Lucas Lucasz Mariënberg

Lucas Lucasz Mariënberg was een schoolmeester die les heeft gegeven aan de lagere school te stad Hardenberg.


Lucas Lucasz Mariënberg werd bij principebesluit van 17 juli 1711 aangesteld als vervanger van Gerrit Mensen Bloemers. Dit blijkt uit het resolutieboek van de stad Hardenberg:

“Anno 1710 is aan de raad en meente der stad Hardenbergh, benevens de erfgenaamen des kerspels voor zoo verre onder de kerke van Hardenbergh behoren, door Gerrit Mensen Bloemers, koster en schoolmeester alhier, requeste gepraesenteert, houdende versoek dat deszelfs stiefzoon Lucas Mariënberg, bij survivance hem in ’t koster- en schoolmeester-ampt succederen mogte; waarin ook geconsenteert is: blijktelijk uit de navolgende authentijcque copie:

De E. heeren arfgenamen des karspels Hardenbergh met deszelfs ed. achtbaare burgemeesteren en gemeensluiden der Stadt Hardenberg etc. etc. Geeft met behoorlijke onderdanigheid te kennen Gerrit Bloemers, koster en schoolmeester der stadt Hardenbergh, in welcke bedieninge mij toe vertrouwt vermeine met alle nettigheid en vigilantie tot dus verre toe gecontinueert maer dewijle mijn hooge jaeren en door verscheiden toevallen en zwackheden impotent ben, en voornamelijk de voorledene oribele brant, en smertelijk verlies mijnen huizen en familie aangebraght, en mijn perzoon hoe langer hoe meer verswackende, en inkapabel de bedieninge mij toevertrouwt nae vereijs langer waar te nemen, in welke mijn dienst ik reets zomwijlen ben en moet worden ondersteunt door een van mijn voorzoons genaamt Lucas Lucasen Marrienburg, wiens vader voor mij ook koster en schoolmeester hier ter steede is geweest, ten eijnde ik te raade ben geworden, mij aan D.E. gezamentlijke arfgenamen en de E. Agtbaare burgemeesteren en gemeente te addresseeren, om uit geallegeerde reedenen ootmoedelijken te verzoeken, bij acte van continuatie nae mijn overlijden dat Godt nog mog verhoeden dezen voorgemelt mijn behoud zoon Lucas Marienburg in gevolge reets eenige jaaren herwaarts mij al hebbende ondersteunt en bij attestatie van de edele heer pastoor en karckenraaden zal blijcken en tot de karcke van Hardenbergh gehoorende gelieve te begunstigen met de kosterie en schooldienst. Voorts opdat ik voortaan door denzelven in mijne bedieninge moge worden ondersteunt, verzoekende den supliant seer demoedelijk van alle die edele heeren en die geene die hierin deel mogten hebben van handt tot handt, door onderteikeninge bij continuatie uit consideratie des voorgemelten Lucas Marrienburg te begunstigen belovende dezen genoemden Lucas Marrienburg zig te gedragen als een schoelmeester en koster betaamlijk is in ’t leeren, leezen, schrijven, reekenen en ’t singen nae de orde van klasis en kerkenordere dezer landen.

De Vrou van Zallik als vrou van Gramsbergen geeft haar stem tot het koster en schoolmeester-ampt van Hardenbergh an Lucas Marrienburgh. Buchorst den 23 august. 1710. Lucas Marrienberg verseekert sijnde van desselfs bequamheit begunstig hem meede van mijn stem tot de costerie en schoelmeesterampt naar het overlijden van desselfs stieffvader. Actum den 19 nov. 1710. Was getekent H.A. Bentinck. Lucas Marrienbergh, versekert sijnde van desselfs bequaemheijt tot het costers- en schoelmeesters ampt soo geve ik hem mijn stem daertoe naar het overlijden van desselfs stiefvader. Actum Bergenthem, den 31 aug. 1711. Was get. B. van Voerst. Geve mede mijn stem op voorschr. Marrienburg ten einde als vooren. Actum Herdenb. de 19 julij 1712. Was getekent A. v.d. Meruwede, Jan van Borne, Arnold Voltelen, Berent Hendrik Venebrugge, Jan Habers van Ane, Helmigh Sweers, borgemeester enz.”

Kennelijk bleef de oude meester nog een tijdje aan, want pas in 1722 werd Lucas Mariënberg formeel benoemd:
“Den 3 octob. 1722 hebben de heeren van de magistraat; voor zoo veel daartoe berechtigd waren, tot koster en schoolmeester alhier aangesteld de persoon van Lucas Mariënburg; uitwijzens de daarvan door burgermeesteren in der tijd afgegevene acte hierna volgende.

Wij burgermeesteren van den Hardenberg in der tijd, doen bij en vermits desen te weten, dat wij, voor soo veel daartoe sijn berechtigt, de edele Lucas Marrienberg, die bereets bij het leven van desselfs vader den schooldienst, en na het overlijden van dezelve, over het jaar, de costerije en schooldienst alhier heeft bedient en waargenomen, met voorschreven costerije en schooldienst alhier binnen den Hardenbergh beneficeren en begunstigen, met alsodane daer toe staende profijten en emolumenten, als voorgaende costers en schoolmeesters alhier hebben gehad, genoten en beseten; in kennis van waerheijd hebben wij dese met stads secreet segel, en onse subscriptie bekrachtigt. Hardenberg den 3 october 1722.