Antoni Holtink

Antoni Holtink (ca. 1685-na 1757) was een schoolmeester die les heeft gegeven aan de openbare lagere school te Bergentheim.


Antoni Holtink was in 1719 al schoolmeester in Bergentheim, zoals blijkt uit een kwitantie van Harm van Borne d.d. Hardenbergh den dertigsten april 1719 (zie ‘tituls en papieren’ in boedelinventarisatie van het erve Mollink anno 1821). Op 4 mei 1727 ging hij in ondertrouw in de hervormde kerk in Heemse. We lezen in het register: “Antonij Holting, schoolmeester van Bargentheijm, met Derkje Hannessen, j.d. te Bargentheim”.

Op 10 september 1728 werd Holtinks testament beschreven door schout Arnold Voltelen:
“Ick Arnold Voltelen, wegens Ridderschap en Steden de Staten van Overijssel, Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere voor de opregte waerheid dat ik ben gehaelt ten huise van Antoni Holtink, schoolmeester tot Bergenthem, alwaar hem vond siekelijk te bedde leggen, maar sijn verstand en oordeel, so vele uiterlijk gebleeck, vollenkomen hebbende, welke verklaerde voor mij Scholtus voorn(oem)t en keurnoten als waeren Arent Hannessen en Albert Jansen, uit consideratien van de sekerheid des doots en de onsekere uire van dien geresolveert te sijn, met en nevens sijn huisvrouw Derkien Hannessen, op heden bij desen te maeken en op te rigten, haer testament en uitterste wille, welke sij comparanten begeerden dat naer derselver overlijden stiptelijk sal worden agtervolgt en nagekomen, en dat wel sulx op navolgende manniere. Eerstelijk en vooraf sij Derkien Hannessen de voogdije van haar voorn(oemde) man aftredende, heeft weer tot derselver momber in desen versogt en aengenomen Wijchert Lambertsen, met dewelke dan geassiteert wesende, en haar verstand en oordeel mede vollenkomen hebbende, so veele uiterlijk gebleeck, hebben sij testateuren verklaert, in val het mogte komen te gebeuren eene van haer beiden sonder kinder uit dit huwelijk verweckt na te laten mogten overlijden, sij alsdan uit een grote genegentheid en liefde reciprocques de eerststervende de langstlevende tot derselver eenige en universele erfgename is institueerende. Als hij testator Antoni Holtink verklaert in so een val tot sijn eenige en universele erfgename te institueren sijn lieve huisvrouw Derkien Hannessen, om alderselver na te laten goederen, actien en crediten, niets uitgesondert, na derselver overlijden in vollen eigendoom te genieten en te profijteren, als allenelijk dat an sijn naeste vrinden ab intestato, desselfs klederen en linnen tot sijn lijf hebbende gehoort, sullen worden uigereikt.

Insgelijks verklaerde sij Derkien Hannessen als boven geassisteert wesende, haer lieve ouders te institueren in de legitime portie, haer na de regten deser landen competerende, indien deselve alsdan bij haar testatrices overlijden nog in leven mogten sijn. Verders en insgelijks verklaert sij testatrice in val als boven tot haer eenige erfgename in alle haar verdere goederen te institueren haar lieve man Ant. Holtink, om alle haere goederen na derselver overlijden in vollen eigendoom te profijteren, mits haer klederen, linnen en wat verders tot haer lijf hebbende gehoort an haere naeste vrinden ab intestato sullen moeten worden uitgereikt. Vervolgens hebben sij beide testateuren na dat haar den inhout deses duidelijk was voorgelesen en afgevraegt of dit haer laeste eenige vrije onbedwongene wille was, geantwoort van Jaa, begerende dat deselve in allen delen na derselver overlijden effect moge sorteren, het sij als testament, codicil, gifte ter saake des doots of onder de levende, so sulx best na de coustumen en regten deser landen sal kunnen en mogen bestaen, alschoon ook alle solemniteiten in regten nodig hierin niet mogten sijn geobserveert, en vermits de testateuren geen signetten sijn gebruickende, so hebben sij mij versogt desen uit haeren name mede te segelen. In oirconde der waerheid en sonder arg ofte list is dese van de testateuren, momber, nevens mij Scholtus voorn(oem)t geteikent en versogt dese met mijn zegels opdruckinge te bekragtigen. Actum Bergentheim den 10 sept. 1728″.