Toen, op 13 juli 1928: de erfenis Groote Balderhaar ten Velde.

Het Sallands Volksblad van 13 juli 1928 meldde:
“Hardenberg. Zondagmorgen na de godsdienstoefening maakte ds. Verrij aan de gemeente bekend dat de diaconie der gereformeerde kerk alhier universeel erfgenaam was geworden van de nalatenschap van wijlen den heer J.G. Groote Balderhaar ten Velde. Deze erfenis, waarvan de waarde nog niet nauwkeurig bekend is, bedraagt vermoedelijk na aftrek van de successiebelasting en andere onkosten de som van f. 40.000,-.

Een vierde deel van dit bedrag wordt terstond uitgekeerd. Van het overblijvende drie-vierde deel moet de rente worden uitbetaald aan de huishoudster van den overledene, tot aan haar dood toe.”

Op hoge leeftijd had Joannes Gerardus Groote Balderhaar ten Velde – hij was al 85 – zijn testament voor de zoveelste keer laten wijzigen. Hij was door het overlijden van zijn nakomelingen alleen achter gebleven. Notaris A.O. Dammes te Soest verleed de akte op 4 april 1927 en op 16 mei 1928 vulde hij dat nog eens aan. Daarin liet hij vastleggen dat hij wilde worden begraven in Stad Hardenberg. Joannes overleed anderhalve maand later, op 3 juli. Vier dagen daarna werd hij bijgezet in de grafkelder die hij zelf, ruim veertig jaar eerder, had laten bouwen op het oude kerkhof Nijenstede aan de Stationsstraat.

grafzerk Nijenstede

Uit archivalia in het kerkarchief blijkt dat het stoffelijk overschot met een lijkauto van Amersfoort naar Hardenberg is gebracht en dat daarvoor – inclusief de inzet van twee aansprekers en vier uitzetters en een fooi voor de chauffeur – ruim 150 gulden in rekening werd gebracht. In Hardenberg was Hendrik Jan Otten de aanzegger. Hij verkondigde het overlijden bij vrienden en bekenden en zorgde ervoor dat alles voor de begrafenis geregeld werd. De doodgraver rekende tien gulden voor zijn inspanningen en de dragers van de kist ontvingen dertig gulden. Een metselaar werd ingeschakeld voor het openen, schoonmaken en sluiten van de grafkelder. D.A. Lambrechts leverde de kist van eerste klas eikenhout, voorzien van zwaar koper beslag. De leverancier stuurde daarvoor een nota van 135 gulden, maar dat was inclusief een fooi voor de twee timmerlieden die het zware werk hadden verricht. Op de kist was voor vijftien gulden een koperen naamplaat bevestigd. Joannes Gerardus vond zijn laatste rustplaats naast zijn vrouw, zijn zoons, schoondochter en aangetrouwde oom en tante.

In Johannes’ laatste testament had hij een ‘Koninklijke gift’ vermaakt aan de armen van de gereformeerde kerk te Hardenberg. Met dat geld kon de kerk vele decennialang lang haar leden financieel ondersteunen, hetzij door laagrentende hypotheken te verstrekken, hetzij door het verlenen van periodieke onderstand. Het kerkbestuur besloot kort na de ontvangst van het legaat tot het instellen van het zgn. ‘Groote Balderhaar ten Velde Fonds’. Op 9 juli 1929 werd op voorstel van ds. G. Verrij een commissie benoemd die de instructie en regeling moest opmaken voor de administrateur voor het beheer en de administratie van het fonds. Die commissieleden waren de heren Breukelman, Goris, Olthof en Weitkamp. De voorzitter van de diaconie, schoenmaker Philippus Hendrik Goris, werd benoemd tot de eerste administrateur.

nota

Meer informatie over Groote Balderhaar ten Velde op:

http://www.historischeprojecten.nl/kerkhof/zerken/zerk_g_h/grotebalderhaar.htm

Meer over Groote Balderhaar ten Velde leest u op onze website.

Volg ons ook op https://www.facebook.com/historischeprojectenhardenberg/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.