schoole’. Dit waren bijeen gebonden bosjes stro, die onder de dakpannen werden gestoken om het dak beter te isoleren en om insneeuwen te voorkomen. Van dit schooltje weten we dat het in het midden van de negentiende afgebroken is. Niet alleen omdat hij bouwvallig werd, maar ook omdat de kerk toen gerestaureerd en vergroot moest worden. Er moest dus andermaal een nieuwe plaats voor de school komen. De gemeente werd voor een billijke prijs eigenaar van een perceel in de Achterstraat, gekocht van de gemeente-ontvanger Lefert Santman en de weduwe van Evert Bruins, genaamd Johanna Santman. De prijs bedroeg f. 1.200,- en op 1 mei 1850 was het te aanvaarden. Gedeputeerden keurden de koop en de bouw van een nieuwe school goed. Het rijk en de provincie droegen elk 1/3 deel van de gezamenlijke kosten bij. Door de aannemer Berend Venebrugge, wonend aan de Venebrugge, werd de gehele bouwerij aangenomen voor f. 1.750,-. Hierdoor kwamen de totale kosten op f. 2.950,- verminderd met 350,- materiaal van de afgebroken school, zodat het een bedrag van f. 2.600,- werd. Zo kwam dus de school in de Achterstraat in 1850. Op 12 juni van dat jaar werd de eerste steen gelegd door mr. J. van Delden Jzn., burge­meester van Stad en Ambt Hardenbergh.

De openbare lagere school in de Achterstraat te Hardenberg.

 

Op 21 oktober van datzelfde jaar kon het nieuwe een-klassige schooltje al in gebruik genomen worden. De Zwolsche Courant meldde indertijd dat de oude onderwijzer Gerrit Jan Pruim de leerlingen was voorgegaan in hun wandeling van de oude naar de nieuwe school. Pruim had de Hardenbergse jeugd toen al meer dan 45 jaar onafgebroken onderwijs gegeven. Het nieuwe schoolgebouw was 14.85 meter lang, 6.58 meter breed en 4.55 meter hoog. Het was geschikt om aan maximaal 154 kinderen les te geven.

Tot 1912 heeft deze school dienst gedaan. Toen is er aan de Stationsstraat een nieuwe gebouwd, die er later nog een gedeelte bijkreeg voor Uitgebreid Lager Onderwijs (U.L.O.).